Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De beoordeling
3.De beslissing
dinsdag 27 januari 2026 om 10.00 uurvoor het nemen van een akte door eisende partij,
Rechtbank Amsterdam
In deze civiele zaak vordert een besloten vennootschap betaling van een openstaande factuur voor geleverde en geïnstalleerde goederen. Gedaagde is niet verschenen, waardoor verstek is verleend. De rechtbank constateert echter dat niet is gesteld in welke hoedanigheid de gedaagde de overeenkomst is aangegaan, hetgeen relevant is voor de toepasselijkheid van consumentenrecht.
De kantonrechter verwijst naar jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie die bepaalt dat het doel van de overeenkomst bepalend is voor de kwalificatie als consument of ondernemer. Eisende partij wordt daarom ambtshalve in de gelegenheid gesteld om concreet te stellen en te onderbouwen of de overeenkomst zakelijk of als consument is gesloten.
Indien eisende partij de consumentenaspecten aanvoert, moet zij tevens aantonen dat zij heeft voldaan aan de informatieplichten uit het Burgerlijk Wetboek en een standpunt innemen over de (on)eerlijkheid van de bedingen conform de Richtlijn oneerlijke bedingen. De zaak wordt aangehouden en een nieuwe rolzitting gepland om deze nadere toelichting te ontvangen.
Uitkomst: Verstekvonnis toegewezen onder voorwaarde dat eisende partij nadere onderbouwing levert over hoedanigheid gedaagde en toepasselijkheid consumentenrecht.