Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil in incident en de beoordeling
4.De beoordeling in de hoofdzaak
5.De beslissing
14 februari 2025te 10:00 uur om een datum voor de mondelinge handeling vast te stellen,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een geschil tussen ING Bank N.V. en een klant die inmiddels in Duitsland woont, over een bedrag van €15.000 dat na beslaglegging op de bankrekening van de klant is overgemaakt en opgenomen. ING heeft het saldo ten tijde van het beslag aan de deurwaarder afgedragen en vordert nu het verschil.
De klant betwist de bevoegdheid van de Nederlandse rechter niet en geeft zelfs de voorkeur aan behandeling in Nederland, hoewel hij ook erkent dat de Duitse rechter bevoegd is. ING beroept zich op een forumkeuzebeding in de Algemene Bankvoorwaarden 2009.
De kantonrechter stelt vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van artikel 109 Rv Pro, aangezien de artikelen 99 tot en met 108 Rv geen bevoegde rechter aanwijzen en ING in Nederland is gevestigd. De voorkeur van de klant voor een zitting in Assen verandert hier niets aan.
De kantonrechter wijst het bevoegdheidsincident af en bepaalt dat de zaak zich leent voor een mondelinge behandeling, waarvan de datum op een volgende rolzitting zal worden vastgesteld. Partijen worden geïnformeerd over de procedure voor het opgeven van verhinderdata en het indienen van stukken.
De beslissing over de proceskosten in het incident wordt aangehouden en verdere beslissingen worden eveneens aangehouden.
Uitkomst: De Nederlandse rechter is bevoegd en het bevoegdheidsincident wordt afgewezen.