Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de afwijzing van haar aanvragen tot verlenging van twee opsporingsvergunningen voor koolwaterstoffen. De Minister had deze aanvragen op 17 december 2025 afgewezen. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek zonder zitting behandeld. Op 23 december 2025 heeft de Minister laten weten zich niet te verzetten tegen het toewijzen van de voorziening. De voorzieningenrechter besloot daarop het verzoek toe te wijzen en het tijdvak van de vergunningen te verlengen tot zes weken na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar.
Daarnaast werd de Minister veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van verzoekster, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak is gedaan op 30 december 2025 en is onherroepelijk.