ECLI:NL:RBAMS:2025:1069
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot terugbetaling deel geldlening niet verjaard, betaling opgelegd
De zaak betreft een vordering van ING Bank tegen [gedaagde] voor terugbetaling van een deel van een geldlening die is verstrekt aan haar onderneming. De kredietovereenkomsten dateren uit 2007 en 2008 en zijn geëindigd door het faillissement van [gedaagde] in 2012. ING vordert betaling van €12.500, een deel van het openstaande bedrag.
[gedaagde] betwist de hoogte van de schuld en stelt dat de vordering is verjaard vanwege het faillissement en de verstreken tijd. De rechtbank oordeelt dat de vordering niet verjaard is omdat ING de verjaring steeds heeft gestuit door regelmatig betalingsverzoeken en het treffen van een betalingsregeling in 2016.
Het verzoek van [gedaagde] om kwijtschelding van de schuld wordt afgewezen, ondanks haar financiële situatie en faillissement. Zij wordt veroordeeld tot betaling van het gevorderde bedrag, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. ING heeft aangegeven bereid te zijn tot een nieuwe betalingsregeling indien [gedaagde] daaraan meewerkt.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt [gedaagde] tot betaling van €12.500 aan ING Bank, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.