Partijen zijn gehuwd sinds 2006 en de man heeft in juni 2025 een verzoek tot echtscheiding ingediend. De vrouw verzocht om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toe te wijzen vanwege huiselijk geweld, gezondheidsproblemen en het ontbreken van alternatieve woonruimte. De man betwist het huiselijk geweld en verzoekt zelf het gebruik van de woning toe te wijzen, stellende dat de vrouw niet zelfstandig kan wonen en dat hij haar tijdelijk wil ondersteunen.
Tijdens de mondelinge behandeling achter gesloten deuren zijn beide partijen gehoord en is vastgesteld dat zij lijnrecht tegenover elkaar staan. De vrouw heeft melding gemaakt van bedreigingen en huiselijk geweld, maar dit is niet bevestigd door derden. De rechtbank weegt de belangen en constateert dat de vrouw vanwege haar problematiek en het ontbreken van alternatieve woonruimte belang heeft bij het gebruik van de woning, terwijl de man ook belang heeft bij het gebruik.
De rechtbank besluit het gebruik van de woning voorlopig toe te wijzen aan de vrouw tot 3 maart 2026, waarna de man het exclusieve gebruik krijgt. Dit geeft de vrouw de gelegenheid om passende woonruimte te vinden, mede omdat de man heeft aangegeven mee te willen werken aan het vinden van een woning voor haar. De beschikking is bedoeld als ordemaatregel in afwachting van de hoofdzaak echtscheiding.