Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.DE ERFGENAAM VAN [erflater]2. [eiser 2] ,
1.de heer [gedaagde 1] ,2. de heer [gedaagde 2] ,3. de heer [gedaagde 3] ,4. de heer [gedaagde 4] ,
5.
DE GEZAMENLIJKE ERFGENAMEN VAN [erflaatster],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De verdere beoordeling
nietbesloten dat [gedaagde 2] en [gedaagde 3] alle landerijen tegen de agrarische waarde moeten kunnen overnemen. Die vaststelling heeft de rechtbank niet gedaan. Bovendien heeft de rechtbank ook bepaald (zie rechtsoverweging 2.23 van het tussenvonnis van 12 februari 2025 en de rolbeslissing van 2 april 2025) dat [gedaagde 2] en [gedaagde 3] openheid van zaken zullen moeten geven wat betreft hun financiële mogelijkheden. Zij dienden hun stelling dat zij hun bedrijven alleen lonend kunnen exploiteren indien zij alle aan eisers toebehorende onverdeelde aandelen in de percelen overnemen nader te onderbouwen aan de hand van bescheiden. Ook dienden zij inzicht te geven in de financierbaarheid van de door hen gewenste overname van onverdeelde aandelen in de percelen, dus welke prijs [gedaagde 2] en [gedaagde 3] in staat zouden zijn voor de percelen te betalen, ervan uitgaande dat de voortzetting van hun bedrijven nog juist lonend blijft. Ook daaruit volgt dat de rechtbank niet heeft beslist dat [gedaagde 2] en [gedaagde 3] alle landerijen tegen agrarische waarde zouden moeten kunnen overnemen.
€ 178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
5.De beslissing
- de onroerende zaak gelegen aan de [object 1] te [plaats 1] wordt toebedeeld aan [eiser 1] en [eiser 2] ,
- de onroerende zaak gelegen aan de [object 3] te [plaats 2] wordt toebedeeld aan [gedaagden 5] ,
- de onroerende zaak gelegen aan de [object 7] te [plaats 4] wordt toebedeeld aan [gedaagde 3] en [gedaagde 4] ,
- de resterende landerijen worden toebedeeld aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ,