Op 31 december 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de aan de veroordeelde opgelegde ISD-maatregel afgewezen. De rechtbank had eerder op 7 juni 2024 de ISD-maatregel voor de duur van twee jaren opgelegd aan de veroordeelde, die in de Basisregistratie Personen staat ingeschreven. De rechtbank heeft kennisgenomen van de processtukken, waaronder het verzoek van de raadsman van de veroordeelde tot tussentijdse toetsing van de ISD-maatregel. De rechtbank heeft vastgesteld dat de veroordeelde niet gemotiveerd is voor behandeling en dat zijn klinische behandeling niet van de grond is gekomen. Er zijn zorgen over zijn psychische toestand en het risico op recidive is onverminderd hoog. De rechtbank heeft geconcludeerd dat de voortzetting van de ISD-maatregel noodzakelijk is voor de beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van recidive. De rechtbank heeft een trajectplan opgesteld voor de resterende periode van de ISD-maatregel, waarin leefstijl- en cognitieve vaardigheidstrainingen worden aangeboden. De rechtbank heeft de beslissing genomen om het verzoek tot beëindiging van de ISD-maatregel af te wijzen en de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel te vereisen.