Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.De procedure
2.De feiten
acht bedrijfsruimte-appartementen zijn gelegen op de begane grond. De acht woning-appartementen zijn maisonnettes en gelegen op zowel de eerste als de tweede verdieping, met bijbehorende entree en berging op de begane grond.
1992 (hierna: het splitsingsreglement) van toepassing verklaard.
[nummer] . Het appartementsrecht rechtgevende op het uitsluitend gebruik van:
Iedere eigenaar en gebruiker is verplicht het privé gedeelte te gebruiken overeenkomstig de daaraan nader in de akte gegeven bestemming.”
BESTEMMING
is:
”
Artikel 1
VvE mandaat te verlenen voor het starten van een juridische procedure tegen R&J. De dagvaarding is uitgebracht op 20 december 2024.
3.Het geschil
4. De beoordeling
twee afzonderlijke, zelfstandige wooneenheden in overeenstemming is met de bepalingen in de splitsingsakte en het splitsingsreglement over de bestemming van het appartement. Daarvoor moeten de splitsingsstukken worden uitgelegd. Het gaat er dan dus om of de bepalingen in de splitsingstukken over de bestemming van het appartement toestaan of verhinderen dat het appartement wordt opgedeeld en als twee afzonderlijke wooneenheden wordt gebruikt.
bestemmingmoeten worden gebruikt. Zo’n beperking is gebruikelijk en is ook in dit geval in de splitsingstukken opgenomen (zie 2.6.). De discussie tussen partijen gaat om de vraag of de bestemmingsbepaling in de splitsingsakte het gebruik van het appartement als twee zelfstandige wooneenheden toelaat.
bestemd om te worden gebruikt voor particulier woongebruik door de eigenaar en/of gebruiker al dan niet met zijn gezin”), maar daarbij ging het niet om het gebruik van het appartement als meerdere zelfstandige wooneenheden, maar om het verhuren van het appartement aan drie afzonderlijke personen die samen geen gezin of huishouden vormden. Dat is een ander feitelijk gebruik dan in deze zaak. Hetzelfde geldt voor het door de VvE genoemde arrest van 1 maart 2022 van het gerechtshof Amsterdam (ECLI:NL:GHAMS:2022:622) waarin het ging om bewoning van een appartement door drie vriendinnen.
R&J heeft aangevoerd dat bij het plaatsen van de airco units gebruik is gemaakt van bestaande doorvoeren in het dak en dat dus geen nieuwe doorvoeren zijn gerealiseerd.
9 lid 2 van het splitsingsreglement is daarvoor toestemming van de vergadering nodig. Die toestemming is er (nog) niet, omdat R&J daar kennelijk nog niet om heeft gevraagd. Er is op dit moment evenwel onvoldoende grond om de door de VvE gevorderde verklaring voor recht dat één en ander in oorspronkelijke staat moet worden teruggebracht toe te wijzen. Daarvoor geldt het volgende. De VvE heeft het onderwerp van de airco units pas voor het eerst tijdens de mondelinge behandeling naar voren heeft gebracht. Niet is gebleken dat dit eerder onderwerp van gesprek is geweest. Daarmee ligt het voor de hand dat R&J voor de plaatsing daarvan alsnog toestemming vraagt. Op dat moment kan worden besproken of bezwaren bestaan tegen de aanwezigheid van de airco units, waarbij in aanmerking wordt genomen dat het andere appartementseigenaren ook is toegestaan zonnepanelen op het gemeenschappelijke dak te plaatsen. Daarbij geldt dat vooralsnog niet duidelijk is geworden of, en zo ja wanneer, een andere eigenaar zonnepanelen zou willen plaatsen op de plaats waar de airco units staan.