ECLI:NL:RBAMS:2025:2049
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering omzetting voorlopige aanhouding in aanhouding in overleveringsprocedure
De rechtbank Amsterdam behandelde op 11 maart 2025 een verzoek tot omzetting van voorlopige aanhouding in aanhouding van een opgeëiste persoon uit Roemenië, die op 19 februari 2025 voorlopig was aangehouden op grond van de Overleveringswet. De rechter-commissaris had op 20 februari 2025 het bevel tot bewaring bevolen en op 5 maart 2025 was de verkorte procedure tot onmiddellijke overlevering toegestaan.
De officier van justitie verzocht de rechtbank om de voorlopige aanhouding om te zetten in een aanhouding omdat de termijn van het bevel bewaring vóór de geplande feitelijke overlevering op 14 maart 2025 zou verstrijken. De rechtbank overwoog echter dat na het toestaan van de verkorte procedure de termijn van bewaring niet langer beperkt wordt door artikel 19 OLW Pro maar door artikel 42 OLW Pro, waardoor de opgeëiste persoon nog maximaal twintig dagen in bewaring kan blijven na het afleggen van de verklaring.
De rechtbank stelde vast dat omzetting van voorlopige aanhouding in aanhouding niet meer aan de orde is omdat al een beslissing is genomen in het kader van de verkorte procedure. Bovendien loopt het bevel bewaring nog tien dagen door en is de feitelijke overlevering binnen deze termijn gepland. Er was geen informatie over overmacht of humanitaire redenen die een verlenging van bewaring zouden rechtvaardigen.
Daarom wees de rechtbank de vordering tot omzetting van voorlopige aanhouding in aanhouding af.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot omzetting van voorlopige aanhouding in aanhouding af.