ECLI:NL:RBAMS:2025:10662

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
3 december 2025
Publicatiedatum
5 januari 2026
Zaaknummer
C/13/761280 / HA ZA 24-1373
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Schadevergoedingsuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:162 BWArt. 6:166 BWArt. 6:104 BWArt. 843a RvArt. 22 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onrechtmatige verhaalsfrustratie door voortzetting onderneming in andere vennootschap

V-Wave vordert schadevergoeding wegens onrechtmatige verhaalsfrustratie nadat Three Seas Shipping haar activiteiten heeft overgeheveld naar Three Seas Services, beide vennootschappen met dezelfde bestuurders en aandeelhouders. De rechtbank stelt vast dat de onderneming feitelijk is voortgezet door dezelfde bestuurder en dat dit zonder bedrijfseconomische rechtvaardiging is gebeurd, waardoor V-Wave als schuldeiser wordt benadeeld.

Haven Klup c.s. betwist onrechtmatigheid en stelt dat Three Seas verlieslatend was en de activiteiten daarom zijn gestaakt. De rechtbank acht dit onvoldoende onderbouwd en wijst het verweer af. De vordering wordt toegewezen voor zover deze ziet op Three Seas Services en de bestuurder [gedaagde 8], die persoonlijk ernstig verwijtbaar heeft gehandeld.

De overige gedaagden worden niet aansprakelijk gehouden wegens onvoldoende betrokkenheid. De rechtbank verwijst de schadevaststelling naar een schadestaatprocedure en wijst de inzagevordering af wegens prematuriteit en gebrek aan relevantie. Proceskosten worden toegewezen aan V-Wave tegen Three Seas Services en de bestuurder.

Uitkomst: Three Seas Services en bestuurder worden aansprakelijk gesteld voor onrechtmatige verhaalsfrustratie en veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer: C/13/761280 / HA ZA 24-1373
Vonnis van 3 december 2025
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
V-WAVE SHIPPING S.A.,
gevestigd te Monrovia (Liberia),
eiseres in de hoofdzaak en in het incident (artikel 843a Rv),
hierna te noemen: V-Wave,
advocaat: mr. B.G.F. Simons,
tegen
de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid
1.
HAVEN KLUP B.V.,
2.
THREE SEAS SERVICES B.V.,
3.
NEPA SHIPPING B.V.,
4.
MED ASIA SHIPPING B.V.,
5.
NEPA BEHEER B.V.,
6.
NEPA HOLDING B.V.,
7.
[gedaagde 7] B.V.,
alle gevestigd te [vestigingsplaats] ,
8.
[gedaagde 8],
wonende te [woonplaats 1] ,
9.
[gedaagde 9],
wonende te [woonplaats 2] (Spanje),
gedaagden in de hoofdzaak, verweersters in het incident,
hierna samen te noemen: Haven Klup c.s.,
advocaat: mr. M.J.R. Jansen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het vonnis in incident zekerheidsstelling van 20 augustus 2025;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 7 oktober 2025 met de daarin genoemde stukken.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
V-Wave is een vervrachter en (was) eigenaar van het zeeschip de ‘Vantage Wave’.
2.2.
Gedaagde sub 1 is een onderneming die zich onder de naam Three Seas Shipping B.V. (hierna: Three Seas
Shipping) bezighield met de bevrachting van schepen. Three Seas
Shippinghuurde schepen van vervrachters, zoals V-Wave, en bood deze aan aan partijen die goederen over zee wilden vervoeren.
2.3.
Bestuurders van Three Seas
Shippingzijn gedaagde sub 8 ( [gedaagde 8] ) en (indirect, gedaagde sub 9 ( [gedaagde 9] ). [gedaagde 8] en [gedaagde 9] zijn ieder ook (indirect) minderheidsaandeelhouder van Three Seas
Shipping. De overige uiteindelijke aandeelhouders van Three Seas
Shippingzijn, naar de rechtbank begrijpt, naast [gedaagde 9] , een aantal aandeelhouders in Hong Kong, Bangkok en Singapore. Een ‘Organisation chart’ van de vennootschapsrechtelijke structuren die in deze en de volgende alinea’s worden beschreven, is hierna opgenomen onder 4.6.
2.4.
[gedaagde 9] is (indirect) ook de enig aandeelhouder van gedaagde sub 6 (Nepa Holding) en gedaagde sub 7 ( [gedaagde 7] ).
2.5.
In maart 2021 hebben V-Wave en Three Seas
Shippingeen bevrachtingsovereenkomst gesloten, op grond waarvan V-Wave als vervrachter het zeeschip de Vantage Wave met kapitein en crew aan Three Seas
Shippingter beschikking heeft gesteld. In deze overeenkomst staat een rechtskeuze voor Engels recht en dat geschillen worden beslecht in arbitrage, in Londen.
2.6.
Tussen V-Wave en Three Seas
Shippingis een geschil ontstaan. Op 19 november 2021 heeft V-Wave een arbitrageprocedure aanhangig gemaakt in Londen, waarin zij betaling van een bedrag van ruim USD 1,4 miljoen vorderde.
2.7.
Op 22 december 2021 is gedaagde sub 2, Three Seas Services B.V. (hierna: Three Seas
Services), opgericht met als bestuurders [gedaagde 8] en (indirect, tot 30 december 2023) [gedaagde 9] . [gedaagde 8] en [gedaagde 9] werden ieder ook (indirect) minderheidsaandeelhouder van Three Seas
Services. De overige aandelen van Three Seas
Serviceszijn, naar de rechtbank begrijpt, uiteindelijk in handen van een aantal aandeelhouders in Hong Kong, Bangkok en Singapore.
2.8.
Gedaagde sub 4, Med Asia Shipping B.V., is een (gedeeltelijke) zustervennootschap van Three Seas
Shippingen Three Seas
Services, waarvan de (uiteindelijke, indirecte) aandeelhouders zijn [gedaagde 9] en een aantal aandeelhouders in Hong Kong, Bangkok en Singapore.
2.9.
Op 23 december 2021 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam V-Wave verlof verleend voor het leggen van conservatoir derdenbeslag ten laste van Three Seas
Shipping, met begroting van de vordering op ruim USD 1,7 miljoen.
2.10.
De activiteiten van Three Seas
Shippingzijn eind 2021/begin 2022 “tot een einde gekomen”.
2.11.
In een
Partial Final Awardin de arbitrageprocedure in Londen van 4 juli 2022 is Three Seas
Shippingveroordeeld tot betaling aan V-Wave van een bedrag van USD 145.517,70 te vermeerderen met rente. Op 14 augustus 2022 heeft Three Seas
Shippingop grond van dit vonnis USD 153.433,93 betaald aan V-Wave.
2.12.
Op 24 juli 2023 is de naam van Three Seas
Shippinggewijzigd in Haven Klup B.V.
2.13.
Bij beschikking van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam van 31 mei 2024 (nadat de voorzieningenrechter voorwaardelijk verlof had verleend en partijen vervolgens op 29 mei 2024 waren gehoord) is de vordering van V-Wave (her)begroot op USD 1.292.549,90 en verlof verleend tot het leggen van onder meer conservatoir derdenbeslag en beslag op roerende zaken. In de beschikking is, voor zover van belang, overwogen dat summierlijk aannemelijk is dat V-Wave op – kort gezegd – Haven Klup c.s. een vordering heeft uit onrechtmatige daad:
“2.3.2. (…) Op zitting is gebleken dat de activiteiten van [Three Seas
Shipping] vanwege het geschil met V-Wave zijn overgegaan naar een of meerdere verweerders zonder dat daarvoor een vergoeding is betaald. Gegeven het feit dat [Three Seas
Shipping] in 2021 een lopende onderneming had, is de overgang zonder goodwillvergoeding potentieel onrechtmatig jegens V-Wave (…).
(…)
2.3.4.
De vervolgvraag is welke omvang de vordering op [Haven Klup c.s.] heeft. (…) op basis van de beschikbare informatie is het niet reëel dat [Three Seas
Shipping] de vordering van V-Wave in belangrijke mate had kunnen voldoen als er geen overdracht had plaatsgevonden of als er een goodwillvergoeding bij de overdracht was betaald.
(…)”.
2.14.
Bij vonnis van 29 augustus 2024 [1] heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam de beslagen die V-Wave ten laste van gedaagden sub 2 t/m 8 had gelegd opgeheven, omdat Haven Klup c.s., kort gezegd, voldoende zekerheid had gesteld in de vorm van een bankgarantie.
2.15.
Op 7 november 2024 is in de arbitrageprocedure uitspraak gedaan. In dit
Partial Final Award(hierna: het arbitrale vonnis) is de vordering van V-Wave (grotendeels) toegewezen.
2.16.
In opdracht van MS Amlin B.V. (kennelijk de aansprakelijkheidsverzekeraar van Haven Klup c.s.) heeft Kruger Corporate Finance B.V. een indicatieve waardering opgesteld “inzake de activiteiten van Thee Seas
Shippingper 31-12-2021”. De rapportage is opgeleverd op 6 december 2024 (hierna: het Kruger rapport). Het rapport begint met een disclaimer waarin onder meer het volgende staat:
“(…)
  • Aanleiding voor de economische waardebepaling is een geschil met een rederij.
  • Kruger heeft daarvoor de schriftelijk aangeleverde informatie, alsmede de intern ter beschikking gestelde cijfers bestudeerd. Daarnaast zijn gesprekken gevoerd met een aandeelhouder van De Onderneming [Three SeasShipping/Haven Klup, rb].
  • Deze rapportage is een bondige weergave van onze belangrijkste bevindingen, conclusies en aanbevelingen en is niet volledig zonder mondelinge toelichting van Kruger.
  • Het opgenomen cijfermateriaal is gebaseerd op door de onderneming verstrekte gegevens, waarnaar door Kruger geen op zichzelf staand onderzoek is verricht en waarop door Kruger geen accountantscontrole is toegepast.
(…)”.
2.17.
V-Wave heeft hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam van 31 mei 2024 (zie 2.13), omdat zij het niet eens was met het bedrag waarvoor haar vordering door de voorzieningenrechter is (her)begroot. In het hoger beroep heeft op 31 januari 2025 een mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarvan proces-verbaal is opgemaakt. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagde 8] onder meer het volgende verklaard:
“- Er was niets/geen onderneming op de markt te verkopen. (…) Er waren alleen contracten in Haven Klup.
- Je hebt een bepaald vehikel nodig om zaken te doen. Je naam en plaats in de markt zijn verbonden aan jou als persoon. (…)
- (…) er was niets te verkopen aan een derde als ik wel verder was gegaan. Er staat niks op de balans behalve gelden er zijn geen werknemers of andere assets. De computers die ik gebruikte zijn van mij persoonlijk. Ik ben geen medewerker. Ik stuur een managementfactuur. Dat is vrij gebruikelijk in de scheepvaart.
(…)”.
2.18.
Bij beschikking van 25 februari 2025 van het gerechtshof Den Haag [2] is de beschikking van de voorzieningenrechter bekrachtigd.
2.19.
V-Wave heeft cassatieberoep ingesteld tegen de beschikking van het gerechtshof.

3.Het geschil

in de hoofdzaak
3.1.
V-Wave vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Haven Klup c.s. veroordeelt tot betaling aan V-Wave van de schade die V-Wave door het onrechtmatig handelen rondom de verhaalsfrustratie heeft geleden, voor zover niet betaald door of namens Haven Klup of verhaald op Haven Klup op grond van het arbitrale vonnis en naar aanleiding daarvan gelegde beslagen, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, met veroordeling van Haven Klup c.s. in de proceskosten, de beslagkosten daaronder begrepen.
3.2.
Haven Klup c.s. voert verweer. Haven Klup c.s. concludeert tot afwijzing van de vorderingen van V-Wave met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van V-Wave in de proceskosten.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, bij de beoordeling ingegaan.
in het incident
3.4.
V-Wave vordert dat de rechtbank, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
1. Haven Klup c.s. beveelt om binnen een termijn van twee weken na betekening van het vonnis volledige afschriften te verstrekken van (samengevat)
a. alle (financiële) informatie die door of namens Three Seas Shipping aan Kruger is verstrekt,
b. alle bankafschriften van de zakelijke rekeningen die door Three Seas Shipping zijn gebruikt,
c. alle “
recap-e-mails” van iedere (sub)
charter partydie is onderhandeld en/of gesloten met [gedaagde 8] en is gesloten in naam van Three Seas Shipping/ Haven Klup, en/of Three Seas Services, en/of Nepa Shipping en/of Med Asia Shipping, over de periode 2019 tot heden,
d. alle relevante informatie omtrent de zogenaamde “
outsourced” zevende reis,
2. te bepalen dat deze gegevens desgewenst mogen worden verstrekt onder geheimhouding, met beperking van de inzage tot procespartijen en hun advocaten;
3. Haven Klup c.s. te veroordelen in de proceskosten (inclusief nakosten), te vermeerderen met rente.
3.5.
Haven Klup c.s. concludeert tot afwijzing van de vorderingen van V-Wave, althans vraagt een veroordelend vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, met veroordeling van V-Wave in de proceskosten.

4.De beoordeling in de hoofdzaak

Standpunt V-Wave
4.1.
V-Wave legt aan haar vordering ten grondslag dat Three Seas
Shipping(thans Haven Klup) samen met de aan haar gelieerde vennootschappen en haar (indirecte) bestuurders in groepsverband onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld. V-Wave stelt dat sprake is van verhaalsfrustratie. Three Seas
Shippingen haar (voormalig) bestuurders hebben de vennootschap ontdaan van vermogensbestanddelen door deze
om niet(althans zonder dat daarvoor een realistische prijs is betaald) over te dragen aan Three Seas
Servicesen de onderneming voort te zetten in deze andere vennootschap, onder een (iets) andere naam. Zo zijn de activa (waaronder goodwill en ondernemingsactiviteiten) van Three Seas
Shippingbuiten bereik gebracht van V-Wave als crediteur die (nog) een bedrag van ruim USD 1,7 miljoen van Three Seas
Shipping(thans Haven Klup) heeft te vorderen. V-Wave heeft dit – samengevat en voor zover van belang – als volgt onderbouwd.
4.1.1.
V-Wave heeft haar vordering in arbitrage ingediend op 19 november 2021. Slechts vier weken daarna, op 22 december 2021, is Three Seas
Servicesopgericht. V-Wave heeft van verschillende
brokersvernomen dat de activiteiten van Three Seas
Shippingeind 2021 effectief zijn stopgezet en zijn voortgezet onder de naam Three Seas
Services. Zijdens Three Seas
Shippingis tijdens de zitting bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam op 29 mei 2024 ook bevestigd dat de activiteiten van deze vennootschap eind 2021 “tot een einde zijn gekomen”. De doelomschrijvingen van de beide vennootschappen zijn vrijwel identiek.
4.1.2.
Three Seas
Shippingen Three Seas
Serviceshebben dezelfde bestuurders (UBOs). De (enige) handelende persoon binnen Three Seas
Shippingwas haar bestuurder [gedaagde 8] . Hij is thans ook de enige handelende persoon binnen Three Seas
Services. Three Seas
Shippingen Three Seas
Serviceszijn gevestigd op hetzelfde adres, Three Seas
Services( [gedaagde 8] ) gebruikt hetzelfde e-mailadres als Three Seas
Shipping: [e-mailadres 1] , en hetzelfde telefoonnummer. Daarmee probeert [gedaagde 8] de indruk te wekken dat de bevrachter een al lang gevestigde bevrachter is en geen nieuwkomer.
4.1.3.
Naar buiten toe presenteert Three Seas
Shippingzich (nog steeds) als een actieve vennootschap. De [social media] van Three Seas
Shippingis nog steeds actief en maakt geen melding van Three Seas
Services, dan wel Haven Klup. Bezoekers van de [social media] worden doorgeleid naar de website van Three Seas
Shipping( [internetsite] ). Hoewel op de [social media] wordt aangegeven dat het bedrijf twee tot tien werknemers heeft, is er maar één ‘
Associated member’ en komt men, wanneer men doorklikt naar “ [web link] ”, terecht op de pagina van [gedaagde 8] .
4.1.4.
Ook op de website van de
parent group(de Nepa Group) is het pictogram en de naam van Three Seas
Servicesopgenomen. Daaronder staat dat de vennootschap is opgericht in 2019: “
Three Seas Services is a first-class ship operating company established in October 2019. The company concentrates on operating handysize & handymax tonnage (…)
.Dit klopt niet, want Three Seas
Servicesis opgericht in december 2021. Wanneer men vervolgens op het pictogram van Three Seas
Servicesklikt, wordt men geleid naar een andere website die slechts naar Three Seas
Shippingverwijst. De beschrijving van het bedrijf op deze website luidt: “
Three Seas Shipping is a first-class ship operating company established in October 2019. The company concentrates on operating handysize & handymax tonnage (…)”. V-Wave heeft een uitdraai overgelegd van de website in 2021. Hieruit blijkt dat de website tussen dat moment en het uitbrengen van de dagvaarding niet is gewijzigd.
Standpunt Haven Klup c.s.
4.2.
Haven Klup c.s. voert als volgt verweer. Niet ter discussie staat dat Haven Klup (voorheen Three Seas
Shipping) gehouden is tot betaling aan V-Wave op grond van het arbitrale vonnis. Van onrechtmatig handelen van Haven Klup – en de andere gedaagden – in de vorm van verhaalsfrustratie is echter geen sprake. Haven Klup c.s. licht dit – samengevat en voor zover van belang – als volgt toe.
4.2.1.
De bedrijfsactiviteiten van Three Seas
Shippingzijn gestaakt, omdat zij bedrijfseconomisch gezien niet meer aan haar verplichtingen kon voldoen. Three Seas
Shippingwas in 2021 een kleine, verlieslatende onderneming. Three Seas
Shippingmaakte weliswaar diverse reizen met een behoorlijke omzet, maar daar stonden hoge kosten en grote risico’s tegenover. Haven Klup c.s. verwijst ter onderbouwing hiervan naar het Kruger rapport. In 2020 heeft Three Seas
Shippingeen beperkte winst van iets meer dan USD 13.000 gemaakt en in 2021 heeft zij verlies geleden. Uit het Kruger rapport blijkt verder dat de waarde van de activiteiten van Three Seas
Shippingper 31 december 2021 slechts USD 38.000 bedroeg. Ultimo 2021 was het (geringe) eigen vermogen USD 99.000. Three Seas Shipping beschikte niet over voldoende liquide middelen om haar schuldeisers te kunnen betalen. De jaarcijfers van Three Seas Shipping zijn samengesteld door een gerenommeerd accountantskantoor en zijn conform de voor de accountant geldende standaarden samengesteld.
4.2.2.
Het bestuur van Three Seas
Shippingheeft besloten de activiteiten te staken, omdat deze verlieslatend waren. Het bestuur van een onderneming is niet verplicht om deze voort te zetten. [gedaagde 8] hoefde niet, zoals V-Wave lijkt te stellen, te blijven werken voor Three Seas
Shippingzolang V-Wave nog niet was afbetaald. Hij mag zelf kiezen voor welke vennootschap hij wil werken: “
de slavernij is al lang afgeschaft.
4.2.3.
Three Seas
Shippinghad geen activa, anders dan debiteuren en cash. De vennootschap beschikte niet over personeel, een bedrijfspand, auto’s of voorraden. Er was geen goodwill die te gelde kon worden gemaakt. Three Seas
Shippingmaakte enkel gebruik van de handelsnaam ‘Three Seas’, een website ( [internetsite] ) en een e-mailadres ( [e-mailadres 1] ). Van deze website en dit e-mailadres was Three Seas
Shippingook geen eigenaar. De rechthebbende daarvan is Drakkar Shipping Holding B.V., een vennootschap van [gedaagde 8] . Three Seas
Shippinghad website en e-mailadres dus ook nooit over kunnen dragen. Ten aanzien van de [social media] geldt dat deze in 2019 is aangemaakt en simpelweg nooit is gewijzigd. De scheepvaartwereld is een wereld waarin persoonlijk contact van groot belang is. [gedaagde 8] is een bekende naam in deze wereld. Klanten komen naar hem toe. Niet relevant is met welke vennootschap zij zaken doen. Dit betekent dus dat sprake is van persoonlijke goodwill van [gedaagde 8] en niet van vennootschappelijke goodwill die kan worden overgedragen. Dit wordt ook bevestigd in het Kruger rapport: “
De relatie hangt bij kleine operators, zoals Haven Klup, veel meer aan de persoon dan aan de onderneming.” en “
(…) de exploitatie [is] sterk afhankelijk van het netwerk van [gedaagde 8] .” De klanten waren dus niet door Three Seas
Shippingover te dragen.
4.2.4.
Three Seas
Shippingheeft geen geld ‘weggesluisd’, er was simpelweg geen geld. Het bedrag van (ruim) USD 153.000 dat Three Seas
Shippingop 14 augustus 2022 aan V-Wave heeft betaald, is door de bestuurders aan de vennootschap geleend. Dit toont ook aan dat van (betalings)onwil van de bestuurders geen sprake is.
4.2.5.
De activiteiten van Three Seas
Shippingzijn al vóór november 2021 tot een einde gekomen en dus voordat de vordering in arbitrage op 19 november 2021 was ingediend. De Londense advocaat van Three Seas
Shippingheeft bovendien altijd gezegd dat hij verwachtte dat de vordering in arbitrage zou worden afgewezen. Het bestuur van Three Seas
Shippingmocht er dan ook op vertrouwen dat V-Wave geen vordering zou hebben.
4.2.6.
Vervolgens is in 2023 besloten om de naam van Three Seas
Shippingte veranderen in Haven Klup, dit was ver nadat de activiteiten waren gestaakt. De handelsnaam ‘Three Seas’ werd en wordt nog steeds door meerdere ondernemingen gevoerd. Deze is niet exclusief van Haven Klup. Zij is geen juridisch eigenaar van de naam, dus kon deze dus ook niet overdragen.
4.2.7.
Nu van verhaalsfrustratie geen sprake is, kan ook van aansprakelijkheid van het bestuur geen sprake zijn. Ook van (groeps)aansprakelijkheid van de andere gedaagden, Three Seas
Services, Nepa Shipping en Med Asia Shipping kan geen sprake zijn. Deze vennootschappen zijn op geen enkele wijze betrokken bij de (vermeende) verhaalsfrustratie en V-Wave heeft ook niet toegelicht hoe dat wel het geval zou zijn. [gedaagde 8] is geen bestuurder van deze vennootschappen. Nepa Shipping is bovendien slechts een administratiekantoor.
Grondslag vordering – vragen rechtbank
4.3.
V-Wave heeft in de schriftelijke processtukken het onrechtmatig handelen van Haven Klup c.s. (vooral) gebaseerd op de stelling dat Three Seas
Shippinghaar activa
om nietaan Three Seas
Servicesheeft overgedragen, waardoor de activa (waaronder goodwill en ondernemingsactiviteiten) van Three Seas
Shippingbuiten bereik zijn gebracht van V-Wave als crediteur. V-Wave lijdt, zo stelt zij, schade omdat voor deze activa geen reële prijs is betaald.
4.4.
Haven Klup c.s. voert tegen deze (grondslag van de) vordering verweer door – kort gezegd – te stellen dat de onderneming van Three Seas
Shippingverlieslatend was en dat de vennootschap eind 2021 de vordering van V-Wave eenvoudigweg niet kon betalen en ook niet over (waardevolle) activa beschikte.
4.5.
Voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft de rechter het volgende aan partijen voorgelegd:
De rechter leest de stellingen van V-Wave aldus dat zij zich er (ook) op beroept dat de onderneming van Three Seas
Shipping(thans Haven Klup) feitelijk is voortgezet door Three Seas
Services. Dan komt (ook) het leerstuk misbruik maken van identiteitsverschil/vereenzelviging in beeld. De rechter wil dit gezichtspunt nu vast onder uw aandacht brengen, zodat u de gelegenheid heeft daar tijdens de mondelinge behandeling op in te gaan.
V-Wave stelt in de dagvaarding dat de UBOs van Three Seas
Shipping(thans Haven Klup) bij oprichting ook bestuurder zijn geworden van Three Seas
Services. Uit de producties blijkt niet wie de UBOs zijn. Omdat dit relevant lijkt voor de beoordeling, verzoekt de rechter de advocaten van V-Wave toe te lichten wie deze UBOs zijn, dat wil zeggen welke natuurlijke personen de uiteindelijke zeggenschap hebben in deze beide vennootschappen (en hoe: via welke tussenholding(s)).
Omdat niet zonder meer uit het handelsregister zal blijken wie de UBOs zijn (omdat niet steeds sprake is van 100% aandeelhouderschap, zoals het geval lijkt te zijn bij Three Seas
Shipping(thans Haven Klup) en Three Seas Holding), draagt de rechter (de advocaten van) Haven Klup c.s. (op de voet van artikel 22 Rv Pro) op de rechtbank – en V-Wave – te informeren welke natuurlijke persoon de uiteindelijke zeggenschap heeft (meerderheidsaandeelhouder is) van elke van de gedaagde vennootschappen (en via welke tussenholding(s)).
4.6.
De laatste vraag van de rechter heeft ertoe geleid door (de advocaten van) Haven Klup c.s. de volgende organisatiestructuur in het geding is gebracht:
Oordeel rechtbank
4.7.
Op grond van de vaststaande feiten en – in essentie onbetwist gebleven – stellingen van V-Wave (hiervoor weergegeven onder 4.1.2 t/m 4.1.4) is geen andere conclusie mogelijk dan dat de onderneming van Three Seas
Shippingvanaf eind 2021/begin 2022 – door [gedaagde 8] – is voortgezet in een andere vennootschap met de naam Three Seas
Services. Three Seas
Shippingen Three Seas
Serviceshebben dezelfde bestuurders. De (enige) handelende persoon binnen Three Seas
Shippingwas haar bestuurder [gedaagde 8] . Hij is thans ook de enige handelende persoon binnen Three Seas
Services. Three Seas
Shippingen Three Seas
Serviceszijn gevestigd op hetzelfde adres, [gedaagde 8] gebruikt bij Three Seas
Serviceshetzelfde e-mailadres als bij Three Seas
Shippingen hetzelfde telefoonnummer. Three Seas
Shippingpresenteert zich (althans presenteerde zich tot voor kort) nog steeds als een actieve vennootschap via [social media] en op het internet.
4.8.
Dat sprake is van voortzetting van een en dezelfde onderneming bevestigt Haven Klup c.s. zelf eigenlijk ook: de onderneming wás/ís [gedaagde 8] . Haven Klup c.s. heeft zelf naar voren gebracht dat de scheepvaartwereld een wereld is waarin persoonlijk contact van groot belang is, dat [gedaagde 8] een bekende naam is in deze wereld, dat klanten naar hem toekomen en dat dus niet relevant is via welke vennootschap hij zijn diensten aanbiedt. Verwezen wordt ook naar de verklaring van [gedaagde 8] tijdens de mondelinge behandeling bij het gerechtshof Den Haag (zie 2.17).
4.9.
Bovendien is [gedaagde 8] niet alleen bestuurder van beide ondernemingen, maar ook (minderheids)aandeelhouder. Hij was een van de leden van het bestuur dat besloot de activiteiten van Three Seas
Shippingstop te zetten en hij werd vervolgens (minderheids)aandeelhouder en bestuurder van Three Seas
Services, waarin hij zijn activiteiten voortzette. Het was dus niet ‘gewoon’ een keuze van een ‘gewone’ werknemer om eens voor een andere werkgever te gaan werken, zoals Haven Klup c.s. het wil doen voorkomen.
4.10.
Ter zitting heeft V-Wave nog de aandacht gevestigd op de
fixturelijsten die zijn gebruikt door Three Seas
Shippingen Three Seas
Services. V-Wave heeft toegelicht dat een
fixturelijst in de scheepvaartwereld een cruciaal document is om contracten te kunnen sluiten. Een
fixturelijst laat referenties zien zodat eventuele geïnteresseerde partijen weten met wie zij zaken doen. Op de
fixturelijsten staan de volgende reizen:
Three Seas
Shipping:
(…)
Three Seas
Services:
(…)
4.11.
Hier valt meteen op dat op beide lijsten in de periode van november 2019 tot en met september 2021 dezelfde reizen staan. Op de lijst van Three Seas
Shippingzijn 28 reizen opgenomen en op de lijst van Three Seas
Serviceszijn exact dezelfde reizen opgenomen. Vervolgens loopt deze laatste lijst nog door tot in januari 2024 (in totaal 53 reizen).
4.12.
Het verweer van Haven Klup c.s. dat deze lijst van Three Seas
Servicesslechts is opgesteld voor marketingdoeleinden en dus feitelijk reclame is, kan haar niet baten. Met deze presentatie (‘reclame’) bevestigt zij eenvoudigweg weer dat Three Seas
Servicesde activiteiten van Three Seas
Shippingheeft voortgezet.
4.13.
V-Wave heeft er ook nog op gewezen dat uit e-mailcontact blijkt dat (ruim) na 2021 (het moment dat Three Seas
Shippinghaar activiteiten zou hebben gestaakt) nog steeds daadwerkelijk onder de naam van Three Seas
Shippingwordt gemaild, ook al worden deze activiteiten in naam verricht door Three Seas
Services. In de
fixturelijst van Three Seas
Serviceswordt in december 2022 bijvoorbeeld een reis genoemd van MV Team Focus. Op 19 december 2022 heeft [gedaagde 8] echter van het e-mailadres [e-mailadres 2] een bericht gestuurd naar de kapitein van het schip Team Focus. In deze e-mail schrijft [gedaagde 8] : “
Dear Capt. Pls advise if discharge has already completed and if your departure is already scheduled?
Begin maart 2024 vindt ook een e-mailwisseling plaats met de kapitein van een schip. [gedaagde 8] correspondeert wederom weliswaar namens Three Seas
Services, maar de e-mails worden gestuurd van het e-mailadres [e-mailadres 1] of [e-mailadres 2] . Zo heeft [gedaagde 8] op 1 maart 2024 het volgende bericht gestuurd:

Dear Capt. [naam]
Good day and I would herewith like to welcome you into your upcomin charter with Three Seas Services
(…)
Please make sure that the
following email addresses are always in CC when sending correspondence:
[e-mailadres 1]
[e-mailadres 3]
(…)”.
4.14.
Dit alles wijst – mede in het licht van de timing – in de richting van, zoals V-Wave stelt, overheveling van de activiteiten (en – voor zover aanwezig – activa) van Three Seas
Shippingnaar Three Seas
Servicesmet het oogmerk om verhaal van V-Wave op Shipping onmogelijk te maken. Dit is onrechtmatig tenzij Haven Klup c.s. aannemelijk maakt dat het overhevelen van de activiteiten niet is gedaan met het oogmerk van benadeling maar sprake was van andere (gerechtvaardigde) redenen. [3]
4.15.
Dat [gedaagde 8] niet de volledige zeggenschap heeft in beide vennootschappen, doet in dit geval aan het voorgaande niet af. Hoewel, ondanks vragen van de rechtbank, onduidelijk is gebleven wie de uiteindelijke zeggenschap heeft/hebben in Three Seas
Shippingen Three Seas
Services(wie de UBOs zijn), is duidelijk (zie hiervoor onder 4.6) dat beide vennootschappen deel uitmaken van dezelfde vennootschapsstructuur en (min of meer) dezelfde aandeelhouders hebben. Haven Klup c.s. heeft naar aanleiding van de vraag van de rechter slechts opgemerkt “dat de aandelenverhoudingen tussen de vennootschappen verschillend zijn”, maar heeft niet aangevoerd dat de uiteindelijke zeggenschap in beide vennootschappen niét in handen is van dezelfde (natuurlijke) persoon of personen, onder wie in 2021/2022 – en ook thans nog – in ieder geval [gedaagde 9] (gedaagde sub 9) (zie 4.6).
4.16.
Haven Klup c.s. heeft bovendien op geen enkele manier toegelicht hoe de overheveling van de activiteiten van Three Seas
Shippingnaar Three Seas
Servicesvorm heeft gekregen. Niet is gesteld of gebleken dat daarover gesprekken (laat staan onderhandelingen) zijn gevoerd met de andere (indirecte) aandeelhouders van Three Seas
Shippingen Three Seas
Servicesen enige transactiedocumentatie lijkt er niet te zijn. Ook managementovereenkomsten tussen [gedaagde 8] en de beide vennootschappen zijn niet in het geding gebracht. Enkele (indirecte) aandeelhouders of gelieerde (of anderszins betrokken vennootschappen) zijn gedaagde in deze procedure en zij laten zich alle vertegenwoordigen door dezelfde advocaat (en vertellen dus hetzelfde verhaal). Andere aandeelhouders van Three Seas
Shippingen Three Seas
Serviceshebben zich niet geroerd in deze procedure. Het moet er dan ook voor worden gehouden dat er binnen de groep (zie 4.6) consensus over bestond dat de activiteiten van Three Seas
Shipping– hoewel daar verder geen bedrijfseconomische redenen voor waren, zoals hiervoor is overwogen – werden overgeheveld naar Three Seas
Servicesen dat [gedaagde 8] die activiteiten vanuit Three Seas
Serviceszou voortzetten. Dat beeld wordt bevestigd door de website van Nepa Shipping (de Nepa Group) waarop Nepa Shipping, Med Asia Shipping en Three Seas
Services(met e-mailadres [e-mailadres 1] ) als ‘global partners’ samen staan vermeld.
4.17.
Haven Klup c.s. stelt dat er bedrijfseconomische redenen waren voor de beëindiging van de activiteiten van Three Seas
Shippingen onderbouwt dat met het Kruger rapport. Dat rapport overtuigt geenszins. De activiteiten zijn immers eenvoudigweg voortgezet via een andere vennootschap en het is, zonder nadere toelichting, die niet is gegeven, volstrekt onduidelijk waarom die activiteiten niet gewoon vanuit Three Seas
Shippinghadden kunnen worden voortgezet, zeker niet nu uit alles blijkt dat Three Seas
Services(althans [gedaagde 8] ) de naam van Three Seas
Shippinggebruikt (nodig heeft) in de markt om – kennelijk – aan te tonen dat
ship ownersmet hem in zee kunnen gaan. [gedaagde 8] gebruikt immers, zoals hiervoor is besproken, het
track record(de
fixturelijst) – en dus de goodwill – van Three Seas
Shipping.
4.18.
De blote stelling dat geen sprake was van (betalings)onwil van de bestuurders, omdat zij het bedrag van ruim USD 153.000 dat Three Seas
Shippingop 14 augustus 2022 aan V-Wave heeft betaald, aan de vennootschap zouden hebben geleend, werpt geen ander licht op de zaak. Niet gesteld of gebleken is hoe deze ‘lening’ tot stand is gekomen en dat de bestuurders dit bedrag uit eigen zak hebben betaald.
4.19.
Ook het verweer van Haven Klup c.s. dat het bestuur van Three Seas
Shippingerop mocht vertrouwen dat V-Wave geen vordering zou hebben en het beëindigen van de activiteiten van Three Seas
Shipping– dus – geen verband hield met de (te verwachten) vordering V-Wave, kan Haven Klup c.s. niet baten. Daarmee is immers nog steeds geen andere – goede bedrijfseconomische – reden voor het beëindigen van de activiteiten (en voortzetten daarvan in Three Seas
Services)gegeven. Dit verweer is ook moeilijk te rijmen met de vermelding in het Kruger rapport dat een “Grote reis” in juni 2021 “is uitbesteed tegen ca. nul in verband met genoemd juridisch geschil” (het geschil met V-Wave).
4.20.
De stelling van Haven Klup c.s. dat Three Seas
Shippingniet beschikte over voldoende liquide middelen om haar schuldeisers te kunnen betalen is onvoldoende onderbouwd en onbegrijpelijk en wordt daarom gepasseerd. Van (onbetaalde) schuldeisers (anders dan V-Wave) is niet gebleken. Via Three Seas
Servicesis omzet gegenereerd en niet gesteld of gebleken is dat Three Seas
Servicesook geen bloeiende onderneming is. Die omzet had eigenlijk in Three Seas
Shippingterecht moeten komen. V-Wave is aldus bewust afgehouden van de winstpotentie van de onderneming.
Tussenconclusie: verhaalsfrustratie
4.21.
Nu Haven Klup c.s. niet aannemelijk heeft gemaakt dat er een (gerechtvaardigde) reden was voor het overhevelen van de activiteiten van Three Seas
Shippingnaar Three Seas
Services, staat vast dat sprake is van onrechtmatig handelen (verhaalsfrustratie). Er wordt geen aanleiding gezien om Haven Klup c.s. in de gelegenheid te stellen nader bewijs te leveren van het tegendeel. Zij heeft ook geen relevant bewijsaanbod gedaan.
4.22.
Het is meer dan aannemelijk dat V-Wave als het gevolg van deze verhaalsfrustratie schade heeft geleden. Dat betekent dat de vordering strekkende tot verwijzing naar schadestaat kan worden toegewezen.
Welke gedaagde partij(en) is/zijn aansprakelijk?
4.23.
Dit alles betekent allereerst dat V-Wave haar vordering (ook) kan verhalen op Three Seas
Services(gedaagde sub 2). V-Wave moet haar vordering (in beginsel) kunnen verhalen op de vermogenstoename in deze vennootschap.
4.24.
Ook [gedaagde 8] (gedaagde sub 8) heeft als bestuurder onrechtmatig gehandeld. Het behoeft op grond van het voorgaande geen betoog dat [gedaagde 8] van de overheveling van de activiteiten – als regisseur – en dus van de verhaalsfrustratie persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. [gedaagde 8] wist (of had in ieder geval behoren te begrijpen) dat de door hem bewerkstelligde handelswijze tot gevolg zou hebben dat Three Seas
Shippinghaar verplichtingen jegens V-Wave niet zou kunnen nakomen.
4.25.
Dit geldt niet voor de andere bestuurder van Three Seas
Shippingen Three Seas
Services, Nepa Beheer (gedaagde sub 5) en haar (indirecte) bestuurder [gedaagde 9] (gedaagde sub 9). Dat deze andere bestuurder een actieve rol heeft gespeeld bij de overheveling van de activiteiten en, zo ja, welke, heeft V-Wave in het geheel niet toegelicht. Hoewel aannemelijk is dat ook hij op zijn minst op de hoogte is geweest van de gang van zaken, is onvoldoende gesteld om hem ook persoonlijk een ernstig verwijt te maken. Dat blijkt ook uit de in de dagvaarding gebruikte terminologie “V-Wave heeft de indruk”, “het is mogelijk”, “het is opmerkelijk”.
4.26.
Voor (groeps)aansprakelijkheid van de andere gedaagden, Nepa Shipping (gedaagde sub 3), Med Asia Shipping (gedaagde sub 4), Nepa Holding (gedaagde sub 6) en [gedaagde 7] (gedaagde sub 7) heeft V-Wave ook onvoldoende gesteld. Onduidelijk is of deze vennootschappen wel tot dezelfde ‘groep’ behoren als Three Seas
Shippingen Three Seas
Servicesals bedoeld in artikel 6:166 BW Pro, of wie de bestuurders zijn van deze vennootschappen, V-Wave heeft dat niet onderbouwd. V-Wave heeft op geen enkele wijze toegelicht op welke wijze deze vennootschappen betrokken zouden zijn geweest bij de verhaalsfrustratie. V-Wave stelt slechts dat ook Med Asia Shipping subcharters heeft afgesloten en dat V-Wave door de markt is geïnformeerd dat (enkele van) deze vennootschappen bij gelegenheid ook worden voorgedragen door [gedaagde 8] . Dat is onvoldoende om te kunnen spreken van groepsaansprakelijkheid: het enkele feit dat deze vennootschappen (mogelijk) – via [gedaagde 8] – opdrachten hebben uitgevoerd waar Three Seas
Shippingdat ook had kunnen doen, of dat door Three Seas
Shipping– zoals in het Kruger rapport staat vermeld – een “Grote reis” in juni 2021 “is uitbesteed tegen ca. nul in verband met genoemd juridisch geschil” (het geschil met V-Wave), maakt nog niet dat deze vennootschappen een bijdrage hebben geleverd aan een “groepsgedraging” en zich bewust zijn geweest van de kans op schade (door verhaalsfrustratie) als gevolg daarvan.
4.27.
Dit alles betekent dat de verwijzing naar de schadestaatprocedure zal worden toegewezen jegens Three Seas
Services(gedaagde sub 2) en [gedaagde 8] (gedaagde sub 9), op de wijze zoals in de beslissing vermeld. Bij een veroordeling van Haven Klup op grond van onrechtmatige daad heeft V-Wave geen belang. Haven Klup moet (zoals zij zelf ook erkent) al betalen aan V-Wave op grond van het arbitrale vonnis.
Beslag- en proceskosten
4.28.
V-Wave vordert verder betaling van de beslagkosten. In het lichaam van de dagvaarding schrijft V-Wave echter dat in de schadestaat de beslagkosten zullen worden opgevoerd en (alsnog) met stukken onderbouwd. Nu V-Wave de beslagkosten in deze procedure niet heeft “opgevoerd” (geen berekening van die kosten heeft gemaakt en dus geen bedrag vordert), maar slechts beslagstukken in het geding heeft gebracht, zal ook deze schadepost inderdaad worden verwezen naar de schadestaatprocedure.
4.29.
Three Seas
Servicesen [gedaagde 8] zullen als de in het ongelijk gestelde partijen worden veroordeeld in de proceskosten (inclusief nakosten). De proceskosten van V-Wave worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
135,97
- griffierecht
688,00
- salaris advocaat
8.714,00
(2 punten × € 4.357)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
9.715,97
4.30.
De vorderingen tegen de overige gedaagden worden weliswaar afgewezen, maar nu zij door dezelfde advocaat worden bijgestaan, is niet gebleken dat zij afzonderlijk kosten hebben gemaakt, zodat geen aanleiding bestaat om V-Wave hun proceskosten te laten betalen.
De beoordeling in het incident
4.31.
Aan haar incidentele vordering tot inzage legt V-Wave ten grondslag dat cruciaal voor de beoordeling van zowel (i) de aansprakelijkheid als (ii) de omvang van de schade is om inzicht te krijgen in de relevante geldstromen, transactiestructuren en de feitelijke verhoudingen binnen de charterconstructie van de betrokken entiteiten.
Ad (i): aansprakelijkheid
4.32.
Zoals in de hoofdzaak is overwogen zijn geen verdere stukken nodig om de aansprakelijkheid van Three Sea
Servicesen [gedaagde 8] te beoordelen en vast te stellen. In zoverre heeft V-Wave dan ook geen belang bij haar inzagevordering.
4.33.
In de hoofdzaak is overwogen dat V-Wave onvoldoende heeft gesteld om te kunnen concluderen tot aansprakelijkheid van de andere gedaagden. V-Wave heeft onvoldoende toegelicht hoe de door haar gevorderde stukken kunnen bijdragen aan de nadere onderbouwing van haar vordering uit hoofde van onrechtmatige daad (verhaalsfrustratie) op die andere gedaagden. Zoals in de hoofdzaak is overwogen, is daarvoor onvoldoende dat deze vennootschappen mogelijk opdrachten hebben uitgevoerd die ook door Three Seas
Shippinghadden kunnen worden uitgevoerd. Voor zover V-Wave de stukken heeft gevorderd om de verwijten aan de overige gedaagden te kunnen concretiseren, is sprake van een
fishing expedition. Dat betekent dat ook om die reden de inzagevordering niet kan worden toegewezen.
Ad (ii): omvang van de schade
4.34.
De inzagevordering is met name gericht op stukken die ten grondslag liggen aan het Kruger rapport. Die stukken kunnen van belang zijn in de schadestaatprocedure. Het is echter maar de vraag op welke partij in de schadestaatprocedure de bewijslast van de omvang van de schade zal liggen. Het is wel duidelijk hoeveel schade V-Wave lijdt: haar schade is gelijk aan (het restant van) haar vordering op Haven Klup op grond van het arbitrale vonnis. In de schadestaat zal de hoogte van die vordering moeten worden vastgesteld, maar om de hoogte van dat bedrag te onderbouwen heeft V-Wave geen stukken van Haven Klup c.s. nodig.
4.35.
Vervolgens zal in de schadestaatprocedure de vraag aan de orde komen welk deel van die schade V-Wave op Three Sea
Servicesen [gedaagde 8] kan verhalen. De rechtbank begrijpt het betoog van Haven Klup c.s. als een betwisting van het causaal verband: ook zonder de overheveling van de activiteiten aan Three Sea
Serviceshad Three Sea
Shippingnooit aan het arbitrale vonnis kunnen voldoen. Het is echter niet zonder meer duidelijk of de bewijslast daarvan wel op V-Wave rust. Dat is mogelijk het geval als de rechter in de schadestaatprocedure de redenering van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam volgt (zie 2.13), maar dat staat niet vast. Bartman en Olaerts [4] bepleiten dat in het geval de aangesproken bestuurder er niet in slaagt om een zakelijk motief voor de overheveling van de activiteiten aan te tonen (zoals hier), de schuldeiser zijn vordering als zodanig kan verhalen op de opvolgende vennootschap. Een vermogenstoename uit nagekomen opdrachten komt dan direct ten goede aan de schuldeiser. Deze laatste benadering spreekt de rechtbank aan, mede omdat deze benadering ook aansluit bij de schadebegroting op basis van artikel 6:104 BW Pro, maar het is aan de rechter in de schadestaatprocedure om de omvang van de schade(vergoeding) vast te stellen en ook om te bepalen welke partij in het kader daarvan wat moet bewijzen. In die zin is inzage in de gevorderde stukken dan ook op dit moment nog niet nodig en zal om die reden worden afgewezen.
4.36.
Omdat bij deze stand van zaken niet kan worden geoordeeld dat een van partijen in het (on)gelijk is gesteld, zullen de proceskosten in het incident worden gecompenseerd, in die zin dat elk van partijen de eigen kosten draagt.

5.Beslissing

De rechtbank
in de hoofdzaak
5.1.
veroordeelt Three Seas Services en [gedaagde 8] de schade die V-Wave als gevolg van hun onrechtmatig handelen (verhaalsfrustratie) heeft geleden, te vergoeden, nader op de te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet,
5.2.
veroordeelt Three Seas Services en [gedaagde 8] in de proceskosten van € 9.715,97, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening, als Three Seas Services en [gedaagde 8] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af,
In het incident
5.5.
wijst het gevorderde af,
5.6.
compenseert de kosten in die zin dat elke van partijen de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Dudok van Heel, bijgestaan door mr. S.C.C. Valk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2025.

Voetnoten

3.Vgl. Gerechtshof Den Haag 7 januari 2020,
4.Zie voetnoot 3