ECLI:NL:RBAMS:2025:1423

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
31 januari 2025
Publicatiedatum
6 maart 2025
Zaaknummer
10452726 \ CV EXPL 23-5473
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m lid 1 BWArt. 6:230v BWRichtlijn 93/13/EGHvJEU 3 september 2015, C-110/14 (Costea)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verstekvonnis met nadere onderbouwing over consumentstatus in internet- en tv-overeenkomst

In deze civiele zaak tussen Ziggo Services B.V. en gedaagde, die niet is verschenen, heeft de rechtbank Amsterdam verstek verleend tegen gedaagde. Ziggo stelt dat de overeenkomst is gesloten in de uitoefening van een bedrijf, waardoor consumentenbescherming niet van toepassing zou zijn. De kantonrechter oordeelt dat Ziggo deze stelling nader moet onderbouwen, mede gelet op de aard van de dienstverlening (internet en tv) en het feit dat het leveringsadres het woonadres van gedaagde betreft.

De rechtbank benadrukt dat het enkel drijven van een onderneming niet doorslaggevend is voor de vraag of iemand consument is; het gaat om het doel van de overeenkomst, afgeleid uit de aard van de dienst, conform het Costea-arrest van het HvJ EU. Indien gedaagde als consument wordt aangemerkt, moet Ziggo ook aantonen dat zij heeft voldaan aan haar informatieplichten uit het Burgerlijk Wetboek en de overeenkomst toetsen aan de richtlijn oneerlijke bedingen.

De zaak wordt verwezen naar een rolzitting waarbij Ziggo een nadere akte moet indienen, die tijdig aan gedaagde moet worden toegezonden met informatie over de mogelijkheid tot reageren of het vragen van uitstel. De verdere beslissing wordt aangehouden tot die zitting.

Uitkomst: De zaak wordt aangehouden om Ziggo de gelegenheid te geven nader te onderbouwen of gedaagde als consument moet worden aangemerkt.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 10452726 \ CV EXPL 23-5473
Vonnis van 31 januari 2025
in de zaak van
ZIGGO SERVICES B.V.,
gevestigd te Utrecht,
eisende partij,
gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders (Groningen),
tegen
[gedaagde] , voorheen handelende onder de naam [handelsnaam],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding, met producties,
- het tegen gedaagde partij verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Eisende partij stelt in de dagvaarding dat gedaagde partij in de uitoefening van haar bedrijf een overeenkomst heeft gesloten met eisende partij. Als die stelling juist is, geniet gedaagde partij in beginsel geen consumentenbescherming. Het is daarom aan de kantonrechter om ambtshalve na te gaan of die stelling van eisende partij juist is.
2.2.
Gelet op de aard van de dienstverlening van eisende partij, te weten het leveren van internet en tv, het leveringsadres van de diensten, te weten het woonadres van gedaagde partij en de omstandigheid dat de naam van de werkzaamheden van het voormalige bedrijf van gedaagde partij doet vermoeden dat hij verkeersregelaar was, welk beroep in de regel niet binnenshuis wordt uitgeoefend, zal eisende partij haar stelling dat gedaagde partij de overeenkomst heeft gesloten in de uitoefening van haar onderneming nader moeten toelichten en onderbouwen.
2.3.
De enkele omstandigheid dat iemand een onderneming drijft, dan wel de keuze maakt voor het afnemen van een zakelijk product, is immers niet allesbepalend voor de vraag of diegene al dan niet als consument is aan te merken. Het begrip consument is een objectief begrip. Van belang is met welk doel de overeenkomst is aangegaan, wat met name moet worden afgeleid uit de aard van de dienst waarop de betrokken overeenkomst betrekking heeft (HvJEU 3 september 2015, C-110/14, ECLI:EU:C:2015:538 (Costea)).
2.4.
Mocht moeten worden geconcludeerd dat gedaagde partij als consument is aan te merken, zal eisende partij gemotiveerd moeten stellen op welke wijze zij heeft voldaan aan de informatieplichten van artikel 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek. Daarnaast moet de overeenkomst worden getoetst aan Richtlijn 93/13 EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. Eisende partij krijgt de gelegenheid zich ook hierover – al dan niet subsidiair – uit te laten in de door haar te nemen akte.
2.5.
De zaak wordt verwezen naar de rol voor een akte aan de zijde van eisende partij.
2.6.
Eisende partij dient de akte tenminste twee weken voor de hierna te bepalen rolzitting ook aan gedaagde partij te sturen, met de mededeling dat gedaagde partij op die rolzitting daarop mag reageren dan wel uitstel kan vragen en hoe en wanneer gedaagde partij uiterlijk moet reageren. Eisende partij wordt in dat kader verzocht om naast de akte ook de mededeling/brief aan gedaagde partij in het geding te brengen. Wanneer niet kan worden vastgesteld dat de akte tijdig en/of met de juiste mededeling aan gedaagde partij is toegestuurd, wordt deze in beginsel buiten beschouwing gelaten.
2.7.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
verwijst de zaak naar de rol van
vrijdag 28 februari 2025 om 10.00 uurvoor het nemen van een akte door eisende partij zoals bepaald in overwegingen 2.2 en 2.4,
3.2.
bepaalt dat eisende partij aan gedaagde partij moet toesturen, overeenkomstig het bepaalde in overweging 2.6,
3.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink en in het openbaar uitgesproken op 31 januari 2025.
991