ECLI:NL:RBAMS:2025:10659

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
5 januari 2026
Zaaknummer
C/13/768895 / HA ZA 25-1026
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens koersverlies bij uitvoering betalingsopdrachten door bank

MCL heeft sinds 2011 meerdere bankrekeningen bij ING in verschillende valuta. Na strafvorderlijk beslag op deze rekeningen moest MCL een bedrag van €17,5 miljoen betalen aan het openbaar ministerie, en het resterende saldo aan de Australische belastingdienst. ING en MCL overlegden over de uitvoering van deze betalingen, waarbij ING aangaf dat valutawisselingen via de eurorekening onvermijdelijk waren vanwege het beslag.

MCL gaf onherroepelijke betalingsopdrachten, maar stelde dat ING tekort was geschoten door eerst om te wisselen naar euro’s, waardoor koersverliezen ontstonden. ING weigerde deze verliezen te compenseren. De rechtbank oordeelde dat ING voldoende had aangetoond dat MCL instemde met de werkwijze en dat de koersverliezen onvermijdelijk waren door het beslag en de systeeminrichting van ING.

De rechtbank verwierp het standpunt van MCL dat ING vooraf had moeten waarschuwen voor de koersverliezen, omdat geen beter alternatief bestond. De vorderingen van MCL werden afgewezen en MCL werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van MCL af en veroordeelt MCL in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer: C/13/768895 / HA ZA 25-1026
Vonnis van 24 december 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
M.C.L. NETHERLANDS B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: MCL,
advocaat: mr. J. Hagers,
tegen
de naamloze vennootschap
ING BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: ING,
advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
˗ de dagvaarding van 2 april 2025, met producties,
˗ de conclusie van antwoord, met producties,
˗ het tussenvonnis van 23 juli 2025,
˗ het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 12 november 2025, met de daarin genoemde stukken en de aantekeningen van de griffier.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
MCL heeft sinds 2011 afzonderlijke bankrekeningen bij ING in euro’s, in Amerikaanse dollars en in Australische dollars.
2.2.
Op 25 januari 2017 heeft het openbaar ministerie strafvorderlijk beslag laten leggen op deze rekeningen. Op 21 februari 2017 heeft het aanvullend beslag laten leggen op het nieuwe saldo op de Amerikaanse dollarrekening.
2.3.
Na onderhandelingen heeft het openbaar ministerie in een strafbeschikking bevolen dat MCL een bedrag van € 17,5 miljoen zou betalen aan het openbaar ministerie. De saldi van de bankrekeningen boven dit bedrag moest worden overgemaakt aan de Australische belastingdienst (Australian Tax Authority).
2.4.
De advocaat van MCL heeft in juni 2023 contact gehad met ING over de wijze waarop deze betalingen verricht moesten worden. ING stelde voor dat MCL afstand zou doen van alle banksaldi, dat zij deze vervolgens aan het openbaar ministerie zou afdragen en dat het openbaar ministerie de Australische belastingdienst zou betalen. Het openbaar ministerie gaf er de voorkeur aan dat het alleen het bedrag van € 17,5 miljoen zou ontvangen en dat MCL onherroepelijke betalingsopdrachten zou ondertekenen om het restant over te maken aan de Australische belastingdienst. Onder die voorwaarde zouden de beslagen worden opgeheven.
2.5.
ING wilde aan beide opties meewerken. Wel wees zij er in een e-mail van 28 juni 2023 aan de advocaat van MCL op dat het in beide opties nodig zou zijn de saldi van de dollarrekeningen eerst om te zetten in euro’s:
“Voor ING zou het het meest wenselijk zijn dat als uw cliënte afstand doet, de OvJ een betalingsopdracht maakt om ING opdracht te geven om het bedrag over te maken naar een rekening van het OM, waarna het OM vervolgens zelf de transacties kan verrichten zoals gewenst. Dit mede vanwege het feit dat er Vreemde Valutarekeningen getroffen zijn. ING zal dan eerste de saldi op de Vreemde Valutarekeningen moeten omzetten naar euro’s. Door daarna het geld over te maken naar de rekening van het OM, zal er niet veel vertraging in het proces ontstaan.Mocht er sprake zijn van een voorwaardelijke opheffing van het klassiek strafvorderlijk beslag, dan verzoeken wij dat uw cliënte ING opdracht geeft om de saldi van de Vreemde Valutarekeningen eerst over te maken naar de Zakelijke Rekening die is gekoppeld aan de Vreemde Valutarekeningen en vervolgens de opdracht om het saldo over te maken naar de rekening van het OM. Ook zo zal er weinig vertraging in het proces zijn.”
2.6.
Op 25 januari 2024 heeft de advocaat van MCL de opties opnieuw voorgelegd aan ING en gevraagd of zij werkbaar waren, of gelden rechtstreeks van de ene vreemdevalutarekening naar de andere konden worden overgeboekt, of de Australische belastingdienst rechtstreeks vanuit de Australische dollarrekening kon worden betaald, welke stappen daarvoor moesten worden gezet, welke kosten deze stappen meebrachten, hoelang het ging duren en welke documenten nodig waren.
2.7.
Op 13 februari 2024 heeft ING daarop geantwoord dat zij beide opties kon uitvoeren en dat zij daarvoor een duidelijke betalingsopdracht nodig had, inclusief de toestemming van het openbaar ministerie en alle bankgegevens.
2.8.
Op 21 februari 2024 ontving ING van het openbaar ministerie onherroepelijke betalingsopdrachten, die namens MCL waren ondertekend. Hierin heeft MCL opdracht gegeven tot de volgende overmakingen:
˗ US$ 20 miljoen vanaf de Amerikaanse dollarrekening naar de eurorekening;
˗ € 17,5 miljoen vanaf de eurorekening naar het openbaar ministerie;
˗ het restsaldo van de Amerikaanse dollarrekening naar de Australische dollarrekening;
˗ het restsaldo van de eurorekening naar de Australische dollarrekening;
˗ het saldo van de Australische dollarrekening naar de Australische belastingdienst,
een en ander rechtstreeks, zonder tussenkomst van andere banken, met uitzondering van de correspondentbank van ING in het Gemenebest van Australië.
2.9.
Op 6 maart 2024 heeft ING bevestigd dat die dag vanaf de eurorekening een betaling aan de Australische belastingdienst was verricht in Australische dollars. Daarvoor waren eerst de Amerikaanse en Australische dollars omgezet in euro’s op de eurorekening. Op 8 maart 2024 heeft ING bevestigd dat het laatste openstaande bedrag op de eurorekening werd overgeboekt naar de Australische belastingdienst.
2.10.
Bij het omzetten van Amerikaanse en Australische dollars in euro’s en vervolgens in Australische dollars zijn koersverliezen ontstaan, want de aankoopkoers van vreemde valuta is ongunstiger dan de verkoopkoers. ING heeft bij e-mail van 30 juli 2024 aan MCL uiteengezet dat dit nodig was omdat op de bankrekeningen beslag rustte:

This was due to the fact that all payments in relation to M.C.L., due to the seizure of the M.C.L. accounts, the manual initiated payment procedure had to be processed via an internal booking account of ING which is held in EUR. As a result, the payments could not be executed as per the instructions in the payment order. Instead, all transfers in relation to M.C.L. accounts were booked via the internal booking account to M.C.L.’s domestic business account in EUR, for further payment to the beneficiary.”
2.11.
MCL heeft er aanspraak op gemaakt dat ING deze koersverliezen compenseert, maar ING heeft dat geweigerd.

3.Het geschil

3.1.
MCL vordert na wijziging van eis bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
˗ te verklaren voor recht dat ING toerekenbaar tekort is geschoten jegens MCL, althans onrechtmatig heeft gehandeld,
˗ ING te veroordelen tot vergoeding van schade ten bedrage van AU$ 1.776.474,78, vermeerderd met wettelijke rente, althans tot betaling van voornoemde bedragen in euro’s, althans tot betaling van een in goede justitie te bepalen bedrag,
˗ althans ING te veroordelen tot vergoeding van schade op te maken bij staat,
˗ ING te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van
€ 6.775,-, althans een in goede justitie te bepalen bedrag,
˗ ING te veroordelen in de proceskosten met wettelijke rente.
3.2.
MCL legt hieraan ten grondslag dat ING tekort is geschoten in de nakoming van de betalingsopdrachten. Afgesproken was dat het saldo van de Australische dollarrekening rechtstreeks naar de Australische belastingdienst zou worden overgemaakt. In werkelijkheid heeft ING eerst geld van de dollarrekening naar de eurorekening geboekt. Door de koersverschillen is daardoor uiteindelijk veel minder geld terechtgekomen bij de Australische belastingdienst. ING heeft MCL niet vooraf geïnformeerd dat zij in strijd met de betalingsopdrachten zou handelen. Ook had ING de plicht om MCL te informeren over de mogelijke wisselkoersverliezen. MCL heeft door dit handelen van ING schade geleden.
3.3.
ING voert verweer. ING concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van MCL, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van MCL, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van MCL in de kosten van deze procedure.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank beoordeelt de zaak als volgt. Een betaaldienstverlener mag een betalingstransactie slechts uitvoeren met instemming van de betaler. De betalingstransacties moeten plaatsvinden in de valuta die tussen de partijen zijn overeengekomen. Indien een betaaldienstgebruiker aanvoert dat de betalingstransactie niet correct is uitgevoerd, is zijn betaaldienstverlener gehouden het bewijs te leveren dat de betalingstransactie juist is geboekt. ING moet dus aantonen dat MCL heeft ingestemd met de betalingen in Australische dollars via de eurorekening, waardoor de koersverliezen zijn ontstaan.
4.2.
De rechtbank oordeelt dat ING daarin is geslaagd. Niet in geschil is dat MCL op 21 februari 2024 opdracht heeft gegeven tot de boekingen ten gunste van de Australische belastingdienst. Daarbij heeft MCL geen opdracht verleend de bedragen eerst naar de eurorekening te boeken en te wisselen in euro’s. MCL was zich er echter van bewust dat dit nodig was om de opdrachten te kunnen uitvoeren.
4.3.
In juni 2023 hebben partijen uitvoerig gecorrespondeerd over de manier waarop de boekingen vorm zouden worden gegeven, waarbij MCL werd bijgestaan door een advocaat. In haar e-mail van 28 juni 2023 heeft ING uitdrukkelijk gewezen op de noodzaak de betalingen in euro’s om te zetten: ING zal dan eerst de saldi op de vreemde valutarekeningen moeten omzetten naar euro’s. Van algemene bekendheid is dat daardoor koersverliezen optreden.
4.4.
Wel heeft de advocaat van MCL op 25 januari 2024 gevraagd te bevestigen dat de boekingen rechtstreeks vanaf de Australische dollarrekening zouden worden verricht. ING heeft die bevestiging niet gegeven. Zij heeft ook niet op het tegendeel gewezen, maar dat had zij in de e-mail van 28 juni 2023 al wel gedaan. MCL mocht er dus niet van uitgaan dat een rechtstreekse boeking mogelijk was.
4.5.
In haar e-mail van 30 juli 2024 en in deze procedure heeft ING uitgelegd dat de omwisseling in euro’s onvermijdelijk was. Op de bankrekeningen van MCL lag immers beslag, zodat het niet was toegestaan en door de inrichting van het systeem van ING ook niet mogelijk was betalingen rechtstreeks vanaf die rekeningen te verrichten. Voor dergelijke boekingen had ING wel een afzonderlijke tussenrekening, maar deze was uitsluitend beschikbaar in euro’s. De onmogelijkheid om de betalingen rechtstreeks in Australische dollars te verrichten werd dus veroorzaakt door de gelegde beslagen.
4.6.
De rechtbank verwerpt het standpunt van MCL dat ING haar vooraf had moeten waarschuwen voor de omvang van de koersverliezen. Voor de door ING gevolgde werkwijze bestond immers geen beter alternatief. In de strafbeschikking had het openbaar ministerie een betalingsverplichting vastgesteld van € 17,5 miljoen, met de bepaling dat de rest van de banksaldi zou worden overgemaakt aan de Australische belastingdienst. De enige andere mogelijkheid was geweest om alle saldi in euro’s te betalen aan het openbaar ministerie en dit vervolgens de betalingen te laten verrichten aan de Australische belastingdienst. Ook dan waren de koersverliezen opgetreden. Partijen hebben dit alternatief aan de orde gesteld maar verworpen.
4.7.
Aan de uitgevoerde betalingstransacties lag dus een toestemming van MCL ten grondslag. Dit betekent dat ING niet tekort is geschoten in haar verplichtingen en de vorderingen van MCL moeten worden afgewezen.
4.8.
MCL wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten inclusief nakosten betalen. De proceskosten van ING worden begroot op:
- griffierecht
10.188,00
- salaris advocaat
8.714,00
(2 punten × € 4.357)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging vermeld in de beslissing)
Totaal
19.080,00
4.9.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

5.1.
wijst de vorderingen van MCL af,
5.2.
veroordeelt MCL in de proceskosten van € 19.080,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,- plus de kosten van betekening als MCL niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt MCL tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart deze proceskostenvergoeding uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.L. Bolkestein, rechter, bijgestaan door mr. S.C.C. Valk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2025.