Op 21 december 2024 werd verdachte aangehouden in Amsterdam wegens vernieling van een geluidswand bij een uitgaansgelegenheid. Tijdens de aanhouding trof de politie grote hoeveelheden verdovende middelen aan in de auto en woning van verdachte, waaronder cocaïne, MDMA, hasjiesj en hennep. Tevens werd een politievest en een airsoftwapen aangetroffen. Verdachte werd tevens verdacht van witwassen van ruim €71.000.
De verdediging voerde aan dat het bewijs onrechtmatig was verkregen door onrechtmatige doorzoekingen van de auto en woning, en dat het geld afkomstig was van een zus van verdachte. De rechtbank oordeelde dat de politie rechtmatig handelde, dat de doorzoekingen waren toegestaan en dat het bewijs toereikend was. De verklaring van de zus werd niet als voldoende verklaring voor het geldbedrag gezien.
De rechtbank verklaarde bewezen dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van drugs, witwassen, vernieling, heling van het politievest en bezit van het airsoftwapen. De strafmaat werd vastgesteld op 20 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest. Daarnaast werden de geldbedragen verbeurd verklaard en de drugs en het airsoftwapen onttrokken aan het verkeer. Het politievest werd teruggegeven aan de politie.