Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2025:10514

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
15 december 2025
Publicatiedatum
24 december 2025
Zaaknummer
11840327 WM VERZ 25-13230
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. E1 RVV 1990Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen parkeerboete wegens overtreding zonebord E1 RVV 1990

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens parkeren in strijd met een parkeerverbodszone aangeduid met zonebord E1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. De overtreding vond plaats op 13 maart 2024 op de 's-Gravendijkdreef te Amsterdam. Betrokkene en haar gemachtigde voerden aan dat zij het zonebord E1 niet was gepasseerd en dat het bord niet zichtbaar was op de plek waar geparkeerd werd.

De verbalisant was zelf ter plaatse en verklaarde dat het voertuig binnen de zone stond en dat het bord aanwezig en zichtbaar was. De rechtbank heeft de verkeerssituatie ter plaatse onderzocht via Google Maps Streetview en concludeert dat het bord nabij de pleeglocatie staat. Dit maakt het aannemelijk dat de verbalisant de aanwezigheid van het bord heeft gecontroleerd en dat betrokkene het bord had kunnen zien.

De rechtbank overweegt dat verkeersdeelnemers die willen parkeren zich moeten vergewissen van de geldende parkeervoorschriften. Betrokkene had kunnen en moeten weten dat parkeren op die plek niet was toegestaan, mede omdat het voertuig deels voor een toegang naar een fietspad stond. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen de parkeerboete wegens overtreding van zonebord E1 wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
kantonrechter: mr. M. van der Kaay
zaaknummer: 11840327 WM VERZ 25-13230
beslissing van: 15 december 2025
func.: 43837
Afschrift van de aantekening in het proces-verbaal van de openbare zitting van 15 december 2025 inzake het beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (verder: de Wahv) van:

[betrokkene]

[adres]
[postcode] [woonplaats]
(verder: betrokkene)
voor wie beroep is ingesteld door
mr. N.G.A. Voorbach van Verkeersboete.NL(verder: gemachtigde)
welk beroep is ingesteld bij verzoekschrift, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 17 december 2024 en is gericht tegen de beslissing van 22 november 2024 van de
officier van justitie(verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989.

CJIB-nummer: [nummer]

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Aan betrokkene is bij beschikking van 12 augustus 2024 (verder: de inleidende beschikking) een sanctie in het kader van de Wahv opgelegd. Namens betrokkene heeft gemachtigde tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld bij verweerder. Deze heeft dat beroep – na gemachtigde telefonisch gehoord te hebben - ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft gemachtigde vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd. Het beroep is behandeld op de openbare zitting van 15 december 2025. Partijen zijn voor deze zitting opgeroepen.
Namens gemachtigde is mr. J. Piet bij de zitting verschenen.
Ter zitting heeft verweerder gereageerd op de inhoud van het beroepschrift. Verweerder heeft geconcludeerd dat het beroep ongegrond is.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. Aan betrokkene is bij de inleidende beschikking wegens een verkeersgedraging een administratieve sanctie opgelegd ingevolge de Wahv. Betrokkene wordt verweten dat met het motorvoertuig met kenteken [kenteken] , waarvoor betrokkene als kentekenhouder aansprakelijk is, is geparkeerd in strijd met een parkeerverbod/parkeerverbodszone (bord E1). Deze gedraging is geconstateerd op 13 maart 2024 om 08:33 uur op de 's-Gravendijkdreef ter hoogte van [huisnummer 1] te Amsterdam .
2. Het beroep is tijdig ingesteld.
3. Gemachtigde voert tegen de beslissing van verweerder aan dat betrokkene bestrijdt dat zij op haar route een zonebord E1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV) 1990 is gepasseerd. Betrokkene reed vanaf de Karspeldreef naar de
‘s Gravendijkdreef en ging ter hoogte van [huisnummer 2] het weggedeelte naast de
’s Gravendijkdreef in om daar aan het einde de auto te parkeren.
Uit het dossier is niet gebleken dat (kort) voor aanvang van de controle de bebording is gecontroleerd. Betrokkene betwist uitdrukkelijk dat de juiste bebording is geplaatst. Nu uit het dossier niet is gebleken van een toereikend schouwrapport, kan de aan betrokkene verweten gedraging niet worden vastgesteld.
Gemachtigde verzoekt de kantonrechter om het beroep gegrond te verklaren en een proceskostenvergoeding toe te kennen.
4. Verweerder stelt zich ter zitting op het standpunt dat uit de beelden op Google Maps Streetview blijkt dat het zonebord E1 dichtbij de pleeglocatie staat. Daarom gaat verweerder ervan uit dat de verbalisant dit bord heeft gecontroleerd en dat dit bord tevens zichtbaar was voor betrokkene. Gelet hierop verzoekt verweerder de kantonrechter om het beroep ongegrond te verklaren.
5. Naar aanleiding van het door verweerder ingenomen standpunt stelt gemachtigde op de zitting dat betrokkene ter hoogte van [huisnummer 2] bij de toegang naar de weg die parallel loopt aan de ’s Gravendijkdreef geen zonebord E1 is gepasseerd. Dat er 200 meter van de plek waar betrokkene had geparkeerd een zonebord E1 staat, maakt dit niet anders. Betrokkene is dat bord niet gepasseerd en heeft het daarom ook niet kunnen zien.
6. Het volgende wordt overwogen.
7. De verbalisant verklaart in het zich in het dossier bevindende zaakoverzicht:
“Zonebord E1 RVV 1990 is geplaatst en het betreffende voertuig bevond zich binnen deze zone. Ik zag dat het voertuig niet geparkeerd stond op een voor parkeren bestemd weggedeelte. Bij het constateren van het feit werd vastgesteld dat er gedurende een tijd van ongeveer 15 minuten geen activiteit met betrekking tot het voertuig plaatsvond, zodat er geen sprake was van onmiddellijk laden of lossen van goederen, dan wel het in of uit laten stappen van personen. Ik heb geen voor dat gebied geldige ontheffing waargenomen. Ik heb geen bestuurder waargenomen waardoor ik geen staande houding hebben kunnen verrichten”.
Er zijn foto’s van de aan betrokkene verweten gedraging in het geding gebracht.
8. Naar aanleiding van het namens betrokkene gevoerde verweer dat zij geen zonebord E1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV) 1990 is gepasseerd, overweegt de kantonrechter het volgende. In de onderhavige zaak was de verbalisant die de sanctie heeft opgelegd zelf ter plaatse. In het algemeen mag in zo’n geval worden aangenomen dat de verbalisant heeft vastgesteld dat de relevante bebording aanwezig en duidelijk zichtbaar is, vgl. het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 februari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:1803. Uit de verklaring van de verbalisant blijkt voldoende duidelijk dat ten tijde van de gedraging een zonebord E1 RVV 1990 was geplaatst.
Daarbij heeft de kantonrechter zich naar aanleiding van het verweer dat betrokkene geen zonebord E1 is gepasseerd nader georiënteerd op de verkeerssituatie ter plaatse door middel van Google Maps Streetview. Hierop is te zien dat de zonebebording zich nabij de pleeglocatie bevindt. Het is daarom voldoende aannemelijk dat de verbalisant de aanwezigheid van de relevante bebording gecontroleerd heeft.
Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van de kantonrechter de deugdelijke aanwezigheid van het zonebord E1 ten tijde van de gedraging genoegzaam komen vast te staan en kan de aan betrokkene verweten gedraging worden vastgesteld.
Hierbij neemt de kantonrechter mede in overweging dat van verkeersdeelnemers die hun motorvoertuigen willen parkeren mag worden verwacht dat zij zich - eventueel na te zijn uitgestapt - op de hoogte stellen van de voor hen geldende parkeervoorschriften en dat zij de nodige moeite doen om zich ervan te vergewissen dat het parkeren op de gekozen plaats is toegestaan. Dat betrokkene dit niet dan wel onvoldoende heeft gedaan dient voor eigen rekening en risico te komen. Betrokkene heeft haar voertuig deels voor de toegang naar een fietspad geparkeerd. Betrokkene had kunnen en moeten weten dat ze op die plek niet mocht parkeren. Het beroep wordt ongegrond verklaard.

Ten aanzien van de proceskostenvergoeding:

9. Gelet op de uitkomst van de procedure wordt voor een toekenning van een proceskostenvergoeding, zoals namens betrokkene is verzocht, geen aanleiding gezien.
10. Daarom wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De kantonrechter:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af.
De griffier De kantonrechter
Datum verzending
Bent u het met deze beslissing niet eens, dan kunt u
binnen zes wekenna de hierboven vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen indien de als gevolg van deze beslissing te betalen administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt. Het beroepschrift dient schriftelijk (niet per e-mail) te worden ingediend bij rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, team kanton, postbus 70515, 1007 KM, Amsterdam en dient door degene die het beroep instelt of een gemachtigde te worden ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt schriftelijk,
tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling wordt gevraagd.