ECLI:NL:RBAMS:2025:10911

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
21 januari 2026
Zaaknummer
780002
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:29 BWArt. 3:274 BWArt. 19 lid 4 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Waardeloosverklaring hypotheekrecht IDM Lease wegens ontbinding vennootschap

Eiser is eigenaar van een woning waarop in 1998 een hypotheekrecht ten gunste van IDM Lease is gevestigd. IDM Lease is in 2016 ontbonden en de liquidatie is in 2024 beëindigd. Eiser heeft de woning verkocht onder de voorwaarde dat deze vrij van hypotheken wordt geleverd.

De notaris verzocht IDM Lease om royementvolmacht, maar kreeg geen reactie. Eiser vordert waardeloosverklaring van de hypothecaire inschrijving en dat artikel 3:29 lid 4 BW Pro buiten toepassing blijft om snelle doorhaling mogelijk te maken.

De rechtbank oordeelt dat IDM Lease niet meer bestaat en geen belang meer heeft bij het hypotheekrecht. Hoewel eiser niet-ontvankelijk is omdat IDM Lease geen partij meer kan zijn, is eiser wel onmiddellijk belanghebbende en kan de inschrijving waardeloos worden verklaard. Het vonnis gaat in kracht van gewijsde omdat eiser afziet van hoger beroep. Eiser draagt de eigen kosten.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de hypothecaire inschrijving van IDM Lease waardeloos en wijst de vordering toe, ondanks niet-ontvankelijkheid van eiser.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht, voorzieningenrechter civiel
Zaaknummer: C/13/780002 / KG ZA 25-1003 MK/MAH
Vonnis in kort geding van 18 december 2025
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats] ,
eisende partij bij dagvaarding op verkorte termijn van 10 december 2025,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. M.P. Harten,
tegen
IDM LEASE MAATSCHAPPIJ B.V.,
laatstelijk gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: IDM Lease,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Op de zitting van 17 december 2025 was [eiser] aanwezig met mr. Harten. IDM Lease is niet verschenen. [eiser] heeft gevorderd overeenkomstig de dagvaarding. De zaak is kort besproken. Vonnis is (nader) bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[eiser] is eigenaar van de woning aan de [adres] (hierna: de woning).
2.2.
In december 1997 heeft [eiser] twee geldleningsovereenkomsten gesloten met de IDM Hypotheekbank B.V. voor in totaal fl. 95.000,00. In verband daarmee is op 7 januari 1998 een akte verleden waarin [eiser] aan IDM Hypotheekbank B.V., IDM Financieringen B.V., IDM Bank N.V. en IDM Lease een recht van eerste hypotheek heeft verleend op de woning, als zekerheid voor hetgeen hij op dat moment aan genoemde vennootschappen
verschuldigd was of nadien verschuldigd mocht worden.
2.3.
[eiser] heeft de woning medio oktober 2025 aan derden verkocht onder meer onder de voorwaarde dat de woning op 22 december 2025, vrij van hypotheken en inschrijvingen daarvan, aan de koper geleverd wordt.
2.4.
In het handelsregister van de Kamer van Koophandel is op 16 augustus 2016 geregistreerd dat de activiteiten van IDM Lease op 15 augustus 2016 zijn gestaakt en zij op die dag is ontbonden. Op 28 november 2024 is de registratie beëindigd in verband met einde liquidatie per 1 augustus 2024. Als bewaarder van de boeken en bescheiden staat de enig aandeelhouder, Krediet '78 B.V., geregistreerd.
2.5.
Met het oog op de doorhaling van de hypothecaire inschrijvingen heeft de met de
levering van de woning belaste notaris de vier hypotheekhouders aangeschreven met het
verzoek (zo nodig) een aflossingsnota te verstrekken en (in ieder geval) een
royementvolmacht te ondertekenen. De notaris heeft zijn verzoek aan IDM Lease gericht aan (het adres van) de bewaarder van boeken en bescheiden, maar deze heeft daarop niet gereageerd. De overige hypotheekhouders, die al langere tijd onderdeel zijn gaan uitmaken van het ABN AMRO Bank N.V. concern, hebben wel gereageerd waarbij ook een aflosnota is verstrekt in verband met de nog resterende hypotheekschuld van [eiser] .

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert – samengevat – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
1) de hypothecaire inschrijving ten gunste van IDM Lease op de woning waardeloos te verklaren,
2) te bepalen dat artikel 3:29 lid 4 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) hier buiten toepassing blijft zodat de bewaarder van het Kadaster terstond tot inschrijving van de waardeloos verklaring kan overgaan.

4.De beoordeling

4.1.
[eiser] heeft voldoende spoedeisend belang bij de ingestelde vordering, omdat alleen het hypotheekrecht van IDM Lease nog in de weg staat aan de rechtsgeldige levering op 22 december 2025. Met de overige drie hypotheekhouders is contact gelegd en die zijn bereid en in staat royement te verlenen. Bij niet tijdige levering van de woning, vrij van hypotheken en de inschrijving daarvan, is [eiser] een contractuele boete verschuldigd.
4.2.
Artikel 3:274 lid 1 BW Pro verplicht een schuldeiser om aan de rechthebbende op het bezwaarde goed bij authentieke akte te verklaren dat de hypotheek is vervallen, wanneer deze is tenietgegaan. In lid 3 staat dat artikel 3:29 BW Pro van overeenkomstige toepassing is wanneer die verklaring niet wordt afgegeven. Artikel 3:29 lid 1 BW Pro bepaalt dat wanneer de vereiste verklaring niet wordt afgegeven de rechtbank de inschrijving waardeloos verklaart op vordering van de onmiddellijk belanghebbende. Dit kan ook in kort geding.
4.3.
[eiser] stelt dat hij ten tijde van het vestigen van dit hypotheekrecht uitsluitend een
rechtsverhouding had met IDM Hypotheekbank B.V. Het nog openstaande bedrag van de geldlening zal bij de levering van de woning worden afgelost. Aan de overige drie vennootschappen, IDM Financieringen B.V., IDM Bank N.V. en IDM Lease, is [eiser] nooit iets verschuldigd geweest.
4.4.
Voldoende aannemelijk is dat IDM Lease nooit iets van [eiser] te vorderen heeft gehad en dat IDM Lease niet meer bestaat en er dus geen belang meer is bij het ten behoeve van haar gevestigde hypotheekrecht. Dat betekent dat er voldoende grond is voor waardeloosverklaring van de hypothecaire inschrijving.
4.5.
Uitgangspunt is dat IDM Lease op het tijdstip van haar ontbinding – 15 augustus 2016 – heeft opgehouden te bestaan (artikel 19 lid 4 BW Pro), waarna zij geen partij meer kan zijn in een procedure. [eiser] zal daarom in zijn vordering niet-ontvankelijk moeten worden verklaard.
4.6.
[eiser] is echter wel aan te merken als onmiddellijk belanghebbende in de zin van artikel 3:29 lid 1 BW Pro en uit dien hoofde heeft hij een zelfstandig belang om de inschrijving van het hypotheekrecht waardeloos te (laten) verklaren nu degene die de verklaring had behoren af te geven – IDM Lease – dat niet kan doen omdat zij niet meer bestaat. Ook van de vereffenaar of de bewaarder is niets meer te verwachten. De vereffenaar is niet meer in functie omdat de liquidatie van IDM Lease op 1 augustus 2024 is beëindigd en de bewaarder van de boeken en bescheiden niet heeft gereageerd op het verzoek van de notaris (zie 2.5). De inschrijving zal daarom bij dit vonnis waardeloos worden verklaard.
4.7.
[eiser] vordert verder dat artikel 3:29 lid 4 BW Pro hier buiten toepassing blijft. Dat gaat te ver, maar het is duidelijk dat [eiser] er belang bij heeft dat de waardeloosverklaring vóór 22 december 2025 in kracht van gewijsde gaat. Dat doel wordt als volgt bereikt. Uit genoemde bepaling volgt dat dit vonnis na inschrijving de bewaarder machtigt tot doorhaling van de waardeloze hypothecaire inschrijving. Inschrijving kan plaatsvinden nadat het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan, hetgeen pas het geval is als er geen rechtsmiddel meer tegen open staat. [eiser] heeft ter zitting verklaard van het recht op hoger beroep af te zien. Dat betekent dat er geen rechtsmiddel tegen dit vonnis openstaat en dat het per vandaag in kracht van gewijsde gaat. Dat zal in het dictum worden vermeld.
4.8.
De conclusie is dat [eiser] niet-ontvankelijk zal worden verklaard en dat de vorderingen zullen worden toegewezen op de wijze als hieronder vermeld in de beslissing. Aangezien IDM Lease niet meer bestaat zal [eiser] , hoewel materieel in het gelijk gesteld, de eigen kosten moeten dragen.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn vorderingen,
5.2.
verklaart de inschrijving van de hypotheekakte die op 7 januari 1998 is verleden ten overstaan van mr. [naam] , notaris ter standplaats [standplaats] , waarbij het hypotheekrecht van IDM Lease Maatschappij B.V. is ingeschreven in de openbare registers van het Kadaster ten behoeve van de onroerende zaak [adres] , waardeloos in de zin van artikel 3:29 BW Pro,
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
bepaalt dat [eiser] de eigen proceskosten draagt,
5.5.
verstaat dat er geen rechtsmiddel tegen dit vonnis meer openstaat en dat het per vandaag in kracht van gewijsde gaat,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.L.S. Kalff, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M.A.H. Verburgh, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2025.
Type: MAH
Coll: EB