ECLI:NL:RBAMS:2025:10768

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
8 januari 2026
Zaaknummer
C/13/766808 HA ZA 25-884
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119a BWArt. 6:119 BWArt. 6:96 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling lening en herstel gebrekkige werkzaamheden woning

Partijen hadden een samenwerkingsovereenkomst voor aankoop en renovatie van een woning, waarbij eiseres een lening van €22.000 van gedaagde ontving en gedaagde werkzaamheden uitvoerde. Op 6 december 2023 sloten zij een leningsovereenkomst van €45.000, die eiseres betwistte als vals, maar de rechtbank oordeelde dat deze geldig is en eiseres gehouden is tot betaling.

Eiseres stelde dat gedaagde de renovatiewerkzaamheden niet goed had uitgevoerd en vorderde herstel of schadevergoeding. De rechtbank stelde vast dat gedaagde tekort was geschoten in de uitvoering van bepaalde werkzaamheden, zoals gebreken aan kozijnen, elektra en sanitair, en veroordeelde hem tot herstel conform bouwvoorschriften. De vordering tot schadevergoeding werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

Daarnaast werd eiseres veroordeeld tot betaling van een bedrag van €3.980,- aan gedaagde voor reeds verrichte werkzaamheden. De buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen wegens niet-naleving van wettelijke eisen. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten voor de vordering van eiseres, maar eiseres moet de proceskosten van gedaagde betalen voor de rest van de procedure.

Uitkomst: Eiseres wordt veroordeeld tot betaling van €45.000,- en herstel van gebrekkige werkzaamheden door gedaagde; overige vorderingen worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer: C/13/766808 / HA ZA 25-884
Vonnis van 24 december 2025
in de zaak van
[eiseres],
wonend in [woonplaats 1] ,
eiseres in conventie in het verzet,
verweerster in reconventie,
advocaat: mr. E. Baldan,
tegen
[gedaagde],
wonend in [woonplaats 2] ,
gedaagde in conventie in het verzet,
eiser in reconventie,
advocaat: mr. R. de Falco.
Partijen worden hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van [gedaagde] van 18 oktober 2024 met producties,
  • het tegen [eiseres] verleende verstek,
  • het vonnis van 27 november 2024 waarin de vordering bij verstek is toegewezen,
  • de verzetdagvaarding van [eiseres] met eis in conventie van 11 maart 2025 met producties,
  • de conclusie van antwoord in conventie met eiswijziging in reconventie met producties,
  • het tussenvonnis van 9 juli 2025 waarin de mondelinge behandeling is bepaald,
  • het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 19 september 2025 en de daarin genoemde stukken.

2.De feiten

2.1.
[eiseres] is boekhouder en heeft enige tijd de boekhouding gedaan voor [gedaagde] , die een aannemersbedrijf heeft. Partijen besloten in 2021 samen een woning in [plaats] te kopen en op te knappen voor de verkoop.
2.2.
Op 9 maart 2022 heeft [eiseres] de woning gekocht en op haar naam gezet. Zij heeft voor de aankoop € 22.000,- geleend van [gedaagde] . Op 2 september 2022 heeft [gedaagde] de volgende afspraken over hun project aan [eiseres] gemaild:
“ (…) 1. Zoals afgesproken, het afsluiten van een hypotheek voor de aankoop van het appartement is uw verantwoordelijkheid, met gebruik van uitsluitend uw documentatie voor het lenen van de volledige aankoopsom.
2. De onderschreven [gedaagde] zal het appartement renoveren, en de kosten van de renovatie volledig dragen tot max. 25.000 euro. In het geval dat er een hoger bedrag nodig zal zijn voor de renovatie, de twee partijen zullen dit voor de helft splitten en betalen.
3. De kosten voor de renovatie zullen van de verkoopbedrag gehaald worden, en terug aan ondertekende [gedaagde] betaald worden.
4. De aankoop van de appartement is volledig ter investering met de unieke akkoord dat de appartement zal meteen na de renovatie weer verkocht worden. De winst uit de verkoop zal tussen u en onderschreven verdeeld worden, op gelijke wijze: 50/50.
5. Alle uitgaven voor de aankoop, notaris, belasting etc. zullen in mindering gebracht worden op het moment dat het appartement weer verkocht wordt, voor de persoon die de kosten heeft betaald. (…)”
2.3.
Na start van de werkzaamheden hebben [gedaagde] en [eiseres] op 6 december 2023 een overeenkomst ondertekend, waarin [gedaagde] ‘Lender’ is en [eiseres] ‘Borrower’. Daarin staat:
“ (…) a) the Lender has loaned € 22.000,00 to [eiseres] in order for her to buy the apartment (…);
b) moreover the Lender, who is a professional contractor, performed works in the Apartment for a value of € 23.000,00;
c) the Borrower acknowledges such debt towards [gedaagde] and intends to repay it in arrears;
on the basis of the above premises, which form integral part of this contract, parties have agreed the following:
1. By undersigning this contract Borrower expressly acknowledges to be debtor of Lender for the capital amount of € 45.000,00 (…).
2. Borrower undertakes to repay the Debt in 9 monthly arrears of € 5.000,00 each to be received on the Lender’s bank account not later than the end of each month, starting from December 2023
3. Should the Borrower miss a repayment or pay later than the agreed time, then over the entire Debt commercial interest will be calculated as of the dates of the payments indicated in letter a) of the premises (…)”
2.4.
Gaandeweg zijn de verhoudingen tussen [gedaagde] en [eiseres] verslechterd. Uiteindelijk hebben ze in februari 2024 besloten dat [gedaagde] stopt met het werk aan de woning. Op 7 en 8 februari 2024 spreken ze via Whatsapp over de spullen die [gedaagde] uit de woning moet halen. Op 10 februari 2024 bericht [eiseres] dat ze [gedaagde] zal betalen voor de werkzaamheden die hij tot dan toe heeft verricht.

3.Het geschil

3.1.
Omdat [eiseres] geen verweer heeft gevoerd tegen de oorspronkelijke vordering van [gedaagde] is die vordering ‘bij verstek’ toegewezen in het verstekvonnis van 27 november 2024. [eiseres] is in dat vonnis veroordeeld tot betaling van € 45.000,- aan hoofdsom. Daartegen is [eiseres] in verzet gekomen, waarbij zij zelf ook een vordering heeft ingediend (in conventie in het verzet). [gedaagde] heeft zijn vordering (in reconventie in het verzet) vermeerderd. Hieronder volgen de vorderingen van beiden. Partijen zijn het over en weer met elkaars vorderingen niet eens. De standpunten van partijen worden bij de beoordeling van de zaak besproken.
De vordering van [eiseres]
3.2.
[eiseres] heeft op de zitting haar eis gewijzigd en vordert nu dat de rechtbank
I. [eiseres] ontheft van de veroordeling tegen haar uitgesproken bij vonnis van deze rechtbank op 27 november 2024 en de vordering van [gedaagde] afwijst,
II. [gedaagde] veroordeelt om binnen twee maanden na vonnisdatum de herstelwerkzaamheden uit te voeren zoals beschreven in het rapport van [bedrijf deskundige], zodat de woning voldoet aan de geldende bouwvoorschriften en kwaliteitsnormen, vast te stellen door [bedrijf deskundige],
III. [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 133.100,- als hij de onder II gevorderde herstelwerkzaamheden niet of niet goed uitvoert,
IV. [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 614,- aan onderzoekskosten,
V. de leningsovereenkomst van 6 december 2023 vernietigt,
VI. [gedaagde] veroordeelt in de kosten van het geding in verzet.
3.3.
Volgens [eiseres] is de overeenkomst van 6 december 2023 vals. De vordering van € 45.000,- van [gedaagde] die bij verstek is toegewezen is ten onrechte op die overeenkomst gebaseerd en moet dus alsnog worden afgewezen. Die overeenkomst heeft [eiseres] alleen getekend om [gedaagde] op zijn verzoek te helpen in het kader van zijn scheiding, maar de inhoud daarvan klopt niet. De overeenkomst is dus nietig of vernietigbaar. Op basis van eerdere afspraken moet [eiseres] nog € 11.898,- aan [gedaagde] betalen, maar de betaling van dat bedrag heeft zij opgeschort, omdat [gedaagde] zich niet aan de afspraken houdt. [gedaagde] heeft namelijk de werkzaamheden niet goed uitgevoerd en niet afgerond. [gedaagde] is dus de afspraken niet nagekomen en daarom vordert [eiseres] nu dat hij dat alsnog moet doen of anders vervangende schadevergoeding moet betalen. [eiseres] heeft de woning op 6 maart 2025 laten onderzoeken ter onderbouwing van haar vorderingen en vordert deze onderzoekskosten.
De vordering van [gedaagde]
3.4.
[gedaagde] vordert samengevat dat de rechtbank,
primair
het verstekvonnis van 27 november 2024 bekrachtigt en
[eiseres] daarnaast veroordeelt tot betaling van € 3.980,- plus wetteijke rente,
subsidiair en voorwaardelijk
een deskundige benoemt om te berekenen i) welke kosten nodig zijn om de woning verkoopklaar te maken, ii) welke kosten daarvan vallen onder werkzaamheden die [gedaagde] zou verrichten en iii) de waarde van de verkoopklare woning te taxeren,
[eiseres] veroordeelt de helft te betalen van de taxatiewaarde van de woning
minus de nog verschuldigde hypothecaire lening en het verschil tussen punten ii) en iii),
voor het overige het verstekvonnis van 27 november 2024 bekrachtigt,
[gedaagde] vraagt de rechtbank het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren en [eiseres] te veroordelen in de kosten van het geding.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank beoordeelt hierna eerst de vordering waarover in het verstekvonnis is geoordeeld. Beide partijen hebben in dit verzet op dat punt een vordering ingediend. De rechtbank oordeelt in dat kader dat [eiseres] zich aan de overeenkomst van 6 december 2023 moet houden. Daarna komt de rest van de vordering van [eiseres] aan bod met als belangrijkste conclusie dat [eiseres] voldoende heeft onderbouwd dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van zijn afspraken omdat hij sommige werkzaamheden niet goed heeft gedaan. Die moet hij herstellen. Voor een schadevergoeding is geen aanleiding. Partijen hebben uiteindelijk samen besloten niet meer door te gaan met de samenwerking. Dat het werk niet af is, is onderdeel van die afspraak en dus geen tekortkoming van [gedaagde] . Daarom hoeft [gedaagde] daarvoor geen schadevergoeding aan [eiseres] te betalen. Ten slotte behandelt de rechtbank de in verzet nieuwe vordering van [gedaagde] van € 3.980,- en oordeelt dat [eiseres] dit bedrag aan [gedaagde] moet betalen.
[eiseres] moet zich aan de overeenkomst van 6 december 2023 houden
4.2.
Partijen zijn het er over eens dat zij de overeenkomst van 6 december 2023 hebben ondertekend waarin staat dat [eiseres] een schuld van € 45.000,- heeft aan [gedaagde] en deze schuld in termijnen van negen keer € 5.000,- terug moet betalen vanaf december 2023. Partijen zijn het er ook over eens dat [eiseres] geen terugbetalingen heeft verricht.
4.3.
Omdat [gedaagde] in zijn oorspronkelijke vordering betaling wil van het bedrag, moet hij feiten en omstandigheden aandragen waaruit blijkt dat [eiseres] dat bedrag verschuldigd is. Dat heeft hij voldoende gedaan door de ondertekende overeenkomst over te leggen. Omdat [eiseres] erkent de overeenkomst te hebben getekend, maar zich op de valsheid van dat stuk beroept, moet zij feiten en omstandigheden aandragen waaruit die valsheid blijkt. Dat heeft zij onvoldoende gedaan.
4.4.
[eiseres] zegt dat de afspraken uit die overeenkomst niet kloppen en partijen expres een valse overeenkomst hebben ondertekend. [gedaagde] heeft dat ontkend. De valsheid van de overeenkomst volgt nergens uit. In tegendeel; ook uit de Whatsappgesprekken is af te leiden dat partijen maandelijkse termijnen van € 5.000,- overeen zijn gekomen. Op 6 december 2023, de datum van de overeenkomst, schrijven partijen:
[eiseres] : “
[gedaagde] Moet ik deze maand beginnen met het betalen van de 5.000?
Is het mogelijk de eerste week van januari? Zodat ik geen problemen heb met andere schulden
[gedaagde] : “
Nee ik hoef het niet deze maand te hebben, het belangrijk is dat je mij betaalt deze dag de mensen die deze dag aan het werk zijn en het materiaal. Je mag het ook in februari betalen, ik moet beginnen met betalen in maart april
4.5.
Op de zitting heeft [eiseres] verteld dat deze afbetalingstermijnen zien op de € 22.000,- die ze voorafgaand aan de koop van de woning van [gedaagde] had geleend. Dat voor dat bedrag, wat onderdeel is van de overeenkomst van 6 december 2023, mondeling apart is afgesproken dat het in termijnen van € 5.000,- zou worden afgelost, blijkt nergens uit. Bovendien vormt het onvoldoende verklaring voor de specifieke berichten van die datum over het starten met de aflossingen.
4.6.
De overeenkomst is dus niet vals en partijen zijn daaraan gebonden. [eiseres] heeft de hoogte van het gevorderde bedrag van € 45.000,- niet betwist en wordt daarom veroordeeld dat bedrag aan [gedaagde] betalen.
4.7.
[gedaagde] vordert ook de wettelijke handelsrente (artikel 6:119a Burgerlijk Wetboek) over dit bedrag. [eiseres] betwist wettelijke handelsrente te moeten betalen omdat zij geen handelaar is. Hoewel dit klopt, blijkt uit de overeenkomst dat de wettelijke handelsrente in artikel 3 is Pro overeengekomen en dat staat partijen vrij. De contractuele rente (in dit geval de wettelijke handelsrente) wordt daarom toegewezen.
De overige onderdelen van de vordering van [eiseres]
[gedaagde] moet niet goed uitgevoerde werkzaamheden herstellen
4.8.
[eiseres] vindt dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de afspraken, omdat hij de werkzaamheden aan de woning niet goed heeft uitgevoerd en niet heeft afgerond. [gedaagde] is het daar niet mee eens. Omdat [eiseres] wil dat [gedaagde] de afspraken alsnog nakomt en als hij dat niet doet vervangende schadevergoeding betaalt, moet zij feiten en omstandigheden aandragen waaruit blijkt dat [gedaagde] de afspraken tussen beiden niet (goed) is nagekomen. Om dat laatste te kunnen beoordelen, moet de rechtbank eerst vaststellen wat die afspraken dan waren.
4.9.
[gedaagde] heeft aangevoerd dat afgesproken is dat hij de hieronder genoemde werkzaamheden zou uitvoeren in de woning. [eiseres] heeft dit niet weersproken en daarom gaat de rechtbank uit van deze lijst van afgesproken werkzaamheden:
aanleggen van nieuwe elektrische bekabeling van de meterkast naar de keuken om de te installeren apparatuur (oven etc.) te kunnen aansluiten, zonder de meterkast te vervangen,
plafonds met gipsplaten dichten, stukken en schilderen,
wanden gladmaken, stukken en schilderen,
nieuwe lichtpunten aanleggen in het plafond van de uitbouw en in een kamer,
nieuwe cementvloer leggen,
nieuwe vensters in de voorkant plaatsen,
nieuwe schuifpui in de achterkant plaatsen, nieuwe voordeur plaatsen,
nieuwe gasketel in de tuin aanleggen en op de meterkast aansluiten,
nieuw sanitair in de badkamer aanleggen,
aansluiting bestaande waterleidingen aan het sanitair in de badkamer,
water- en gasaansluitingen gereedmaken in de keuken,
aansluiting bestaande rioleringsleidingen aan het sanitair in de badkamer,
plaatsen van binnendeuren,
slopen en opnieuw aanleggen van wanden en dak van bestaande aanbouw.
4.10.
Vervolgens hebben partijen begin 2024 besloten niet meer samen aan het project werken. Uit whatsappberichten van 23 januari en 7 februari 2024 blijkt dat partijen hebben afgesproken dat [gedaagde] zijn spullen uit de woning haalt en [eiseres] hem betaalt voor het werkt dat hij heeft afgerond. Zij heeft zowel in die periode als daaraan voorafgaand meerdere betalingen gedaan, steeds op verzoek van [gedaagde] voor bijvoorbeeld materialen en zzp-ers.
Werkzaamheden die niet zijn afgerond
4.11.
Partijen zijn het erover eens dat [gedaagde] niet alle werkzaamheden helemaal heeft afgerond. Op basis van de hiervoor genoemde afspraak dat ze uit elkaar zouden gaan, was hij ook niet langer verplicht de werkzaamheden af te maken. Daarmee heeft [eiseres] onvoldoende onderbouwd dat op dit punt sprake is van een tekortkoming in de nakoming en wordt dit deel van de vordering afgewezen.
Werkzaamheden die niet goed zijn uitgevoerd
4.12.
Ter onderbouwing van de gebreken aan de werkzaamheden aan de woning heeft [eiseres] een onderzoeksrapport van [bedrijf deskundige] overgelegd. Uit het rapport van [bedrijf deskundige] blijkt duidelijk dat een aantal werkzaamheden niet goed is uitgevoerd. Het rapport noemt onder anderen gebreken aan de buitenkozijnen, de schuifpui, de binnendeuren, elektra, gasinstallatie, waterleidingen, gipsplaten, de aanbouw en het dak. De verschillende gebreken worden uitvoerig beschreven en fotografisch weergegeven in het rapport. Deze gebreken overlappen met de opsomming hierboven van de afgesproken werkzaamheden.
4.13.
Uit het rapport dat [gedaagde] onvoldoende heeft weersproken, blijkt dus dat [gedaagde] op meerdere punten de eerder genoemde afspraken niet goed is nagekomen. Dat betekent dat de vordering van [eiseres] om de gemaakte afspraken na te komen wordt toegewezen, specifiek voor de punten van het rapport van [bedrijf deskundige] die zien op de hiervoor genoemde lijst van werkzaamheden en die zien op gebreken aan die werkzaamheden, anders dan dat ze nog niet af zijn (zie hiervoor onder 4.11). Punten die [bedrijf deskundige] constateert, maar niet onder de werkzaamheden zoals genoemd in 4.9 vallen, zijn geen onderdeel van de afspraken tussen partijen en hoeft [gedaagde] dus ook niet te herstellen. [eiseres] vordert ook dat het herstel moet voldoen aan de geldende bouwvoorschriften en kwaliteitsnormen en dat dit door [bedrijf deskundige] vastgesteld moet worden. [gedaagde] heeft daar geen verweer tegen gevoerd en daarom wordt ook dit deel van de vordering toegewezen. De vervangende schadevergoeding als [gedaagde] niet goed nakomt, wordt afgewezen. Op zichzelf kan [eiseres] een vervangende schadevergoeding vorderen als [gedaagde] genoemde werkzaamheden verzuimt te herstellen. Het gevorderde bedrag is echter gebaseerd op het rapport van [bedrijf deskundige] waarvan niet alle posten voor rekening van [gedaagde] komen. De rechtbank heeft onvoldoende aanknopingspunten om de eventuele toekomstige schade te schatten, omdat onzeker is óf [gedaagde] de veroordeling tot het verrichten van herstel niet nakomt en als dat al het geval is op welke punten en tot welke (vervangende) schadevergoeding dat dan zou moeten leiden. Dat die schade wordt geleden en tot welk bedrag is op dit moment nog te onzeker en daarom wordt die vordering afgewezen.
4.14.
Het beroep op opschorting slaagt niet. [eiseres] kwam er naar eigen zeggen pas in maart 2025 door het onderzoek van [bedrijf deskundige] achter dat er gebreken kleefden aan de werkzaamheden. Haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst van 6 december 2023 kwam zij toen al geruime tijd niet na en daarmee was zij al in verzuim. Bovendien is niet gebleken dat zij [gedaagde] de mogelijkheid tot herstel heeft geboden. Daarom kon zij geen beroep op opschorting doen.
De proceskosten
4.15.
Partijen krijgen deels gelijk en deels ongelijk. De rechtbank ziet daarin aanleiding te bepalen dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen voor de vordering van [eiseres] .
De rest van de vordering van [gedaagde]
[eiseres] moet € 3.980,- betalen
4.16.
[gedaagde] vordert betaling van € 3.980,-. Hij stelt dat [eiseres] dit bedrag op zijn verzoek heeft overgemaakt naar de broer van [gedaagde] , die het vervolgens aan haar heeft teruggestort. Dit bedrag was voor materialen en arbeidsuren. Op de zitting heeft [eiseres] het standpunt ingenomen dat dit bedrag niet voor werkzaamheden in de woning in [plaats] is, maar voor haar eigen woning elders en daarom buiten het geschil in deze procedure valt.
4.17.
De rechtbank oordeelt dat [gedaagde] voldoende heeft onderbouwd dat [eiseres] genoemd bedrag aan hem verschuldigd is. [eiseres] heeft niet betwist dat ze genoemd geldbedrag op verzoek van [gedaagde] aan diens broer heeft overgemaakt als vergoeding van bepaalde werkzaamheden en dat zij het bedrag van de broer terug heeft ontvangen. De aanvankelijke betaling door [eiseres] is een belangrijke aanwijzing dat ook zij vond dat [gedaagde] recht heeft op dit bedrag. Voor werkzaamheden aan welke woning dit bedoeld was, doet er in zoverre niet toe. Het was tussen partijen de gebruikelijke gang van zaken dat [gedaagde] vroeg om betaling van bedragen en dat [eiseres] die voldeed. Waarom dat nu anders zou moeten zijn en dat [gedaagde] (toch) geen aanspraak kan maken op genoemd bedrag, heeft [eiseres] onvoldoende toegelicht.
4.18.
De wettelijke rente over dit bedrag wordt toegewezen vanaf de datum dagvaarding, omdat de rechtbank niet kan vaststellen dat [eiseres] voor die datum in verzuim was met de betaling van dit bedrag. [1]
Buitengerechtelijke incassokosten
4.19.
[gedaagde] heeft € 1.482,25 aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd op grond van de overeenkomst van 6 december 2023. Daarin staat dat als [eiseres] niet aan haar verplichtingen voldoet zij ook aansprakelijk is voor de kosten.
4.20.
[eiseres] betwist deze buitengerechtelijke incassokosten omdat ze geen veertiendagenbrief zou hebben ontvangen. [gedaagde] heeft gewezen op de brief van 14 februari 2024 met de mededeling dat zij te laat is met afbetalen, waardoor de hele lening opeisbaar is geworden en ze uiterlijk 3 maart 2024 de gehele lening met rente moet terugbetalen. Deze e-mail voldoet niet aan de eisen van 6:96 BW omdat het daarin genoemden tarief aan buitengerechtelijke incassokosten hoger is dan het tarief dat geldt op grond van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden daarom afgewezen.
De proceskosten
4.21.
[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van [gedaagde] betalen in zowel deze zaak als de verstekzaak. De proceskosten van [gedaagde] worden vastgesteld op:
- salaris advocaat
2.428,00
(2 punt × € 1.214,-)
- griffierecht verstekzaak
1.325,00
- dagvaarding verstekzaak
136,71
Totaal
3.889,71

5.De beslissing

De rechtbank
De vordering van [eiseres]
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen twee maanden na vonnisdatum de herstelwerkzaamheden conform de geldende bouwvoorschriften en kwaliteitsnormen – wat moet worden gecontroleerd door [bedrijf deskundige] – uit te voeren die in het rapport van [bedrijf deskundige] als gebreken worden genoemd, voor zover deze overeenkomen met de werkzaamheden die genoemd staan in onderdeel 4.9 van dit vonnis,
5.2.
compenseert de proceskosten in die zin dat partijen ieder hun eigen kosten dragen,
5.3.
wijst de vorderingen voor het overige af,
De vordering van [gedaagde]
5.4.
vernietigt het verstekvonnis van deze rechtbank van 27 november 2024 met rolnummer C/13/758556 / HA ZA 24-1174,
5.5.
veroordeelt [eiseres] om aan [gedaagde] te betalen een bedrag van € 45.000,-, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a Burgerlijk Wetboek over een bedrag van € 10.000,- vanaf 20 september 2021, over een bedrag van € 5.000.-, vanaf 16 november 2021, over een bedrag van € 7.500,-, vanaf 15 februari 2022, over een bedrag van € 23.000,- vanaf 6 december 2023, tot de dag van volledige betaling,
5.6.
veroordeelt [eiseres] om aan [gedaagde] te betalen een bedrag van € 3.980,-, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Pro Wetboek vanaf 18 oktober 2024, tot de dag van volledige betaling,
5.7.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van [gedaagde] van € 3.889,71, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,- plus de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.8.
wijst de vorderingen voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Huber, rechter, bijgestaan door mr. Z.A. Mees, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2025.

Voetnoten

1.Artikel 6:119 BW Pro.