Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
1.De procedure
2.De feiten
4.De beoordeling
178,00
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
Eisers, partners met rekeningen bij ING, vroegen in 2022 een hypothecaire lening aan via een intermediair, waarbij jaarinkomens en bedrijfswinsten werden opgegeven. ING kreeg in december 2024 bericht van het Openbaar Ministerie over vervalsingen door de administrateur van het administratiekantoor Qontinu, die jaarrekeningen had opgehoogd ten behoeve van hypotheekaanvragen, waaronder die van eisers.
ING beëindigde daarop de bankrelatie en registreerde eisers in diverse frauderegisters. Eisers ontkenden betrokkenheid en stelden dat fraude door de hypotheekadviseur en administratiekantoor was gepleegd zonder hun medeweten. De rechtbank oordeelde dat er voldoende aanwijzingen zijn voor betrokkenheid van eisers bij de fraude, mede gezien de afwijkingen in de jaarcijfers en verklaringen van de administrateur.
De rechtbank overwoog dat ING op grond van de Algemene Bankvoorwaarden en haar zorgplicht de relatie mocht beëindigen, mede vanwege haar verplichting tot integriteitsbewaking onder de Wft. Ook was de opname in de registers proportioneel en rechtmatig volgens AVG en het PIFI-protocol. Eisers werden veroordeeld in de proceskosten en hun vorderingen werden afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en bevestigt het recht van ING om de bankrelatie te beëindigen en de registratie in frauderegisters te handhaven.