De huurder exploiteert sinds 2017 een horecabedrijf in een gehuurde bedrijfsruimte en is gehouden tot afdracht van opbrengsten uit kansspel- en behendigheidsautomaten aan de verhuurder. De verhuurder, tevens enig aandeelhouder van de verhuurder, vordert betaling van openstaande facturen wegens niet-betaalde afdracht. De huurder erkent de hoofdsom, maar stelt dat zij kosten heeft gemaakt voor reparaties aan gebreken in het gehuurde, die zij heeft verrekend met de vordering.
De kantonrechter oordeelt dat de huurder de gemaakte kosten had moeten verrekenen met de huur en niet met de opbrengsten van de automaten. De huurder heeft een deel betaald, waardoor een restant van €1.181,58 resteert dat niet is betwist. Deze hoofdsom wordt toegewezen met de wettelijke handelsrente. De gevorderde incassokosten worden grotendeels afgewezen wegens onvoldoende specificatie, maar conform de wet wordt een vergoeding van €40 toegekend.
De proceskosten worden deels toegewezen, waarbij de kantonrechter het ontbreken van communicatie tussen partijen betreurt en daarom geen salarispunt toekent voor de mondelinge behandeling. De overige proceskosten worden aan de huurder opgelegd. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en overige vorderingen worden afgewezen.