Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2025:251

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
3 januari 2025
Publicatiedatum
15 januari 2025
Zaaknummer
C/13/761225 / HA RK 24-450
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArt. 8:119 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek na eindbeslissing in bestuursrechtelijke procedure

Verzoekster heeft bij brief van 13 december 2024 een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. S.D. Arnold, bestuursrechter te Amsterdam, naar aanleiding van een uitspraak van 11 december 2024 waarin verzoekster zich niet kon vinden. Zij stelde dat haar schriftelijke reactie niet was meegenomen en betoogde machtsmisbruik, oneerlijk proces en schijn van partijdigheid.

De wrakingskamer oordeelde dat wraking op grond van artikel 8:15 Awb Pro alleen mogelijk is zolang er geen eindbeslissing is genomen, omdat wraking bedoeld is om een rechter in een lopende zaak te vervangen. Omdat in deze zaak reeds een eindbeslissing was genomen, was het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk.

De wrakingskamer wees het verzoek daarom af zonder mondelinge behandeling. Tevens werd opgemerkt dat een eventueel verzoek tot herziening als nieuwe zaak door een andere rechter zal worden behandeld, zodat de betrokkenheid van de gewraakte rechter daarmee wordt vermeden.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is afgewezen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid omdat het na een eindbeslissing is ingediend.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer
Beslissing op het op 13 december 2024 gedane en onder rekestnummer C/13/761225 / HA RK 24/450 ingeschreven verzoek van:
[verzoekster],
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster,
gemachtigde mr. B. Kahraman,
welk verzoek strekt tot wraking van mr. S.D. Arnold, bestuursrechter te Amsterdam, hierna: de rechter.

1.De procedure

1.1.
Bij brief van mr. Kahraman van 13 december 2024 heeft verzoekster de rechter gewraakt.
1.2
Bij e-mail van 16 december 2024 is deze brief is door de griffier mr. P. Tanis naar de wrakingskamer gezonden. Bij e-mail van 23 december 2024 heeft de griffier de wrakingskamer bericht dat een door verzoekster in te dienen verzoek om herziening (artikel 8:119 Awb Pro) als een nieuwe zaak zal worden aangemerkt en door een andere rechter en griffier zal worden behandeld.
1.3.
De rechter heeft niet in de wraking berust.

2.De feiten en het verzoek

2.1.
Bij de rechter zijn zaken in behandeling geweest waarin verzoekster eisende partij is. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam is verweerder. Het betreft de zaken met zaaknummers AMS 23/6161, AMS 23/6162 en AMS 23/6153. Op 11 december 2024 heeft de rechter uitspraak gedaan. In die uitspraak heeft hij de verzoeken om verweerder te veroordelen in de proceskosten afgewezen. In de brief van 13 december 2024 van mr. Kahraman is opgenomen dat verzoekster zich niet kan vinden in die uitspraak, onder meer omdat haar schriftelijke reactie van 27 november 2023 ontbreekt in de overwegingen die hebben geleid tot de uitspraak. Om die reden verzoekt zij de uitspraak opnieuw te laten beoordelen door een andere rechter en wraakt zij de rechter. Ook is zij voornemens een klacht in te dienen omdat de rechter en de griffier zich schuldig hebben gemaakt aan machtsmisbruik, er sprake was van een oneerlijk proces en omdat de schijn van partijdigheid is opgewekt.

3.De beoordeling

3.1.
Op grond van artikel 8:15 van Pro de Awb kan een rechter worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3.2.
Nadat door een rechter een eindbeslissing is genomen is wraking niet meer mogelijk. Wraking heeft immers ten doel een rechter in een lopende zaak te vervangen en van een lopende zaak is geen sprake meer indien een eindbeslissing is genomen. Omdat ook in dit geval sprake is van een eindbeslissing is het wrakingsverzoek kennelijk niet ontvankelijk. Een mondelinge behandeling kan daarom achterwege blijven. Het verzoek zal dan ook worden afgewezen.
3.3.
Ten overvloede wordt nog verwezen naar de e-mail van de griffier van 23 december 2024 waaruit volgt dat een eventueel verzoek tot herziening door een andere rechter zal worden behandeld. Hieruit blijkt dat ook na indiening van een herzieningsverzoek geen sprake is van betrokkenheid van de rechter.
BESLISSING
De Wrakingskamer:
 wijst het verzoek tot wraking af.
Aldus gegeven door mrs. P.B. Martens, voorzitter, N.C.H. Blankevoort en
A.W.J. Ros, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 januari 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.