Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie
4.Waardering van het bewijs
76 Voor de berekening van de uitworp van een stook- en/of WKK-installatie wordt de massaconcentratie aan zwaveldioxide, stikstofoxiden of stof in het rookgas herleid op rookgas met een volumegehalte aan zuurstof van 3 %.
Het biodieselproces is gewijzigd ten opzichte van de aanvraag oprichtingsvergunning. De wijziging van het proces heeft als voordeel dat er (…)(bij)producten ontstaan, namelijk (…) bioheatingoil (…).Hierbij geldt dat (…) bioheatingoil kan worden ingezet als brandstof voor de stoomketels. (…)Het gebruik van de bio-olie bioheatingoil in de stoomketels leidt niet tot grotere emissies dan conform voorschriften W76-W82 van de vigerende vergunning zijn vergund.” [7]
Het gaat – voor zover van belang – om de volgende meetresultaten [8] :
Daarnaast hebben we om de bioheatingoil vergund te krijgen aangesloten bij de bestaande voorwaarden uit de vergunning. Het is dan niet zo’n sterk verhaal om nu te zeggen we halen het toch niet met deze brandstof met als belangrijkste argument dat de kosten voor nabehandeling danwel andere branders te hoog zijn. Daarnaast zijn andere typen brandstof ook toegestaan.” [11]
Probleemdefinitie:
SO2 maximaal 150 mg/m3.
NOx maximaal 200 mg/m3.
Dit heb geen zin zonde v de tijd
‘word kots van ze op deze manier’). Daarbij gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte met [verdachte] (zichzelf) bedoelde.
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van het feit
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
€ 25.000,-(vijfentwintigduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 160 dagen.