Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2025:10513

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
24 december 2025
Zaaknummer
11608288 WM VERZ 25-2664
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 61a RVV 1990Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen administratieve sanctie wegens vasthouden mobiele telefoon tijdens het rijden

Betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) wegens het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden op 11 oktober 2023. Tegen deze sanctie is beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De mondelinge behandeling werd aangehouden om betrokkene de gelegenheid te geven zekerheid te stellen, wat ook is gebeurd. Tijdens de voortgezette zitting was de gemachtigde van betrokkene niet aanwezig. Verweerder handhaafde het standpunt dat de overtreding is vastgesteld op basis van de verklaring van de verbalisant.

De kantonrechter oordeelt dat de overtreding is komen vast te staan, nu betrokkene alleen ontkent zonder specifieke feiten of omstandigheden aan te voeren die twijfel rechtvaardigen. De redelijke termijn van berechting is niet overschreden vanwege de aan betrokkene toe te rekenen aanhouding. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen de administratieve sanctie wegens vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
kantonrechter: mr. A.P. Ploeger
zaaknummer: 11608288 WM VERZ 25-2664
beslissing van: 9 december 2025
func.: 62510
Beslissing inzake het beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (verder: de Wahv) van:

[betrokkene]

[adres]
[postcode] [woonplaats]
(verder: betrokkene)
namens wie beroep is ingesteld door:
Fixiq Legal Bezwaartegenverkeersboetes.nl
(verder: gemachtigde)
welk beroep is ingesteld bij verzoekschrift, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 3 april 2024 en is gericht tegen de beslissing van 1 maart 2024 van de
officier van justitie(verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971.

CJIB-nummer: [nummer]

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Aan betrokkene is bij beschikking van 27 oktober 2023 (verder: de inleidende beschikking) een sanctie in het kader van de Wahv opgelegd. Namens betrokkene heeft gemachtigde tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld bij verweerder. Deze heeft dat beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft gemachtigde vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd.
De mondelinge behandeling van het beroep is gestart op de openbare zitting van 8 juli 2025, waar de behandeling van de zaak is aangehouden om betrokkene de gelegenheid te geven alsnog aan de verplichting om zekerheid te stellen te voldoen. Van deze gelegenheid heeft betrokkene gebruik gemaakt. Inmiddels is zekerheid gesteld in de onderhavige zaak.
De mondelinge behandeling van het beroep is voortgezet op de openbare zitting van 9 december 2025, voor welke zitting partijen zijn opgeroepen.
Namens gemachtigde is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niemand ter zitting verschenen.
Ter zitting heeft verweerder gereageerd op de inhoud van het beroepschrift. Verweerder heeft geconcludeerd dat het beroep ongegrond is.
Ten slotte is door de kantonrechter aan het einde van de zitting schriftelijk uitspraak gedaan.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. Aan betrokkene is bij de inleidende beschikking wegens een verkeersgedraging een administratieve sanctie opgelegd ingevolge de Wahv. Betrokkene wordt verweten dat de bestuurder van het motorvoertuig, met kenteken [kenteken] , waarvoor betrokkene als kentekenhouder aansprakelijk is, tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat heeft vastgehouden. Deze gedraging is geconstateerd op 11 oktober 2023 om 15:07 uur op [locatie] .
2. De inhoud van het proces-verbaal van de zitting van 18 juli 2025 geldt hier als ingelast en overgenomen.
3. Gemachtigde voert tegen de beslissing van verweerder aan dat betrokkene de gedraging ontkent.
Gemachtigde heeft verzocht om toezending van de op de zaak betrekking hebbende stukken en verzoekt tevens om een nadere termijn te verlenen voor het aanvullen van de gronden van dit beroep.
Namens betrokkene wordt verzocht om een proceskostenvergoeding.
4. Ter zitting stelt verweerder zich op het standpunt dat het beroep ongegrond dient te worden verklaard. De gedraging kan op basis van de verklaring van de verbalisant worden vastgesteld.
Verder stelt verweerder desgevraagd dat in de onderhavige zaak geen sprake is van overschrijding van de redelijke termijn van berechting. De zaak is aangehouden op de zitting van 8 juli 2025 om betrokkene in staat te stellen te voldoen aan de verplichting om zekerheid te stellen. Verweerder meent dat niet de situatie gecreëerd mag worden dat het voor een betrokkene loont om een zaak te laten aanhouden voor het stellen van zekerheid om zodoende overschrijding van de redelijke termijn van berechting te bewerkstelligen.
5. Het volgende wordt overwogen.
6. Allereerst overweegt de kantonrechter dat gelet op de oproepbrief van 7 november 2025, waarin is vermeld dat indien gemachtigde het beroepschrift schriftelijk wil aanvullen deze aanvullende gronden uiterlijk één week voor de zitting door de griffier dienen te zijn ontvangen, gemachtigde voldoende in de gelegenheid is gesteld om het beroep aan te vullen. Gelet hierop zal de kantonrechter overgaan tot de inhoudelijke behandeling van de zaak.
7. De verbalisant verklaart in het zich in het dossier bevindende zaakoverzicht:
“Ik zag dat de bestuurder tijdens het rijden een mobiele telefoon met de rechterhand vasthield. Ik zag namelijk dat de bestuurder het toestel vast hield.. Bij de staandehouding zag ik dat het een Apple iPhone zwart van kleur. De bestuurder gaf gelijk aan dat hij tijdens het rijden altijd zijn telefoon vast had. Betrof die ik herkende als het apparaat dat de bestuurder rijdend heeft vastgehouden”.
Betrokkene is staande gehouden en de cautie verleend. Bij de staandehouding heeft betrokkene verklaard:
“Ik had hem gewoon in mijn hand maar verder niks”.
8. In de onderhavige zaak is sprake van een overtreding van artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), dat sinds 1 juli 2019 luidt als volgt:
“Het is degene die een voertuig bestuurt verboden tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat dat gebruikt kan worden voor communicatie of informatieverwerking vast te houden. Onder een mobiel elektronisch apparaat wordt in elk geval verstaan een mobiele telefoon, een tabletcomputer of een mediaspeler.”
Uit het voorgaande blijkt dat tijdens het rijden ‘het vasthouden’ alleen al van een mobiele telefoon een strafbare gedraging oplevert.
9. Nu namens betrokkene, anders dan de ontkenning dat de overtreding is verricht, geen voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden zijn aangevoerd, die aanleiding geven te twijfelen aan de gegevens zoals deze in het zaakoverzicht zijn opgenomen, is naar de overtuiging van de kantonrechter komen vast te staan dat de overtreding is begaan. De sanctie is terecht opgelegd. Het beroep wordt ongegrond verklaard.

Ten aanzien van de redelijke termijn van berechting:

10. De inhoudelijke behandeling van de onderhavige zaak is aangehouden op de zitting van 8 juli 2025 teneinde betrokkene de gelegenheid te geven alsnog aan de verplichting om zekerheid te stellen te voldoen. De kantonrechter ziet hierin voldoende aanleiding, in navolging van het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 maart 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:1911, om de redelijke termijn van berechting te verlengen met vier maanden, nu de inhoudelijke behandeling is verlengd in verband met aan betrokkene toe te rekenen omstandigheden. De kantonrechter stelt derhalve vast dat de redelijke termijn van berechting niet is overschreden. Het beroep wordt ongegrond verklaard.

Ten aanzien van de proceskostenvergoeding:

11. Gelet op de uitkomst van de procedure wordt voor een toekenning van een proceskostenvergoeding, zoals namens betrokkene is verzocht, geen aanleiding gezien.
12. Daarom wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De kantonrechter:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af.
De griffier De kantonrechter
Datum verzending
Bent u het met deze beslissing niet eens, dan kunt u
binnen zes wekenna de hierboven vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen indien de als gevolg van deze beslissing te betalen administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt. Het beroepschrift dient schriftelijk (niet per e-mail) te worden ingediend bij rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, team kanton, postbus 70515, 1007 KM, Amsterdam en dient door degene die het beroep instelt of een gemachtigde te worden ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt schriftelijk,
tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling wordt gevraagd.