ECLI:NL:RBAMS:2025:10937

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
30 december 2025
Publicatiedatum
22 januari 2026
Zaaknummer
/13/780925 / FA RK 25/9959
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:1 WvggzArt. 7:7 WvggzArt. 7:8 WvggzArt. 1:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot verlenging crisismaatregel op grond van Wvggz wegens goede samenwerking en vrijwillige voortzetting

De officier van justitie verzocht de rechtbank Amsterdam om verlenging van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die was opgenomen vanwege angst, depressie en suïcidegevaar.

Tijdens de mondelinge behandeling op 30 december 2025 bleek dat betrokkene goed samenwerkt met de zorgaanbieder en bereid is de behandeling voort te zetten zolang dat nodig is. De arts gaf aan dat er twijfel bestond of voortzetting van de maatregel in een gedwongen kader nog noodzakelijk was en dat de behandeling mogelijk vrijwillig kan worden voortgezet.

De advocaat van betrokkene verzocht de rechtbank het verzoek tot verlenging af te wijzen. De rechtbank oordeelde dat de crisissituatie niet meer dermate ernstig was dat een gedwongen maatregel noodzakelijk was en dat de behandeling in een vrijwillig kader kan worden voortgezet.

Daarom wees de rechtbank het verzoek tot verlenging van de crisismaatregel af. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de crisismaatregel wordt afgewezen omdat betrokkene goed samenwerkt en de behandeling vrijwillig kan worden voortgezet.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/780925 / FA RK 25/9959
kenmerk: VCM/IND/189159
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking van 30 december 2025van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1963 te [geboorteplaats] (Verenigde Staten),
wonende te [adres] ,
verblijvende te [verblijfplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. S. Ben Tarraf te Amsterdam,
zorgaanbieder: Arkin, locatie [locatie] .

1.Procesverloop

Bij verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 24 december 2025, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 23 december 2025 opgelegde crisismaatregel.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 30 december 2025 in het gebouw van de zorgaanbieder.
Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door een tolk in de Engelse taal;
- de raadsman;
- mw. [naam] , arts.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.

2.Beoordeling

2.1.
Op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro, in samenhang met artikel 7:8 Wvggz Pro, kan de rechter op verzoek van de officier van justitie een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verlenen indien de burgemeester ten aanzien van betrokkene op grond van artikel 7:1 Wvggz Pro een crisismaatregel heeft genomen.
2.2.
Gelet op artikel 7:1, eerste lid, Wvggz kan deze machtiging slechts worden verleend indien er onmiddellijk dreigend nadeel is, er een ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van betrokkene als gevolg van een psychische stoornis dit dreigend nadeel veroorzaakt, en met de crisismaatregel dit nadeel kan worden weggenomen. Daarbij dient de crisissituatie dermate ernstig te zijn dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht en moet sprake zijn van verzet tegen de zorg als bedoeld in artikel 1:4 Wvggz Pro.
2.3.
Ten tijde van de opname van betrokkene was sprake van angst, depressie en suïcidegevaar.
2.4.
Op de zitting is gebleken dat het goed gaat met betrokkene en dat hij wil blijven zo lang als dat nodig is. De arts heeft daarbij aangegeven dat er gesprekken zijn geweest en dat er al twijfel was of het nog wel in een gedwongen kader nodig was. Betrokkene is geen zorgmijder maar er moeten nog wel wat zaken geregeld worden voordat betrokkene de kliniek kan verlaten. De samenwerking met betrokkene is goed.
2.5.
De advocaat heeft verzocht het verzoek af te wijzen.
2.6.
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot het oordeel dat er sprake is van een goede samenwerking. De behandeling kan in het vrijwillig kader worden voortgezet. Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel zal dan ook worden afgewezen.

3.Beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is op 30 december 2025 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. C.C.M. Oude Hengel, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 13 januari 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open
.