ECLI:NL:RBAMS:2025:10761

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
3 december 2025
Publicatiedatum
7 januari 2026
Zaaknummer
C/13/779701 / HA RK 25-428
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArt. 8:19 AwbArt. 8:20 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens kennisschappelijke relatie

Bij de rechtbank Amsterdam is een verzoek tot verschoning ingediend tegen een bestuursrechter die is aangewezen voor de behandeling van een bestuursrechtelijke zaak (zaaknummer AWB 24/6607). Het verzoek is gebaseerd op het feit dat de rechter een persoonlijke relatie heeft met een procespartij, namelijk dat hij eiseres kent en ook haar zus en vader, waardoor hij mogelijk op de hoogte is van achtergronden die in de zaak meespelen.

De rechtbank heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:19 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dat bepaalt dat een verschoningsverzoek zonder mondelinge behandeling kan worden beslist. Verschoning dient ter verzekering van het vertrouwen in de rechterlijke onpartijdigheid.

De rechtbank concludeert dat er een geobjectiveerde vrees bestaat dat de rechter de zaak niet onpartijdig kan behandelen vanwege de persoonlijke kennisschappelijke relatie. Daarom wordt het verzoek tot verschoning toegewezen en wordt de zaak voortgezet door een andere rechter. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen en de zaak wordt voortgezet door een andere rechter.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer

Beslissing op het onder rekestnummer C/13/779701 / HA RK 25-428 ingeschreven verzoek tot verschoning ingediend door:
mr. S.D. Arnold, bestuursrechter bij de rechtbank Amsterdam, hierna: de rechter.

1.De procedure

Bij de afdeling Publiekrecht, team bestuursrecht van de rechtbank te Amsterdam is onder zaaknummer AWB 24/6607 een zaak aanhangig die ter behandeling is toegewezen aan de rechter. Op 12 februari 2026 staat deze zaak gepland op de EK zitting van de rechter.

2.Het verzoek

Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat sprake is van een grond tot verschoning, omdat een procespartij of procesdeelnemer onderdeel uitmaakt van de persoonlijke of zakelijke kennissenkring van de rechter.

3.De beoordeling

3.1.
Op grond van het bepaalde in artikel 8:19 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna Awb) dient in een verschoningsprocedure te worden beslist of er sprake is van de in artikel 8:15 Awb Pro genoemde feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uit artikel 8:19 Awb Pro valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting behoeft plaats te vinden. De rechtbank zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek.
3.2.
Verschoning is een middel ter verzekering van (het vertrouwen in) de rechterlijke onpartijdigheid.
3.3.
De rechtbank oordeelt dat de geobjectiveerde vrees kan ontstaan dat de rechter de zaak niet onpartijdig kan behandelen, gelet op hetgeen de rechter aan zijn verzoek ten grondslag heeft gelegd, te weten dat hij eiseres kent, en met name haar zus en vader en dat hij daardoor op de hoogte is van enkele achtergronden die in deze zaak mogelijk meespelen. Gelet daarop wordt het verzoek toegewezen.
De rechtbank:
 wijst het verzoek tot verschoning toe en bepaalt dat de zaak met zaaknummer AWB 24/6607 wordt voortgezet voor een andere rechter;
 beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 8:20 Awb Pro wordt toegezonden aan:
 de rechter;
 eiseres;
 de gemeente Amsterdam.
Aldus gegeven door mr. P.B. Martens, voorzitter, mr. N.C.H. Blankevoort en mr. I.M. Bilderbeek,
leden, op 3 december 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.
Deze beslissing is ondertekend door de oudste rechter omdat de voorzitter daartoe niet in staat is.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.