Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[verzoeker 2],
1.Verloop van de procedure
2.De feiten en het verzoek
(1) De rechter heeft ondanks een verzoek van verzoekers een fundamentele procedurele onduidelijkheid laten voortbestaan. Verzoekers worden hierdoor in hun belangen geschaad en dit werkt uitsluitend in het voordeel van de wederpartij. De onduidelijkheden die de rechter niet heeft opgelost zien op drie tegenstrijdige versies van een concept-splitsingsakte. De rechter is verzocht een juiste versie te identificeren en de andere versies uit het dossier te verwijderen. Door dit na te laten heeft de rechter de schijn van partijdigheid gewekt.
(2) De rechter heeft het recht op verdediging van verzoekers geschonden door de openbaarmakingsverplichtingen niet af te dwingen. De wederpartij heeft geweigerd documenten te verstrekken die noodzakelijk waren voor de verdediging door verzoekers. Na tussenkomst door de rechter heeft de wederpartij slechts twee documenten overgelegd. Ten aanzien van de overige documenten heeft de rechter het argument van de wederpartij overgenomen dat bij verzoekers “geen voldoende belang" bestond bij het verkrijgen van die documenten. Dit houdt een voorbarig oordeel in van de rechter en vormt daarmee een legitieme grond voor wraking. De onpartijdigheid van de rechter kan hierdoor in twijfel worden getrokken.
(3) De rechter heeft de zaak voortgezet met het oog op het legaliseren van een constructie waarvan de rechtmatigheid actief wordt betwist bij de bestuursrechter, en heeft het verzoek van verzoekers om schorsing genegeerd. De wederpartij wil de splitsingsakte wijzigen omdat het gebouw niet meer overeenkomst met die akte. Haar betoog is geheel gebaseerd op bouwvergunningen. Die vergunningen zijn echter verleend onder de voorwaarde dat er “geen evidente privaatrechtelijke bezwaren” bestonden. De onderhavige procedure is zo’n bezwaar. Verzoekers hebben bij de bestuursrechter de vergunningen aangevochten. De rechter heeft een herhaald verzoek om schorsing, in afwachting van de uitkomst van de zaak bij de bestuursrechter, genegeerd. Dit suggereert dat de rechter de ongefundeerde verklaring van de wederpartij overnam, te weten dat er geen bestuursrechtelijke procedure bestaat en dat uitstel onnodig is. Ook dit bevoordeelt de wederpartij en benadeelt verzoekers en ook dit wekt de schijn van partijdigheid van de rechter.