Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.De procedure
- de dagvaarding van [gedaagde] van 18 oktober 2024 met producties,
- het tegen [eiseres] verleende verstek,
- het vonnis van 27 november 2024 waarin de vordering bij verstek is toegewezen,
- de verzetdagvaarding van [eiseres] met eis in conventie van 11 maart 2025 met producties,
- de conclusie van antwoord in conventie met eiswijziging in reconventie met producties,
- het tussenvonnis van 9 juli 2025 waarin de mondelinge behandeling is bepaald,
- het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 19 september 2025 en de daarin genoemde stukken.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
[gedaagde] Moet ik deze maand beginnen met het betalen van de 5.000?
Nee ik hoef het niet deze maand te hebben, het belangrijk is dat je mij betaalt deze dag de mensen die deze dag aan het werk zijn en het materiaal. Je mag het ook in februari betalen, ik moet beginnen met betalen in maart april”