Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Curia) van Hongarije op 21 oktober 2024 en betreft:
1.Beoordeling
2.Beslissing
wijst het verzoek af.Deze beslissing is genomen op 9 december 2025 door
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam heeft op 9 december 2025 een verzoek van de Hoge Raad van Hongarije beoordeeld, waarin om aanvullende toestemming werd gevraagd voor de tenuitvoerlegging van een straf opgelegd voor feiten die vóór de overlevering zijn begaan. De overgeleverde persoon, geboren in 1989 in Hongarije en momenteel gedetineerd aldaar, had niet de mogelijkheid gekregen om zijn opmerkingen en bezwaren over het verzoek kenbaar te maken, zoals vereist volgens het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 26 oktober 2021.
Tijdens een hoorzitting op 3 oktober 2024 gaf de overgeleverde persoon alleen aan geen afstand te doen van het specialiteitsbeginsel, maar werd niet gesproken over het verzoek tot aanvullende toestemming. De uitvaardigende justitiële autoriteit stelde dat een aparte verklaring over het verzoek niet noodzakelijk was indien de betrokkene zelf al een verklaring over het specialiteitsbeginsel had afgelegd. De rechtbank oordeelde echter dat het hoorrecht niet was geëerbiedigd omdat de overgeleverde persoon niet de kans had gekregen om zijn bezwaren te uiten en dit ook niet alsnog kon doen.
Op grond hiervan wees de rechtbank het verzoek om aanvullende toestemming af. De beslissing werd genomen door de voorzitter en twee rechters, in aanwezigheid van de griffier. Het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 26 oktober 2021 vormde de juridische basis voor het oordeel over het hoorrecht.
Uitkomst: Het verzoek om aanvullende toestemming voor strafuitvoering is afgewezen wegens niet geëerbiedigd hoorrecht.