ECLI:NL:RBAMS:2025:10673
Rechtbank Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van een klaagschrift inzake inbeslaggenomen voorwerpen in het kader van een strafvorderlijk onderzoek
Op 24 december 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een klaagschrift op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering. Klaagster, geboren in 1997, heeft een klaagschrift ingediend tegen de inbeslagname van verschillende voorwerpen, waaronder luxe tassen en portemonnees, die in beslag zijn genomen in het kader van een strafvorderlijk onderzoek tegen haar vriend, de beslagene. De inbeslagname vond plaats op 30 april 2024 in de woning waar klaagster en de beslagene samenwoonden. De rechtbank heeft op 11 december 2025 de zaak behandeld in openbare raadkamer, waarbij klaagster niet aanwezig was, maar de beslagene wel is gehoord. Klaagster heeft aangevoerd dat de voorwerpen aan haar toebehoren, maar de rechtbank oordeelt dat zij niet voldoende bewijs heeft geleverd om aan te tonen dat zij rechthebbende is. De rechtbank heeft vastgesteld dat de voorwerpen van luxe merken zijn en dat er sterke aanwijzingen zijn dat de beslagene, haar vriend, de eigenaar of mede-eigenaar is. De rechtbank heeft het beklag ongegrond verklaard, wat betekent dat de inbeslaggenomen voorwerpen niet aan klaagster worden teruggegeven.