Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) waarin zijn arbeidsongeschiktheidspercentage per 1 november 2022 is vastgesteld op 46,29%. Dit besluit volgde op een eerdere toekenning van een WIA-uitkering met een percentage van 51,63%. De rechtbank heeft het medisch onderzoek en de arbeidskundige rapporten beoordeeld die ten grondslag liggen aan het bestreden besluit.
De rechtbank oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat de verzekeringsartsen de beperkingen van eiser adequaat hebben vastgesteld. De subjectieve klachtenbeleving van eiser leidt niet tot een andere beoordeling zonder objectieve medische onderbouwing. Ook de arbeidsdeskundige heeft de functies waarop de arbeidsongeschiktheid is gebaseerd, voldoende gemotiveerd geselecteerd en toegelicht waarom deze passen binnen de belastbaarheid van eiser.
Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het percentage van 46,29% onjuist is. De rechtbank wijst het beroep af, waardoor het besluit van het UWV in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht wordt niet teruggegeven.