ECLI:NL:RBAMS:2025:2231
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Werkgever moet achterstallig loon en wettelijke verhoging betalen aan BBL-student
Eiser, een BBL-student, werkte sinds november 2023 voor BMH en beëindigde de overeenkomst in november 2024. Hij stelde dat sprake was van een arbeidsovereenkomst en dat hij meer uren had gewerkt dan afgesproken, waarbij hij te weinig loon ontving. Hij vorderde betaling van achterstallig loon, wettelijke verhoging, rente, reiskostenvergoeding, ondertekening van formulieren en aanmelding bij het pensioenfonds.
De kantonrechter oordeelde dat de overeenkomst kwalificeert als een arbeidsovereenkomst, waarbij de werkzaamheden van eiser als arbeid werden aangemerkt en niet als overwegend leerzaam. De cao Bouw & Infra was deels van toepassing, afhankelijk van de periode. Eiser had gemiddeld 40 uur per week gewerkt, wat door BMH onvoldoende werd betwist.
BMH had te weinig loon betaald, omdat het verkeerde uurloon en te weinig uren waren gehanteerd. De kantonrechter veroordeelde BMH tot betaling van het netto-equivalent van het achterstallige bruto loon minus reeds betaalde bedragen, vermeerderd met 25% wettelijke verhoging en wettelijke rente. Ook werd BMH veroordeeld tot betaling van reiskostenvergoeding, verstrekking van loonstroken, ondertekening van formulieren, aanmelding bij het pensioenfonds en betaling van proceskosten. Verrekening van schade aan een bedrijfsauto en boetes werd afgewezen.
Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en dwangsommen opgelegd voor niet-naleving van de veroordelingen omtrent formulieren en pensioenaanmelding.
Uitkomst: BMH wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon met wettelijke verhoging, reiskostenvergoeding, ondertekening van formulieren en pensioenaanmelding.