Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2025:10772

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
22 december 2025
Publicatiedatum
8 januari 2026
Zaaknummer
C/13/778919 / HA RK 25-404
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verschoning
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 40 RvArt. 41 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verschoningsverzoek toegewezen wegens objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid

In deze zaak heeft de wrakingskamer van de Rechtbank Amsterdam op 22 december 2025 een verzoek tot verschoning van een rechter behandeld. Het verzoek werd ingediend door de advocaat van de gedaagde partij Freshback Group B.V. tijdens een mondelinge behandeling in een civiele procedure. De aanleiding was een eerder vonnis van dezelfde rechter uit 2022, waarin een oordeel was gegeven over de rechtsverhouding tussen Capital Waters c.s. en Freshback, hoewel Freshback toen geen formele procespartij was.

De rechter zelf achtte zich niet vooringenomen en stelde dat het eerdere vonnis geen gezag van gewijsde heeft ten opzichte van Freshback in de huidige procedure. De wrakingskamer oordeelde echter dat de vrees voor vooringenomenheid die bij Freshback leeft, objectief gerechtvaardigd is, omdat de rechter in de eerdere procedure expliciet en onomwonden een oordeel had geveld over de positie van Freshback.

Op grond van artikel 36 en Pro 40 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering werd het verzoek tot verschoning toegewezen. De beslissing is definitief en er staat geen rechtsmiddel tegen open. De wrakingskamer benadrukte het belang van het vertrouwen in de rechterlijke onpartijdigheid en concludeerde dat dit vertrouwen in deze situatie niet voldoende gewaarborgd kon worden.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen wegens objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer

Zaaknummer: C/13/778919 / HA RK 25-404
Beslissing van 22 december 2025 op het verzoek tot verschoning van:
mr. T.T. Hylkema,
rechter te rechtbank Amsterdam, hierna: de rechter

1.De procedure

1.1.
Bij de afdeling Privaatrecht van de rechtbank Amsterdam is bij de rechter een zaak aanhangig met zaaknummer C/13/765092 / HA ZA 25-674.
1.2.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
- een bij de wrakingskamer binnengekomen e-mail van de rechter van 18 november 2025, inhoudende een verschoningsverzoek met de volgende bijlage: een proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 11 november 2025 in de zaak met zaaknummer C/13/765092 / HA ZA 25-674;
- een eerder vonnis van 30 november 2022 van de rechter in een andere zaak (met zaaknummer C/13/712266 / HA ZA 22-24).
1.3.
Het verzoek is op de openbare terechtzitting van 22 oktober 2025 behandeld. Verschenen zijn de rechter en de advocaat van de eisers mr. J.J. Klaver.
1.4.
Op 22 december 2025 is het dictum per e-mail door de griffier van de wrakingskamer aan betrokkenen meegedeeld.

2.De feiten

2.1.
Bij de rechter is een zaak aanhangig met Capital Waters GMBH en Terrazas Media EOOD (hierna: Capital Waters c.s.) als eisers in conventie, tevens verweerders in reconventie, en Freshback Group B.V. (hierna: Freshback) als gedaagde in conventie, tevens eiser in reconventie.
2.2.
In een eerdere zaak (met zaaknummer C/13/712266 / HA ZA 22-24), met Capital Waters c.s. als eisers en Northern Mountain B.V. (hierna: Northern Mountain) als gedaagde, heeft de rechter bij vonnis van 30 november 2022 op grond van het door Northern Mountain gevoerde verweer geoordeeld dat Capital Waters c.s. zich tot Freshback zullen moeten wenden ter zake van de bedragen die zijn gefactureerd en ontvangen door Freshback. In deze eerdere zaak was Freshback geen procespartij.

3.Het verzoek en de reactie van de rechter

3.1.
Tijdens de mondelinge behandeling van 11 november 2025 heeft mr. Y. Moszkowicz, namens de gedaagde, aan de rechter verzocht om zich te verschonen. De stelling van mr. Moszkowicz, dat de rechter in het vonnis van 30 november 2022 al een oordeel heeft geveld over de positie van Freshback, die ook in de onderhavige zaak voorligt, ligt ten grondslag aan de indiening van het verschoningsverzoek van de rechter.
3.2.
De rechter acht zich niet vooringenomen en laat het oordeel of hij bij Freshback naar objectieve maatstaven de gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid heeft gewekt aan de wrakingskamer. De rechter heeft te kennen gegeven dat hij zich kan voorstellen dat Freshback zich afvraagt in hoeverre de rechter, gelet op zijn eerdere vonnis, tot een onafhankelijk oordeel zal komen. Het oordeel over de positie van Freshback in zijn eerdere vonnis is voor de beoordeling van de onderhavige zaak niet relevant. De rechter ziet dit eerdere oordeel niet als reden om zijn verschoningsverzoek toe te wijzen. Het eerdere vonnis heeft namelijk geen gezag van gewijsde tegen Freshback. In de eerdere procedure was Freshback niet betrokken (de wrakingskamer begrijpt: als formele procespartij) en dus is haar standpunt niet meegenomen bij die eerdere beoordeling. De rechter acht zich in staat om de zaak, op grond van de stellingen en verweren van de voorliggende partijen, onbevooroordeeld te behandelen.

4.De beoordeling

4.1.
Op grond van het bepaalde in artikel 40 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) dient in een verschoningsprocedure te worden beslist of sprake is van de in artikel 36 Rv Pro genoemde feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
4.2.
Verschoning is een middel ter verzekering van (het vertrouwen in) de rechterlijke onpartijdigheid.
4.3.
Vooropgesteld wordt dat de rechter terecht heeft opgemerkt dat Freshback in de eerdere zaak geen procespartij was en dat het vonnis in die eerdere zaak geen gezag van gewijsde heeft in de thans aanhangige zaak. Ook heeft de rechter terecht opgemerkt dat van de rechter in een privaatrechtelijk geschil wordt verwacht dat hij tot een oordeel komt op basis van stellingen en verweren van procespartijen in de voorliggende zaak. Dat oordeel kan dus anders zijn dan een oordeel van de rechter in een eerder geschil, waarbij één van de partijen was betrokken.
4.4.
De gedaagde vreest echter dat de rechter in de onderhavige procedure niet meer onpartijdig zal kunnen oordelen. De rechter heeft in de eerdere procedure expliciet en onomwonden een oordeel gegeven over de rechtsverhouding tussen Capital Waters c.s. en Freshback. De wrakingskamer is op grond van deze omstandigheid van oordeel dat de vrees voor vooringenomenheid die bij Freshback leeft, objectief gerechtvaardigd is.
4.5.
Op grond van het vorenstaande wordt als volgt beslist.
De rechtbank:
-
wijst het verzoek tot verschoning toe;
- beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 41, tweede lid Rv wordt toegezonden aan de advocaten van partijen en de rechter.
Aldus gegeven op 22 december 2025 door:
mr. K.A. Brunner, voorzitter,
mrs. W.M.C. van den Berg en S. Djebali, leden,
in tegenwoordigheid van mr. K.P.M. Smeets, griffier,
en ondertekend door de voorzitter en de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.