ECLI:NL:RBAMS:2025:10869

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
30 december 2025
Publicatiedatum
14 januari 2026
Zaaknummer
11154722 \ CV EXPL 24-7179
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m lid 1 BWArt. 6:230v BWRichtlijn 93/13 EG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verstekvonnis met ambtshalve toetsing consumentenrecht in betalingsvordering

In deze civiele zaak vordert een besloten vennootschap betaling van een openstaande factuur voor geleverde en geïnstalleerde goederen. Gedaagde is niet verschenen, waardoor verstek is verleend. De rechtbank constateert echter dat niet is gesteld in welke hoedanigheid de gedaagde de overeenkomst is aangegaan, hetgeen relevant is voor de toepasselijkheid van consumentenrecht.

De kantonrechter verwijst naar jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie die bepaalt dat het doel van de overeenkomst bepalend is voor de kwalificatie als consument of ondernemer. Eisende partij wordt daarom ambtshalve in de gelegenheid gesteld om concreet te stellen en te onderbouwen of de overeenkomst zakelijk of als consument is gesloten.

Indien eisende partij de consumentenaspecten aanvoert, moet zij tevens aantonen dat zij heeft voldaan aan de informatieplichten uit het Burgerlijk Wetboek en een standpunt innemen over de (on)eerlijkheid van de bedingen conform de Richtlijn oneerlijke bedingen. De zaak wordt aangehouden en een nieuwe rolzitting gepland om deze nadere toelichting te ontvangen.

Uitkomst: Verstekvonnis toegewezen onder voorwaarde dat eisende partij nadere onderbouwing levert over hoedanigheid gedaagde en toepasselijkheid consumentenrecht.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11154722 \ CV EXPL 24-7179
Vonnis van 30 december 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eisende partij] B.V.,
gevestigd te [locatie] ,
eisende partij,
gemachtigde: Armaere Incassospecialisten & Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 24 mei 2024, met producties,
- het tegen gedaagde partij verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Eisende partij vordert veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 6.223,03 aan hoofdsom, vermeerderd met rente, incassokosten en proceskosten. Eisende partij stelt dat zij in opdracht en voor rekening van gedaagde partij goederen heeft geleverd en geïnstalleerd, maar gedaagde partij de daarvoor opgemaakte factuur niet heeft betaald.
2.2.
Eisende partij heeft niet gesteld in welke hoedanigheid gedaagde partij de overeenkomst heeft gesloten. Dat zal zij alsnog moeten doen. Uit de producties leidt de kantonrechter af dat gedaagde partij bij het (online) aanvragen van de offerte weliswaar heeft ingevuld dat het een zakelijke opdracht betrof, onder vermelding van bedrijfsnaam [bedrijf] , maar niet uitgesloten kan worden dat gedaagde partij toch moet worden aangemerkt als consument.
2.3.
In dat verband is van belang met welk doel de overeenkomst is aangegaan, wat met name moet worden afgeleid uit de aard van de goederen of diensten waarop de betrokken overeenkomst betrekking heeft (HvJEU 3 september 2015, C-110/14, ECLI:EU:C:2015:538 (Costea)).
2.4.
Indien eisende partij zich op het standpunt stelt dat gedaagde partij de overeenkomst heeft gesloten in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf, dient zij dat voldoende concreet te stellen én te onderbouwen, met inachtneming van het bepaalde in overweging 2.3. Daarvoor kan van belang zijn wat de bedrijfsactiviteiten van gedaagde partij zijn of waren, waar deze destijds werden uitgevoerd, waar de bestelde goederen zijn afgeleverd en geïnstalleerd en waar gedaagde partij destijds woonde.
2.5.
Indien eisende partij zich op het standpunt stelt dat gedaagde partij de overeenkomst heeft gesloten in de hoedanigheid van consument, dan dient zij gemotiveerd te stellen op welke wijze zij heeft voldaan aan de informatieplichten van (in dit geval) artikel 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW), de bedingen te noemen die aan de vordering ten grondslag zijn óf kunnen worden gelegd en een standpunt in te nemen over de (on)eerlijkheid van die bedingen in de zin van Richtlijn 93/13 EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten.
2.6.
De zaak wordt voor akte uitlating eisende partij verwezen naar de rol.
2.7.
Eisende partij dient de akte tenminste twee weken voor de hierna te bepalen rolzitting ook aan gedaagde partij te sturen, met de mededeling dat gedaagde partij op die rolzitting daarop mag reageren dan wel uitstel kan vragen en hoe en wanneer gedaagde partij uiterlijk moet reageren. Eisende partij wordt in dat kader verzocht om naast de akte ook de mededeling/brief aan gedaagde partij in het geding te brengen. Wanneer niet kan worden vastgesteld dat de akte tijdig en/of met de juiste mededeling aan gedaagde partij is toegestuurd, wordt deze in beginsel buiten beschouwing gelaten.
2.8.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
verwijst de zaak naar de rol van
dinsdag 27 januari 2026 om 10.00 uurvoor het nemen van een akte door eisende partij,
3.2.
bepaalt dat eisende partij aan gedaagde partij moet toesturen, overeenkomstig het bepaalde in overweging 2.7,
3.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink en in het openbaar uitgesproken op 30 december 2025.
991