ECLI:NL:RBAMS:2025:10873

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
15 januari 2026
Zaaknummer
C/13/780309 - FA RK 25/9628
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 WvggzArt. 6:4 lid 2 WvggzArt. 8:16 WvggzArt. 1:1 WvggzArt. 3:2 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening crisismaatregel en weigering gedwongen repatriëring onder Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

De rechtbank Amsterdam behandelde op 17 december 2025 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan een manische ontregeling bij een bipolaire stoornis. De crisismaatregel is noodzakelijk vanwege onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en maatschappelijke teloorgang.

De rechtbank achtte de voortzetting van verplichte zorg, zoals medicatie, medische controles, bewegingsbeperkingen en toezicht, noodzakelijk en evenredig. Betrokkene verzette zich tegen deze zorg, maar er waren geen minder bezwarende alternatieven. De arts verzocht tevens om opname van een zorgvorm die gedwongen repatriëring naar Finland mogelijk maakt, waar betrokkene behandeld kan worden.

De rechtbank oordeelde dat de Wvggz geen wettelijke grondslag biedt voor gedwongen repatriëring naar het buitenland. Artikel 8:16 Wvggz Pro ziet alleen op overdracht binnen Nederland en repatriëring valt niet onder de vormen of doelen van verplichte zorg. Daarom kan betrokkene niet tegen haar wil naar Finland worden overgebracht. De crisismaatregel wordt verlengd voor drie weken tot uiterlijk 7 januari 2026.

Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de crisismaatregel en wijst het verzoek tot gedwongen repatriëring af wegens ontbreken van wettelijke grondslag.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/780309 – FA RK 25/9628
kenmerk: VCM/IND/188121
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking van 17 december 2025van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats] (Finland),
verblijvende te [verblijfplaats] ,
zorgaanbieder: Arkin,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. E.P.H. van Esser te Amsterdam.

1.Procesverloop

Bij verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 15 december 2025, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 12 december 2025 opgelegde crisismaatregel.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 17 december 2025 in het gebouw van de zorgaanbieder op de locatie [verblijfplaats] .
Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door een tolk in de Engelse taal;
- de raadsvrouw;
- mw. [naam] , arts.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige financiële schade, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van een manische ontregeling bij een betrokkene die bekend is met een bipolaire stoornis. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
2.2.
De rechtbank is van oordeel dat van de zorg die is genoemd in de crisismaatregel, de volgende vormen van zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden:
  • toedienen van vocht en voeding;
  • toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles;
  • het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • beperken van de bewegingsvrijheid;
  • insluiten;
  • uitoefenen van toezicht op betrokkene;
  • onderzoek aan kleding of lichaam;
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
  • controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
  • beperken van het recht op ontvangen van bezoek;
  • opnemen in een accommodatie.
2.3.
De arts heeft daarnaast tijdens de zitting verzocht om een zorgvorm in de machtiging op te nemen of te benoemen op grond waarvan betrokkene kan worden verplicht terug te keren naar [geboorteplaats] , althans mee te werken aan terugkeer naar [geboorteplaats] . De arts heeft contact gehad met een psychiatrisch ziekenhuis in Finland waar betrokkene, wanneer zij voldoende stabiel is, naartoe overgebracht kan worden om de behandeling daar voort te zetten. Betrokkene wil hier echter niet aan meewerken, waardoor gebruik zal moeten worden gemaakt van een rechterlijke machtiging daartoe, aldus de arts.
Op grond van artikel 6:4 lid 2 Wvgg Pro kan de rechter, indien deze van oordeel is dat aan het criterium voor verplichte zorg is voldaan, maar met de in het zorgplan of de medische verklaring opgenomen zorg het ernstig nadeel niet kan worden weggenomen, in de zorgmachtiging, in afwijking van het verzoekschrift, onder meer andere verplichte zorg of doelen van verplichte zorg opnemen. De rechtbank is echter van oordeel dat het verzoek zoals dat ter zitting door de arts is gedaan, hier niet onder valt en overweegt daartoe het volgende.
In de Wvggz is geen grondslag te vinden voor een besluit tot repatriëring tegen iemands wil. Het besluit tot repatriëring kan allereerst niet worden beschouwd als een beslissing tot overplaatsing in de zin van artikel 8:16 van Pro de Wvggz. Artikel 8:16 ziet Pro immers op overdracht aan een andere zorgaanbieder, geneesheer-directeur of zorgverantwoordelijke. Op grond van de in artikel 1:1 Wvggz Pro genoemde begripsbepalingen dienen onder deze begrippen personen en instanties te worden verstaan die zijn aangewezen in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (voor zover het de geneesheer-directeur en de zorgverantwoordelijke betreft), dan wel een rechtspersoon die vrijwillige en verplichte zorg kan verlenen zoals bedoeld in artikel 3:2 Wvggz Pro (voor zover het de zorgaanbieder betreft). Het betreft hier personen en instanties in Nederland. Artikel 8:16 Wvggz Pro voorziet niet in overdracht aan een buitenlandse zorgaanbieder. Dit artikel is dan ook niet van toepassing in de onderhavige situatie. Gedwongen repatriëring valt ook niet onder de in artikel 3:2 Wvggz Pro genoemde vormen van verplichte zorg, dan wel de in artikel 3:4 Wvggz Pro genoemde doelen van verplichte zorg. Repatriëring is als zodanig niet specifiek genoemd in de wet en ook in de parlementaire geschiedenis van de Wvggz is geen steun te vinden voor de opvatting dat gedwongen repatriëring kan gelden als vorm van verplichte zorg onder de Wvggz. Ten slotte overweegt de rechtbank dat het inzetten van verplichte zorg op grond van een Nederlandse (voortzetting) crisismaatregel en zorgmachtiging zich overigens ook beperkt tot de landsgrenzen. Buiten Nederland kan op basis van een (voortzetting) crisismaatregel of zorgmachtiging geen verplichte zorg worden verleend. Om die reden moet worden vastgesteld dat betrokkene niet op grond van de Wvggz tegen haar wil naar Finland kan worden overgebracht omdat er binnen de Wvggz geen wettelijke grondslag bestaat voor een gedwongen overbrenging. De omstandigheid dat de zorgaanbieder een zorgvuldig en overwogen protocol heeft ontworpen ten behoeve van verplichte repatriëring maakt dit oordeel niet anders, omdat alleen bij wet inbreuk mag worden gemaakt op de in het geding zijnde mensenrechten en grondrechten.
Het voorgaande betekent dat de rechtbank repatriëring niet als (onderdeel van een) vorm van verplichte zorg of doel van verplichte zorg op kan nemen in de te verlenen voortzetting van de crisismaatregel.
2.4.
De in rechtsoverweging 2.2. genoemde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief
.Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.5.
Anders dan door de raadsvrouw is bepleit, is de rechtbank van oordeel dat er op dit moment geen mogelijkheid is voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene is momenteel te ontregeld om op een veilige manier met vrijheden om te gaan. Het is belangrijk dat de artsen hierin de keuze kunnen maken, totdat betrokkene voldoende stabiel is. De rechtbank acht de voortzetting van de crisismaatregel op dit moment noodzakelijk.
2.6.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats] (Finland), voor zover het de in rechtsoverweging 2.2 genoemde vormen van verplichte zorg betreft;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 7 januari 2026;
Deze beschikking is op 17 december 2025 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. L. van der Heijden, rechter, bijgestaan door mr. E.H. ter Haar als griffier en op 12 januari 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open
.