ESP Consultancy vordert een verklaring voor recht dat gedaagden onrechtmatig hebben gehandeld door het aanvragen van het faillissement van een derde partij en dat zij misbruik van bevoegdheid hebben gemaakt. ESP stelt dat de faillissementsaanvraag onnodig was omdat de vordering kon worden voldaan uit verkoop van een woning of door cessie van de vordering aan ESP.
De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van misbruik van bevoegdheid, omdat de faillissementsaanvraag gebaseerd was op feiten en omstandigheden die niet onjuist waren en het verzoek door het hof is bekrachtigd. Ook is geen sprake van schuldeisersverzuim. ESP heeft onvoldoende onderbouwd dat gedaagden onrechtmatig hebben gehandeld.
De rechtbank wijst de vorderingen van ESP af en veroordeelt ESP in de proceskosten van € 2.094,00. Er is geen aanleiding om ESP te veroordelen in de volledige proceskosten omdat de vorderingen niet kennelijk kansloos waren. Het vonnis is gewezen door rechter F.L. Bolkestein en op 26 februari 2025 in het openbaar uitgesproken.