De eiser is erfpachter van een woning met een zelfbewoningsplicht die loopt tot 1 mei 2025. Hij verzocht de gemeente om ontheffing van deze plicht vanwege zijn huwelijk, gezinsuitbreiding, verhuizing naar de woonplaats van zijn echtgenote en het beëindigen van zijn onderneming. De gemeente weigerde ontheffing te verlenen omdat niet voldaan werd aan de criteria en er geen bijzondere omstandigheden waren.
De voorzieningenrechter overwoog dat de tekst van de erfpachtakte helder is en dat de verandering van werkkring van de echtgenote geen grond is voor ontheffing. Ook de voorgenomen verhuizing naar Ghana is onvoldoende concreet om de plicht te doorbreken. De eiser kan de woning verkopen binnen de resterende looptijd van de plicht.
De belangenafweging weegt het gemeentelijk belang van handhaving van het beleid zwaar, mede ter voorkoming van speculatie met zelfbouwkavels. De eiser draagt de lasten van dubbele woonlasten, maar dit is een gevolg van eigen keuzes. Daarom wordt het verzoek afgewezen en wordt de eiser veroordeeld in de proceskosten.