ECLI:NL:RBAMS:2025:2612

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
18 april 2025
Publicatiedatum
22 april 2025
Zaaknummer
C/13/767730 / HA RK 25-125
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen bestuursrechter wegens vermeende vooringenomenheid

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. C.F. de Lemos Benvindo, bestuursrechter te Amsterdam, in verband met een lopende bestuursrechtelijke beroepszaak. Verzoeker stelde dat de rechter niet op zijn verzoek tot uitstel van de mondelinge behandeling had gereageerd en dat daardoor de onpartijdigheid van de rechter in het geding zou zijn.

De wrakingskamer overwoog dat op grond van artikel 8:15 Awb Pro een rechter alleen kan worden gewraakt indien feiten of omstandigheden een schijn van vooringenomenheid opleveren. Daarbij geldt een vermoeden van onpartijdigheid van de rechter en is een rechterlijke beslissing zelf geen grond voor wraking, zoals bevestigd door de Hoge Raad in het arrest ECLI:NL:HR:2018:1413.

De kamer concludeerde dat het niet reageren op het verzoek tot uitstel en het bepalen van een datum voor de mondelinge behandeling geen wrakingsgrond vormen. Er waren geen concrete aanwijzingen dat de rechter vooringenomen was of de schijn daarvan wekte. Het verzoek werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de bestuursrechter wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde wrakingsgronden.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer
Beslissing op het op 14 april 2025 bij de Wrakingskamer ingekomen en onder rekestnummer C/13/767730 / HA RK 25/125 ingeschreven verzoek van:
[verzoeker],
verzoeker,
welk verzoek strekt tot wraking van mr. C.F. de Lemos Benvindo, bestuursrechter te Amsterdam, hierna: de rechter.

1.Verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de navolgende processtukken:
 het wrakingsverzoek, van 1 april 2025, ingediend bij de Centrale Balie op 3 april 2025 en door het team bestuursrecht op 14 april 2025 aan de Wrakingskamer doorgezonden;
 de schriftelijke reactie van de rechter van 16 april 2025.
1.2.
De rechter heeft niet in de wraking berust.

2.De feiten en het verzoek

2.1.
Bij de rechtbank is een beroepszaak van verzoeker in behandeling (zaaknummer AMS 24/6308). De mondelinge behandeling staat gepland op 27 mei 2025.

3.De beoordeling

3.1.
Op grond van artikel 8:15 van Pro de Algemene Wet Bestuursrecht (hierna: Awb) kan een rechter worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3.2.
Als uitgangspunt voor de beoordeling geldt dat de rechter krachtens zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, behoudens bewijs van het tegendeel. Daarnaast geldt dat ook de objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid grond kan zijn voor wraking.
3.3.
In zijn arrest van 25 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1413) heeft de Hoge Raad overwogen dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen meebrengt dat een rechterlijke (tussen)beslissing als zodanig nimmer grond kan vormen voor wraking; wraking is geen verkapt rechtsmiddel. Het gerecht dat over het wrakingsverzoek moet oordelen (de wrakingskamer) komt geen oordeel toe over de juistheid van de (tussen)beslissing noch over het verzuim te beslissen. Dat oordeel is voorbehouden aan de rechter die in geval van de aanwending van een rechtsmiddel belast is met de behandeling van de zaak.
3.4.
Volgens verzoeker heeft hij op 13 februari 2025 en ook op 4 en 5 maart 2025 verzocht de mondelinge behandeling aan te houden. Die brieven zijn onbeantwoord gebleven. De rechter heeft vervolgens bepaald dat die behandeling op 27 mei 2025 zal plaatsvinden.
3.5.
De rechter heeft aangevoerd dat verzoeker aangaf geen behandeling ter zitting te wensen, maar daarin niet eenduidig was. Om het zekere voor het onzekere te nemen heeft de rechter besloten de zaak toch op een zitting te agenderen, voor het geval verzoeker alsnog zou besluiten naar de zitting te komen. Daar is hij vrij in.
3.6.
Een rechterlijke beslissing, zoals het bepalen van een mondelinge behandeling en de beslissing de zaak niet aan te houden, is geen grond tot wraking, zoals is beslist in het hierboven genoemde arrest. Ook het ontbreken van een motivering voor die beslissing kan geen wrakingsgrond zijn. Ook dat volgt uit het onder 3.3 genoemde arrest. Voor het overige bevat het verzoek geen aanknopingspunten op grond waarvan de rechter vooringenomen zou zijn, dan wel de schijn daartoe zou hebben gewekt. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. Een mondelinge behandeling kan achterwege blijven.
4. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De Wrakingskamer:
 wijst het verzoek tot wraking af.
Aldus gegeven door mrs. P.B. Martens, voorzitter, N.C.H. Blankevoort en I.M. Bilderbeek, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 april 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.