ECLI:NL:RBAMS:2025:10764

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
8 december 2025
Publicatiedatum
8 januari 2026
Zaaknummer
C/779814 / HA RK 25-431
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verschoning
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 512 SvArt. 518 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verschoningsverzoek rechter wegens eerdere betrokkenheid bij zaak

Bij het Team Familie & Jeugd van de Rechtbank Amsterdam is een strafzaak aanhangig onder parketnummer 13-038976-25. Op 3 december 2025 heeft de betrokken rechter een verzoek tot verschoning ingediend bij de Wrakingskamer, omdat zij eerder een medeverdachte heeft veroordeeld voor medeplegen van hetzelfde feit dat ook aan de verdachte in deze zaak wordt toegerekend.

De rechtbank beoordeelt het verzoek op basis van artikel 518 en Pro 512 van het Wetboek van Strafvordering, waarbij het uitgangspunt is dat verschoning dient ter waarborging van de rechterlijke onpartijdigheid. De behandeling van het verzoek vindt zonder mondelinge behandeling plaats.

De rechtbank concludeert dat er een geobjectiveerde vrees bestaat dat de rechter niet onpartijdig kan zijn, gezien haar eerdere oordeel over de betrokkenheid van de verdachte. Daarom wordt het verzoek toegewezen en wordt de zaak voortgezet door een andere rechter. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen en de zaak wordt voortgezet door een andere rechter.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer
Beslissing op het onder rekestnummer C/13/779814 / HA RK 25/431 ingeschreven verzoek tot verschoning ingediend door:
mr. K. Oldekamp-Bakker, rechter, tevens kinderrechter.

1.De procedure

Bij het Team Familie & Jeugd van de Rechtbank te Amsterdam is onder parketnummer 13-038976-25 een zaak aanhangig die is toegewezen aan de rechter. Op 3 december 2025 heeft de rechter met betrekking tot deze zaak bij de Wrakingskamer een verschoningsverzoek ingediend.

2.Het verzoek

Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat het de rechter bij de voorbereiding van de behandeling is gebleken dat zij eerdere bemoeienis heeft gehad met deze zaak. Zij heeft eerder een medeverdachte veroordeeld voor het medeplegen met een ander van het ook aan deze verdachte te laste gelegde feit.

3.De beoordeling

3.1.
Op grond van het bepaalde in artikel 518 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna Sv) dient in een verschoningsprocedure te worden beslist of er sprake is van de in artikel 512 Sv Pro genoemde feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uit voormelde bepaling valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting behoeft plaats te vinden. De rechtbank zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek.
3.2.
Verschoning is een middel ter verzekering van (het vertrouwen in) de rechterlijke onpartijdigheid.
3.3.
De rechtbank oordeelt dat de geobjectiveerde vrees kan ontstaan dat de rechter de zaak niet onpartijdig kan behandelen nu zij eerder een medeverdachte heeft veroordeeld voor het medeplegen van het ook aan deze verdachte te laste gelegde feit. De rechtbank begrijpt dat de rechter aldus eerder heeft geoordeeld over de betrokkenheid van deze verdachte. Gelet daarop wordt het verzoek toegewezen.
De rechtbank:
 wijst het verzoek tot verschoning toe en bepaalt dat de behandeling van de zaak met parketnummer 13-038976-25 wordt voortgezet voor een andere rechter;
 beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 518, tweede lid Sv wordt toegezonden aan:
 de raadsman van verdachte;
 de rechter; en
 de officier van justitie.
Aldus gegeven door mr. N.C.H. Blankevoort, mr. P.B. Martens, voorzitter, en mr. I.M. Bilderbeek,
leden, op 8 december 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.