In deze zaak heeft de Rechtbank Amsterdam op 30 december 2025 uitspraak gedaan over een vordering tot overlevering op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) dat was uitgevaardigd door de Sąd Okręgowy W Katowicach, V Wydzial Karny in Polen. De opgeëiste persoon, geboren in 1982 in Polen, was gedetineerd in Nederland en had geen vaste woon- of verblijfplaats. De rechtbank heeft de behandeling van het EAB op 16 december 2025 gehouden, waarbij de opgeëiste persoon aanwezig was met zijn raadsvrouw, mr. T.E. Korff, en een tolk. De rechtbank heeft de termijn voor uitspraak verlengd en de gevangenhouding bevolen.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de opgeëiste persoon niet aanwezig was bij de zitting die leidde tot het vonnis van 18 november 2016, en dat er geen van de in artikel 12 OLW genoemde omstandigheden zich voordeden. De raadsvrouw voerde aan dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW van toepassing was, omdat de opgeëiste persoon niet op de hoogte was van de procedure. De officier van justitie betoogde echter dat het vonnis op het juiste adres was betekend en dat de opgeëiste persoon op de hoogte had moeten zijn van de procedure.
De rechtbank oordeelde dat de overlevering niet in strijd was met de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon, omdat hij op de hoogte was van de verdenking en de verplichting had om bereikbaar te zijn. De rechtbank concludeerde dat het EAB voldeed aan de eisen van de Overleveringswet en dat er geen weigeringsgronden waren. De rechtbank heeft de overlevering toegestaan, waarbij de opgeëiste persoon werd gewezen op de gevolgen van zijn afwezigheid en het niet naleven van de adresinstructie.