Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2025:10511

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
24 december 2025
Zaaknummer
C/13/768087 / HA ZA 25-982
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:958 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzekeraars mogen zich niet beroepen op onderverzekering bij evenementenverzekeringen

010vision, organisator van het Oh My! Music Festival, sloot twee evenementenverzekeringen af bij verzekeraars voor artiestenvergoedingen en productiekosten. Het evenement ging in 2020 niet door vanwege Covid-19-maatregelen, waarna 010vision schade claimde. Verzekeraars beriepen zich op onderverzekering, gesteund door een schadebegroting van Sedgwick, en verwezen naar artikel 7:958 lid 5 BW Pro.

De rechtbank oordeelt dat dit wetsartikel alleen van toepassing is op verzekerde zaken en niet op onkostenverzekeringen zoals de evenementenverzekeringen van 010vision. De kosten verbonden aan afgelasting zijn vooraf niet te begroten en vormen geen gevaarsobject, waardoor analoge toepassing van het artikel niet mogelijk is.

Verder is geen finale kwijting overeengekomen tussen partijen. Het enkel aankruisen van een vakje 'slotbetaling' in het communicatiesysteem tussen verzekeraars en [bedrijf 2] is onvoldoende om te concluderen dat 010vision akkoord ging met een betaling tegen finale kwijting. Verzekeraars mochten niet zonder expliciete instemming van 010vision aannemen dat finale kwijting was bereikt.

De primaire vorderingen van 010vision worden daarom toegewezen, en de subsidiaire vorderingen blijven onbesproken. Verzekeraars worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten en wettelijke rente.

Uitkomst: Verzekeraars mogen zich niet beroepen op onderverzekering en er is geen finale kwijting overeengekomen; zij worden veroordeeld tot proceskostenbetaling.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer: C/13/768087 / HA ZA 25-982
Vonnis van 24 december 2025
in de zaak van
010VISION B.V.,
gevestigd te Hoofddorp,
eisende partij,
hierna te noemen: 010vision,
advocaat: mr. P.J.P. van Huizen,
tegen

1.ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Apeldoorn,
advocaat: mr. M. Oudenaarden,
2. de rechtspersoon naar buitenlands recht
[bedrijf 1],
gevestigd te Amstelveen,
advocaat: mr. M. Oudenaarden,
3.
NATIONALE-NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING MAAT. N.V.,
gevestigd te 's-Gravenhage,
advocaat: mr. M. Oudenaarden,
4. de rechtspersoon naar buitenlands recht
ASSURANCES CONTINENTALES SA,
gevestigd te Antwerpen (België),
advocaat: mr. M. Oudenaarden,
gedaagden,
gedaagden sub 1 tot en met sub 4 hierna samen te noemen: Verzekeraars,
5.
[bedrijf 2],
gevestigd te Amsterdam,
advocaat: mr. T.M. Munnik,
gedaagde,
hierna samen te noemen: [bedrijf 2] .

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 25 februari 2025 met producties,
- de conclusie van antwoord van Verzekeraars, met producties,
- de conclusie van antwoord van [bedrijf 2] , met producties,
- het tussenvonnis van 20 augustus 2025 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 6 november 2025 met daarin genoemde stukken.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1. 010
vision is organisator van onder meer het Oh My! Music Festival (hierna: het evenement). Voor de editie van het evenement in 2020, gepland op 18 juli 2020, heeft 010vision via verzekeringstussenpersoon [bedrijf 3] (de rechtsvoorganger van [bedrijf 2] ) twee evenementenverzekeringen afgesloten bij Verzekeraars. De ene verzekering biedt uitsluitend dekking voor artiestenvergoedingen (hierna: evenementenverzekering I). De andere verzekering biedt dekking voor alle overige af te dekken risico’s, waaronder productiekosten (hierna: evenementenverzekering II).
2.2.
Het verzekerde bedrag onder evenementenverzekering I is € 750.000 en het verzekerde bedrag onder evenementenverzekering II € 490.000 voor productiekosten.
2.3.
In de polissen staat bij verzekerd(e) bedrag(en)
‘als maximum voor de totale productiekosten voor het evenement’.
2.4.
In de algemene voorwaarden evenementenverzekering Klap (hierna: de algemene voorwaarden) staat onder Rubriek Kosten het volgende:
Artikel 2 Dekking Pro
(…)
2.1
kosten bij afgelasting.
Indien voor de aanvang van het evenement komt vast te staan dat het evenement definitief niet zal doorgaan, komen voor vergoeding in aanmerking:
- de reeds in het kader van het evenement gemaakte en/of nog verschuldigde kosten;
- de kosten verbonden aan de afgelasting, met inbegrip van de kosten om reeds getroffen voorzieningen weer ongedaan te maken.’
2.5.
Het evenement heeft geen doorgang kunnen vinden vanwege overheidsmaatregelen in verband met Covid-19 die in maart en april 2020 werden afgekondigd. Vanwege de annulering heeft 010vision een schademelding bij [bedrijf 2] gedaan.
2.6.
Sedgwick Nederland B.V. (hierna: Sedgwick) heeft in opdracht van Verzekeraars de schade die 010vision heeft geleden begroot. Verzekeraars hebben na ontvangst van het rapport van Sedgwick aan [bedrijf 2] gemeld dat sprake is van onderverzekering, omdat in een begroting van 010vision hogere artiesten- en productiekosten staan dan de verzekerde bedragen op de polis, namelijk van respectievelijk € 876.063 en € 1.040.253.
2.7.
Verzekeraars hebben [bedrijf 2] verzocht een schaderekening op te maken en daarbij rekening te houden met onderverzekering. [bedrijf 2] heeft de schaderekening opgemaakt en niet geprotesteerd tegen het beroep op onderverzekering.
2.8.
Op 7 en 8 juni 2021 hebben Verzekeraars de schaderekening geaccordeerd en in e-ABS – een online platform waarlangs Verzekeraars en [bedrijf 2] met elkaar communiceren – bij de uitkering onder evenementenverzekering II een vakje aangekruist dat sprake is van een slotbetaling. Voor de uitkering onder evenementenverzekering II heeft een deel van Verzekeraars voornoemd vakje aangekruist.
2.9. 010
vision heeft niet ingestemd met betaling van een bedrag tegen finale kwijting.
2.10.
Verzekeraars hebben de overeengekomen bedragen aan [bedrijf 2] betaald en [bedrijf 2] heeft dit bedrag aan 010vision overgemaakt.
2.11.
Bij brief van 11 januari 2022 heeft 010vision aan Verzekeraars bericht dat zij ten onrechte een beroep op onderverzekering hebben gedaan en aanspraak gemaakt op vergoeding van de volledige schade.

3.Het geschil

3.1. 010
vision vordert – samengevat en na wijziging van eis – dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
primair
I. voor recht verklaart dat Verzekeraars zich ten onrechte hebben beroepen op onderverzekering;
II. voor recht verklaart dat tussen 010vision en Verzekeraars geen finale kwijting tot stand is gekomen;
subsidiair
III. voor recht verklaart dat [bedrijf 2] jegens 010vision haar zorgplicht heeft geschonden door 010vision niet toereikend te adviseren en/of waarschuwen voor het risico op onderverzekering;
meer subsidiair, alleen indien de rechtbank oordeelt dat Verzekeraars zich niet op onderverzekering mochten beroepen, maar dat wel een finale kwijting tot stand is gekomen
IV. voor recht verklaart dat [bedrijf 2] jegens 010vision haar zorgplicht heeft geschonden door – in strijd met de belangen van 010vision en zonder toereikende grondslag – (namens) 010vision een finale kwijting te (laten) sluiten met Verzekeraars;
primair en (meer) subsidiair
V. Verzekeraars en/of [bedrijf 2] veroordeelt tot betaling van de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2. 010
vision legt het volgende aan haar primaire vordering ten grondslag. Artikel 7:958 lid 5 BW Pro heeft alleen betrekking op verzekerde zaken. Bij een verzekering die geen gevaarsobject betreft, zoals de evenementenverzekeringen waar het in deze zaak om gaat, kan er geen sprake zijn van onderverzekering. Evenmin is in deze zaak feitelijk sprake van onderverzekering, want de schadebedragen zoals Sedgwick heeft vastgesteld, zijn lager dan de verzekerde bedragen onder de polissen. Verder is geen finale kwijting overeengekomen. Verzekeraars hebben een vakje aangevinkt in e-ABS, maar die handeling kan niet worden beschouwd als een op het rechtsgevolg gerichte wilsverklaring van 010vision. 010vision is ook nooit akkoord gegaan met betaling van een bedrag tegen finale kwijting.
Aan haar subsidiaire vordering legt 010vision ten grondslag dat [bedrijf 2] haar zorgplicht heeft geschonden doordat zij het risico van de verzekerde som niet met 010vision heeft afgestemd en haar niet expliciet heeft gewaarschuwd voor de (gevolgen van) onderverzekering. Aan haar meer subsidiaire vordering legt 010vision ten grondslag dat [bedrijf 2] haar zorgplicht heeft geschonden doordat zij namens 010vision een finale kwijting heeft gesloten zonder toereikende grondslag en zonder volledige en tijdige advisering over de gevolgen, alternatieve en kansen/risico’s.
3.3.
Verzekeraars en [bedrijf 2] voeren verweer en concluderen tot afwijzing van de vorderingen. Verzekeraars voeren aan dat de totale artiestenvergoedingen en productiekosten in werkelijkheid hoger waren dan de bedragen die 010vision heeft opgegeven. Dat maakt dat sprake is van onderverzekering. Het verzekerd belang is tot een bepaald bedrag beperkt, namelijk het bedrag van de totale onkosten, en die onkosten kunnen en moeten van tevoren in kaart worden gebracht. Een beroep op onderverzekering is ook mogelijk bij een verzekering zonder een gevaarsobject, dat volgt onder meer uit jurisprudentie. Verder heeft [bedrijf 2] nooit bezwaar gemaakt tegen de uitdrukkelijke voorwaarde van Verzekeraars dat zij een bedrag zou uitkeren tegen finale kwijting. Verzekeraars mochten er daarom gerechtvaardigd op vertrouwen dat [bedrijf 2] het afwikkelingsvoorstel met 010vision had besproken en 010vision daarmee heeft ingestemd.
[bedrijf 2] betwist dat zij is tekortgeschoten in enige op haar rustende zorgplicht. Voor haar was er geen enkele aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de bedragen die 010vision heeft opgegeven voor de evenementenverzekeringen en het is niet gebruikelijk dat een beursmakelaar de achterliggende stukken verifieert. Verder ontbreekt het causale verband tussen een eventuele beroepsfout van [bedrijf 2] en de gestelde schade. Ook moet de schade op grond van eigen schuld voor rekening en risico van 010vision blijven.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Tussen partijen is niet in geschil dat artikel 7:958 lid 5 BW Pro van regelend recht is, zij geen afwijkende regeling zijn overeengekomen en daarom het wettelijke regime geldt. Partijen twisten over de vraag of artikel 7:958 lid 5 BW Pro van toepassing is op de evenementenverzekeringen die 010vision bij Verzekeraars heeft afgesloten.
4.2.
De rechtbank oordeelt dat artikel 7:958 lid 5 BW Pro niet van toepassing is op de afgesloten evenementenverzekeringen en overweegt daartoe als volgt.
Artikel 7:958 lid 5 BW Pro is niet van toepassing op de evenementenverzekeringen
4.3.
Artikel 7:958 BW Pro geeft regels over de berekening van de schade aan zaken voor het geval de polis daarin niet voldoende voorziet. [1] In lid 1 tot en met 4 van dat artikel wordt expliciet gesproken over het begrip zaak. Het artikel bepaalt onder meer wanneer sprake van totaal verlies van een zaak (lid 1) en welke schade in dat geval wordt vergoed (lid 2). In artikel 7:958 lid 5 BW Pro wordt verwezen naar het voorgaande lid 2 en 4 en is bepaald dat als het bedrag van de verzekerde som lager is dan de waarde die aan de schadeberekening ten grondslag ligt, de vergoeding van de schade wordt verminderd naar evenredigheid van hetgeen dat bedrag lager is dan de waarde. In de literatuur bestaat overeenstemming dat artikel 7:958 lid 5 BW Pro alleen van toepassing is op zaken. Gelet op de inhoud en systematiek van artikel 7:958 BW Pro moet worden geconcludeerd dat artikel 7:958 lid 5 BW Pro alleen betrekking heeft op zaken.
4.4.
Tussen partijen is niet in geschil dat de evenementenverzekeringen die 010vision bij Verzekeraars heeft afgesloten een onkostenverzekering is en geen sprake is van een verzekerde zaak. Dat betekent dat artikel 7:958 lid 5 BW Pro niet van toepassing is op de evenementenverzekeringen die 010vision bij Verzekeraars heeft afgesloten.
Artikel 7:958 lid 5 BW Pro kan niet analoog worden toegepast op de evenementenverzekeringen
4.5.
Verzekeraars hebben het standpunt ingenomen dat artikel 7:958 lid 5 BW Pro analoog moet worden toegepast op de evenementenverzekeringen die 010vision bij Verzekeraars heeft afgesloten. Volgens Verzekeraars is het verzekerd belang tot een bepaald bedrag beperkt, namelijk de totale onkosten, en moeten en kunnen deze onkosten vooraf door de verzekeringnemer in kaart worden gebracht. Verzekeraars hebben daarbij verwezen naar het arrest Holland/Korstanje I [2] .
4.6.
In het arrest Holland/Korstanje I heeft de Hoge Raad bepaalt dat artikel 277 Wetboek Pro van Koophandel (oud) niet van toepassing is op aansprakelijkheidsverzekeringen. De Hoge Raad overweegt dat dat artikel ten doel heeft om, ingeval eenzelfde belang onder meer dan één verzekering is gedekt, te voorkomen dat de verzekerde uit hoofde van de gezamenlijke verzekeringen meer uitgekeerd zou krijgen dan zijn schade, voor zover verzekerd, beloopt. Gezien de door de wetgever ter bereiking van dit doel gevolgde weg – waarbij de 'volle waarde' van het gevaarsobject een beslissende rol speelt – moet het ervoor worden gehouden dat de bepaling enkel ziet op die verzekeringen welke zich naar haar aard ertoe lenen de volle waarde van het betrokken object te dekken. Ten aanzien van aansprakelijkheidsverzekeringen is dit laatste niet het geval, nu de aard van die verzekeringen meebrengt dat van een gevaarsobject geen sprake is en het verzekerde belang in het algemeen niet tot een bepaald bedrag is beperkt.
4.7.
De rechtbank volgt Verzekeraars niet in hun standpunt dat uit het voornoemde arrest van de Hoge Raad moet worden geconcludeerd dat artikel 7:758 lid 5 BW Pro analoog moet worden toegepast op de evenementenverzekeringen die 010vision bij Verzekeraars heeft afgesloten. Daartoe is het volgende redengevend.
4.8.
Bij de evenementenverzekeringen die 010vision bij Verzekeraars hebben afgesloten is geen sprake van een gevaarsobject en evenmin is het verzekerde belang tot een bepaald bedrag beperkt. Anders dan Verzekeraars aanvoeren kan het verzekerde bedrag niet vooraf worden bepaald. De algemene voorwaarden van de evenementenverzekeringen bepalen immers dat indien voor aanvang van het evenement komt vast te staan dat het evenement definitief niet door zal gaan, (i) de reeds in het kader van het evenement gemaakte en/of nog verschuldigde kosten en (ii) de kosten verbonden aan de afgelasting voor vergoeding in aanmerking komen. Deze kosten zijn vooraf niet te begroten, omdat deze afhankelijk zijn van het moment dat het evenement definitief wordt geannuleerd. Als langere tijd voordat het evenement plaatsvindt het evenement wordt geannuleerd, zullen de kosten lager zijn dan wanneer het evenement op het laatste moment wordt geannuleerd. Verder zijn de kosten verbonden aan de afgelasting zoals genoemd onder (ii) afhankelijk van de reden van de afgelasting en de spoedeisendheid waarmee eventuele voorzieningen of maatregelen getroffen moeten worden. Deze zijn vooraf evenmin te begroten. Anders dan Verzekeraars menen zijn de kosten die onder de polis voor vergoeding in aanmerking komen niet gelijk te stellen aan een eerdere begroting van het evenement die 010vision heeft gemaakt en verstrekt. Die begroting ziet namelijk op de situatie dat het evenement
weldoorgaat, waarbij kosten verbonden aan afgelasting niet zijn meegenomen, en een deel van die kosten heeft 010vision (mogelijk) niet hoeven maken doordat het evenement is geannuleerd.
4.9.
Het voorgaande maakt dat de kosten die onder de polis gedekt zijn vooraf niet te begroten zijn en geen sprake is van een belang dat tot een bepaald bedrag beperkt is. Aan de vereisten uit het voornoemde arrest van de Hoge Raad is dus niet voldaan. Van analoge toepassing van artikel 7:958 lid 5 BW Pro op de evenementenverzekeringen die 010vision bij Verzekeraars heeft afgesloten, is daarom geen sprake. Dat maakt dat de verklaring voor recht dat Verzekeraars zich ten onrechte hebben beroepen op onderverzekering toewijsbaar is.
Geen sprake van finale kwijting tussen Verzekeraars en 010vision
4.10.
Volgens Verzekeraars zijn zij met 010vision finale kwijting overeengekomen. Zij mochten er ook gerechtvaardigd op vertrouwen dat [bedrijf 2] het afwikkelingsvoorstel met 010vision had besproken en 010vision met dat voorstel had ingestemd. Verzekeraars kunnen daarom niet worden gehouden een aanvullende uitkering te doen.
4.11.
De rechtbank volgt Verzekeraars daarin niet. Verzekeraars hebben op zitting erkend dat zij met [bedrijf 2] niet expliciet finale kwijting zijn overeengekomen, maar dat zij in het communicatiesysteem met [bedrijf 2] het vakje ‘slotbetaling’ hebben aangekruist. Dat is onvoldoende om te concluderen dat Verzekeraars met 010vision finale kwijting zijn overeengekomen. Uit niets blijkt dat 010vision heeft ingestemd met een betaling tegen finale kwijting en die instemming is wel vereist om tot een finale kwijting te komen.
4.12.
Dat [bedrijf 2] niet heeft geprotesteerd tegen het aangekruiste vakje ‘slotbetaling’ kan evenmin ertoe leiden dat Verzekeraars er gerechtvaardigd op mochten vertrouwen dat [bedrijf 2] en 010vision akkoord waren gegaan met een betaling tegen finale kwijting. [bedrijf 2] heeft op zitting verklaard dat zij met Verzekeraars niet heeft gesproken over een slotbetaling en dat Verzekeraars het vakje ‘slotbetaling’ eenzijdig hebben aangekruist. Verzekeraars hebben dat niet betwist. Dat Verzekeraars en [bedrijf 2] blijkbaar eerder een discussie hebben gehad over de toepasselijkheid van artikel 7:958 lid 5 BW Pro op een andere evenementenverzekering, maakt juist dat Verzekeraars er niet gerechtvaardigd op mochten vertrouwen dat [bedrijf 2] (en daarmee ook 010vision) zonder dat expliciet te vermelden akkoord was gaan met een betaling tegen finale kwijting waarbij minder zou worden uitgekeerd in verband met een beroep van Verzekeraars op onderverzekering. Het lag op de weg van Verzekeraars om expliciet aan [bedrijf 2] mee te delen dat zij alleen bereid was een bedrag uit te keren tegen finale kwijting. Dat hebben Verzekeraars nagelaten. Verzekeraars mochten er dus niet zonder meer vanuit gaan dat [bedrijf 2] – laat staan 010vision – had ingestemd met een betaling tegen finale kwijting.
4.13.
De conclusie van het voorgaande is dat de verklaring voor recht dat tussen 010vision en Verzekeraars geen finale kwijting tot stand is gekomen, toewijsbaar is.
slotsom
4.14.
Omdat de primaire vorderingen worden toegewezen, komt de rechtbank niet meer toe aan de subsidiaire en meer subsidiaire vorderingen.
4.15.
Verzekeraars zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van 010vision betalen. De proceskosten van 010vision worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
122,35
- griffierecht
714,00
- salaris advocaat
1.228,00
(2 punten × € 614,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.242,35
4.16.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
verklaart voor recht dat Verzekeraars zich ten onrechte hebben beroepen op onderverzekering,
5.2.
verklaart voor recht dat tussen 010vision en Verzekeraars geen finale kwijting tot stand is gekomen,
5.3.
veroordeelt Verzekeraars in de proceskosten van 010vision van € 2.242,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Verzekeraars niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
veroordeelt Verzekeraars tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.5.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.A.M. Groot, rechter, bijgestaan door mr. A. Chu en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2025.

Voetnoten

1.Kamerstukken II 1985/86, 19 529, nr. 3, p. 29 (MvT)
2.HR 12 april 1998, ECLI:NL:PHR:1985:AG4993 (Holland/Korstanje I)