Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2025:10653

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
22 december 2025
Publicatiedatum
5 januari 2026
Zaaknummer
24/7712
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid op medische gronden

Eiser heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een WIA-uitkering per 24 oktober 2022. Verweerder had de aanvraag afgewezen omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht, gebaseerd op medische en arbeidsdeskundige rapporten.

De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser weliswaar gezondheidsklachten en beperkingen ervaart, maar dat de subjectieve klachtbeleving niet leidend is. De beoordeling richt zich op de objectieve medische situatie en de vraag of eiser werkzaamheden kan verrichten. De verzekeringsartsen hebben hun conclusies zorgvuldig en voldoende onderbouwd gemotiveerd, waarbij ook rekening is gehouden met psychische klachten en een omgedraaid dag- en nachtritme.

Eiser heeft een verdergaande urenbeperking niet aannemelijk gemaakt. De arbeidsdeskundige heeft de functies passend geacht binnen de vastgestelde beperkingen. De rechtbank ziet geen aanleiding om de medische rapporten te betwijfelen of een onafhankelijke deskundige te benoemen.

Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, wat betekent dat eiser geen WIA-uitkering krijgt en ook geen proceskostenvergoeding ontvangt.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 24/7712

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: mr. A.L.M. Vreeswijk),
en
de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,verweerder
(gemachtigde: mr. Y. Bekema).

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag om een WIA-uitkering [1] per 24 oktober 2022.
Verweerder heeft de aanvraag met het primaire besluit van 16 november 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 4 november 2024 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 december 2025. Eiser was aanwezig, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Totstandkoming van het bestreden besluit

1.1.
Eiser heeft recentelijk via een sociaal ontwikkelingsbedrijf als [functie] gewerkt, met een gemiddeld aantal van 37,84 uur per week. Op 26 oktober 2020 heeft eiser zich ziek gemeld vanwege langdurige klachten aan de rug, voeten en maag, evenals depressieve klachten. De ziektewetuitkering van eiser werd aanvankelijk per maart 2023 beëindigd. Het bezwaar van eiser tegen deze beslissing werd echter gegrond verklaard, waardoor de ziektewetuitkering werd voortgezet. Na het verstrijken van de wachttijd heeft eiser een WIA-uitkering aangevraagd.
1.2.
Met het primaire besluit heeft verweerder vastgesteld dat eiser per 24 oktober 2022 geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Verweerder heeft aan dit besluit de rapporten van de arts van 4 augustus 2023 en 10 augustus 2023 en het rapport van de arbeidsdeskundige van 15 november 2023 ten grondslag gelegd. De beperkingen van eiser zijn door de arts neergelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 8 augustus 2023. De arbeidsdeskundige heeft eiser voor 0,52% arbeidsongeschikt geacht.
1.3.
Met het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Verweerder heeft aan dit besluit het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 27 augustus 2024 en het rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 25 september 2024 ten grondslag gelegd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft naar aanleiding van het bezwaar een aantal aanvullende beperkingen opgenomen in de FML van 27 augustus 2024. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft hierna opnieuw ingeschat of de eerder geduide functies nog passend zijn. Hij heeft een aantal van de eerder geduide functies laten vervallen en vervolgens nieuwe functies geselecteerd. Volgens de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep is eiser per 24 oktober 2022 0% arbeidsongeschikt. Aangezien eiser voor minder dan 35% arbeidsongeschikt is, heeft verweerder geen WIA-uitkering aan eiser toegekend.

Beoordeling door de rechtbank

2.1.
In geschil is de vraag of verweerder op goede gronden eiser per 24 oktober 2022 geen WIA-uitkering heeft toegekend, omdat hij niet arbeidsongeschikt is.
2.2.
De rechtbank stelt voorop dat eiser op de zitting op inzichtelijke wijze zijn medische situatie heeft toegelicht. Eiser heeft daarbij aangegeven dat zijn medische en persoonlijke omstandigheden sinds 2022 zijn verslechterd. Hoewel partijen van mening verschillen over de mate van arbeidsongeschiktheid, erkent verweerder dat eiser gezondheidsklachten heeft en heeft hij hiervoor beperkingen aangenomen. Ook de rechtbank twijfelt er niet aan dat eiser destijds – en ook nu nog – belemmerende klachten ervaart. Dat eiser klachten heeft, is echter op zichzelf onvoldoende voor de conclusie dat hij recht heeft op een WIA-uitkering, ook al ervaart eiser dat zelf als een logische uitkomst. De (subjectieve) klachtbeleving van eiser is namelijk niet leidend. In de arbeidsongeschiktheidswetgeving gaat het om de vraag of medisch en objectief bezien iemand – als rekening wordt gehouden met alle beperkingen – alsnog (bepaalde) werkzaamheden kan verrichten. In deze zaak gaat het om de vraag of eiser op de datum in geding, 24 oktober 2022, werkzaamheden kan verrichten. Dat zich nadien nieuwe of verergerde omstandigheden hebben voorgedaan, kan bij deze beoordeling niet worden meegenomen.
2.3.
Verweerder mag zijn besluiten over arbeidsongeschiktheid in principe baseren op rapporten van zijn verzekeringsartsen. Deze rapporten moeten dan wel aan een aantal voorwaarden voldoen: zij moeten op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, ze mogen geen tegenstrijdigheden bevatten en de conclusies moeten logisch voortvloeien uit de rapporten. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat de rapporten die over hem zijn opgesteld niet aan deze vereisten voldoen.
De medische grondslag van het bestreden besluit
3.1.
Eiser heeft op de zitting zijn beroep beperkt tot uitsluitend de vraag of een verdergaande urenbeperking had moeten worden aangenomen. Zijn overige beroepsgronden heeft hij laten vallen. Ter onderbouwing van zijn standpunt voert eiser aan dat hij al vele jaren kampt met een slaap- en waakstoornis. Hij geeft aan dat hij structureel ernstige slaapproblemen en vermoeidheidsklachten ervaart, die volgens hem niet het gevolg zijn van een slechte slaaphygiëne. Eiser heeft toegelicht dat hij ’s nachts stemmen en geluiden hoort, waardoor hij slechts enkele uren kan slapen en zijn slaap vervolgens overdag moet inhalen. Volgens eiser biedt de door hem gebruikte medicatie slechts een beperkte werking gedurende enkele uren in de nacht.
3.2.
De rechtbank is van oordeel dat de verzekeringsarts in bezwaar en beroep voldoende heeft toegelicht waarom, ondanks de psychische klachten van eiser, geen aanleiding bestaat om een verdergaande beperking van het aantal werkuren toe te kennen. Uit de brief van de behandelend psychiater van 2 augustus 2024 blijkt dat de waarneming van stemmen en geluiden toe te schrijven is aan stemmingsklachten, stress en een onderliggende kwetsbaarheid. Volgens de psychiater is er geen sprake van een psychotische stoornis. De primaire arts acht het plausibel dat de psychische draagkracht van eiser hierdoor beperkt is en heeft daarvoor verschillende beperkingen aangenomen. De arts ziet echter geen aanleiding voor een verdergaande urenbeperking. Hoewel uit het dagverhaal blijkt dat eiser overdag slaapt, betreft dit volgens de arts niet een aantoonbaar verhoogde recuperatiebehoefte. Eiser geeft namelijk aan dat hij overdag slaapt omdat hij ’s nachts onvoldoende rust krijgt. De primaire arts stelt dat dit mogelijk samenhangt met een veranderd slaapritme. De verzekeringsarts bezwaar en beroep bevestigt dat eiser een omgedraaid dag- en nachtritme heeft: hij slaapt overdag en is ‘s nachts wakker. Dit hoeft echter niet te leiden tot een beperking van de duurbelastbaarheid, omdat eiser tussen 17.00 uur en 9.00 uur in staat lijkt te zijn om te functioneren. Gelet op de passende taken, waarbij rekening wordt gehouden met beperkingen in persoonlijk en sociaal functioneren en fysieke beperkingen, is er op energetische gronden geen indicatie voor een verdere beperking van de werkuren. Aanvullend merkt de verzekeringsarts bezwaar en beroep op dat de dagelijkse inname van slaaptabletten, indien op het juiste tijdstip gebruikt, ertoe zou moeten leiden dat eiser ’s nachts slaapt in plaats van overdag. Een zinvolle dagbesteding in passende taken kan hieraan bijdragen, omdat dit overdag slaapdruk opbouwt en het nachtritme ondersteunt. De rechtbank acht deze motivering van de verzekeringsartsen zorgvuldig en voldoende onderbouwd. Eiser heeft een verdergaande urenbeperking niet aannemelijk gemaakt
3.3.
De rechtbank heeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen twijfel over de medische grondslag van het bestreden besluit. De rechtbank ziet om die reden dan ook geen aanleiding om een onafhankelijke deskundige te benoemen. De rechtbank gaat uit van de juistheid van de FML van 27 augustus 2024.
De arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit
4. De rechtbank is van oordeel dat verweerder, gelet op de inzichtelijke arbeidskundige onderbouwing bij de selectie van de functies aan de hand van alle beschikbare medische informatie, voldoende heeft gemotiveerd dat de belasting in de geduide functies de vastgestelde medische belastbaarheid van eiser in de FML van 27 augustus 2024 niet overschrijdt. Daar waar sprake is van signaleringen en mogelijke overschrijdingen, heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep voldoende onderbouwd waarom de geduide functies geschikt zijn voor eiser. De beroepsgronden die eiser had aangevoerd tegen de geduide functies, heeft hij op de zitting ingetrokken. De hiervoor genoemde functies mochten dan ook worden gebruikt voor de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid.

Conclusie en gevolgen

5.1.
De beroepsgronden slagen niet. Het arbeidsongeschiktheidspercentage is per 24 oktober 2022 met juistheid vastgesteld op 0%.
5.2.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. van der Linden-Kaajan, rechter, in aanwezigheid van mr. N.J.A. van Eck, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 december 2025.
De griffier is verhinderdrechter
de uitspraak te ondertekenen.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.