Op 18 december 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende de overlevering van een opgeëiste persoon op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) dat was uitgevaardigd door de onderzoeksrechter van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, België. De zaak betreft een vordering van de officier van justitie tot behandeling van het EAB, dat op 6 oktober 2025 was uitgevaardigd. De opgeëiste persoon, geboren in Bulgarije, is momenteel gedetineerd in Nederland en heeft de Bulgaarse nationaliteit. Tijdens de zitting op 4 december 2025 was de opgeëiste persoon aanwezig, bijgestaan door zijn raadsman, en heeft de rechtbank de termijn voor uitspraak verlengd met 30 dagen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de opgeëiste persoon voldoet aan de voorwaarden voor gelijkstelling met een Nederlander op basis van de Overleveringswet (OLW). De rechtbank heeft ook de detentieomstandigheden in België beoordeeld en geconcludeerd dat de garantie van de Belgische autoriteiten voldoende is om te waarborgen dat de opgeëiste persoon niet zal worden blootgesteld aan onmenselijke of vernederende behandeling. De rechtbank heeft uiteindelijk geoordeeld dat er geen weigeringsgronden zijn voor de overlevering en heeft deze toegestaan.