ECLI:NL:RBAMS:2025:10719

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
25 november 2025
Publicatiedatum
6 januari 2026
Zaaknummer
C/13/779173 / HA RK 25-415
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verschoning
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 512 SvArt. 518 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens eerdere politieke functie

Bij de rechtbank Amsterdam is een verzoek tot verschoning ingediend door een rechter die lid is van de Wrakingskamer die een wrakingsverzoek behandelt. De rechter heeft aangegeven dat hij tussen 1984 en 1986 als ombudsmedewerker voor de Tweede Kamerfractie van de PvdA heeft gewerkt. Dit leidde tot een geobjectiveerde vrees dat hij de zaak niet onpartijdig zou kunnen behandelen.

De rechtbank heeft het verzoek beoordeeld op grond van artikel 518 van Pro het Wetboek van Strafvordering en geoordeeld dat de behandeling van een verschoningsverzoek niet per se ter terechtzitting hoeft plaats te vinden. De rechtbank besloot zonder mondelinge behandeling het verzoek toe te wijzen.

De rechtbank motiveert dat verschoning dient ter verzekering van het vertrouwen in de rechterlijke onpartijdigheid. Gezien de eerdere politieke functie van de rechter acht de rechtbank het aannemelijk dat een redelijke derde kan twijfelen aan zijn onpartijdigheid.

Als gevolg van de toewijzing wordt de behandeling van het wrakingsverzoek voortgezet door een Wrakingskamer in een andere samenstelling, waarbij een vervanger voor de rechter wordt aangezocht. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen vanwege geobjectiveerde vrees voor partijdigheid door eerdere politieke functie.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer

Beslissing op het onder rekestnummer C/13/779173 / HA RK 25/415 ingeschreven verzoek tot verschoning ingediend door:
mr. H.J. Tijselink, bestuursrechter bij de rechtbank Amsterdam, tevens lid van de Wrakingskamer van 26 november 2025, hierna: de rechter.

1.De procedure

Bij de Wrakingskamer van deze rechtbank is onder zaaknummer C/13/777666 / HA RK 25-375 een wrakingsverzoek in behandeling genomen. De mondelinge behandeling van dat verzoek is gepland op 26 november 2025. De rechter is lid van die Wrakingskamer.
Op 22 november 2025 heeft de gemachtigde van verzoeker het volgende bericht van verzoeker aan de Wrakingskamer doorgezonden:
“In het belang van een open en eerlijke rechtsbedeling. Nu door of vanwege (een lid van) de Tweede Kamerfractie van GL/PvdA aangifte - van sterk politieke aard - is gedaan tegen cliënt. Kunnen de leden van de wrakingskamer aangeven of zij voor deze partij(en) een vertegenwoordigende of ondersteunde functie hebben gehad; en zo ja, of dit termen zijn om van de behandeling van de zaak af te zien en hoe dit zich verhoudt tot het opwekken van de schijn van partijdigheid?”
Op 24 november 2025 heeft de rechter met betrekking tot deze zaak bij de Wrakingskamer een verschoningsverzoek ingediend.

2.Het verzoek

Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat sprake kan zijn van een grond tot verschoning en dat de rechter niet wenst dat bij de behandeling van het wrakingsverzoek de discussie gaat over een lid van de Wrakingkamer in plaats van over het wrakingverzoek zelf.

3.De beoordeling

3.1.
Op grond van het bepaalde in artikel 518 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna Sv) dient in een verschoningsprocedure te worden beslist of er sprake is van de in artikel 512 Sv Pro genoemde feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uit voormelde bepaling valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting behoeft plaats te vinden. De rechtbank zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek.
3.2.
Verschoning is een middel ter verzekering van (het vertrouwen in) de rechterlijke onpartijdigheid.
3.3.
De rechtbank oordeelt dat de geobjectiveerde vrees kan ontstaan dat de rechter de zaak niet onpartijdig kan behandelen, gelet op hetgeen de rechter aan zijn verzoek ten grondslag heeft gelegd, te weten dat hij tussen 1984 en 1986 heeft gewerkt voor de Tweede Kamerfractie van de PvdA als ombudsmedewerker. Gelet daarop wordt het verzoek toegewezen.
De rechtbank:
 wijst het verzoek tot verschoning toe en bepaalt dat de behandeling van het wrakingverzoek met zaaknummer C/13/777666 / HA RK 25-375 wordt voortgezet door een Wrakingskamer in een andere samenstelling waarbij voor de rechter een vervanger wordt aangezocht;
 beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 518, tweede lid Sv wordt toegezonden aan:
 de gemachtigde van verzoeker;
 de rechter.
Aldus gegeven door mr. P.B. Martens, voorzitter, mr. N.C.H. Blankevoort en mr. I.M. Bilderbeek,
leden, op 24 november 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.