Vergunninghouder vroeg een omgevingsvergunning aan voor het bouwen van een restaurant met een woning op een perceel waar tot 2014 een bedrijf stond. Na eerdere vernietiging van een vergunning wegens parkeerproblemen, is een nieuw bouwplan ingediend dat een kleiner gebouw betreft. Eisers, bewoners van nabijgelegen locatie, voerden aan dat het bouwplan onvoldoende rekening houdt met de parkeerbehoefte, omdat negen parkeerplaatsen verdwijnen en er volgens hen 17,3 extra parkeerplaatsen nodig zijn.
Het college stelde dat het perceel braakliggend is en dat de parkeerplaatsen die eisers gebruiken niet officieel zijn aangewezen. Het bouwplan voorziet in elf parkeerplaatsen naast het gebouw, maar niet op eigen terrein. Het college beriep zich op afwijking van het parkeerbeleid omdat het realiseren van parkeerplaatsen op eigen terrein verkeersveiligheidsproblemen oplevert.
De rechtbank oordeelt dat het college in redelijkheid heeft kunnen besluiten dat het bouwplan voldoet aan het parkeerbeleid. De elf parkeerplaatsen naast het gebouw zijn planologisch bestemd en voldoende om in de parkeerbehoefte van 8,3 plaatsen plus één invalidenparkeerplaats te voorzien. De beroepen van eisers worden ongegrond verklaard, de vergunning blijft in stand en eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.