Verzoekster is sinds 2007 in dienst als kraamverzorgende en is sinds december 2021 ziekgemeld. Zij ontvangt sinds februari 2024 een WIA-uitkering wegens 100% arbeidsongeschiktheid. Ondanks verzoeken om beëindiging van het dienstverband en financiële afwikkeling, heeft de werkgever niet meegewerkt.
De kantonrechter oordeelt dat het dienstverband slapend is en ontbindt de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 april 2025 op grond van artikel 7:671c BW. Verzoekster heeft recht op een transitievergoeding van €5.085,89 bruto, achterstallig vakantiegeld met wettelijke verhoging en rente, en een vergoeding voor niet genoten vakantie-uren en salaris over januari en februari 2024 minus reeds betaalde bedragen.
De werkgever wordt tevens veroordeeld tot het verstrekken van correcte loonstroken en jaaropgave, het doen van aangifte loonbelasting en betaling van proceskosten. Diverse dwangsommen zijn verbonden aan de nakoming van deze verplichtingen. Het meer of anders verzochte wordt afgewezen.