Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2025:2921

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
2 april 2025
Publicatiedatum
3 mei 2025
Zaaknummer
13/019702-23
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 OLWArt. 8 Kaderbesluit 2002/584/JBZ
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenbeslissing inzake aanvullende toestemming voor tenuitvoerlegging straf na overlevering

De rechtbank Amsterdam behandelt een verzoek van de Griekse autoriteiten om aanvullende toestemming te verlenen voor de tenuitvoerlegging van een straf die is opgelegd voor feiten gepleegd vóór de overlevering van de betrokkene. De rechtbank constateert dat de overgeleverde persoon niet op juiste wijze is gehoord, aangezien dit niet door een rechter maar door een gevangenisdirecteur is gedaan, zonder aanwezigheid van een advocaat.

Eerder heeft de rechtbank bij een tussenbeslissing van 20 juli 2023 de Griekse autoriteiten verzocht de overgeleverde persoon alsnog te horen met volledige eerbiediging van zijn verdedigingsrechten. De Griekse autoriteiten gaven aan dat de persoon al was gehoord, maar de rechtbank acht dit onvoldoende omdat niet is voldaan aan de vereisten zoals gesteld in het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 26 oktober 2021.

Daarom beveelt de rechtbank opnieuw dat de overgeleverde persoon door een rechter moet worden gehoord over het verzoek tot aanvullende toestemming, met volledige waarborging van zijn verdedigingsrechten, en dat het verslag hiervan aan de rechtbank wordt toegezonden. Deze beslissing is genomen door drie rechters onder voorzitterschap van mr. A.J.R.M. Vermolen op 2 april 2025.

Uitkomst: De rechtbank beveelt dat de overgeleverde persoon opnieuw door een rechter wordt gehoord met volledige eerbiediging van het verdedigingsrecht.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/019702-23
Datum beslissing: 2 april 2025
TUSSEN-
BESLISSING
op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 11 juli 2023, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor de tenuitvoerlegging van een straf die is opgelegd voor feiten die vóór het tijdstip van de overlevering zijn begaan en waarvoor de betrokkene niet is overgeleverd, als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, OLW. Dit verzoek is ingediend door de Officier van justitie bij het Hof van Beroep (
Eisaggeleas Efeton) verbonden aan het Parket van het Hof van Beroep van Thessaloniki (
Eisaggelia Efeton Thessalonikis), Griekenland, op 30 december 2022 en betreft:
[de overgeleverde persoon]
geboren op [geboortedag] 1985 te [geboorteplaats] (Griekenland)
thans gedetineerd in Griekenland
hierna te noemen: de overgeleverde persoon.

1.Beoordeling

Het verzoek bevat de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. De voorhanden zijnde stukken zijn niet toereikend om - met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon - een beslissing te nemen.
Bij tussenbeslissing van 20 juli 2023 heeft de rechtbank overwogen dat vereist is dat de overgeleverde persoon feitelijk de mogelijkheid heeft gehad om al zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek tot aanvullende toestemming kenbaar te maken, zoals bedoeld in het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 26 oktober 2021. [1] Uit de stukken is echter onvoldoende gebleken dat dit verdedigingsrecht van de overgeleverde persoon is geëerbiedigd op het moment dat hij in de gelegenheid werd gesteld om zich uit te laten over het verzoek om aanvullende toestemming. De rechtbank heeft daarbij in aanmerking genomen dat het verhoor van de overgeleverde persoon niet heeft plaatsgevonden door een rechter, maar door de gevangenisdirecteur. Daarbij komt dat niet is gebleken dat de overgeleverde persoon tijdens dat verhoor is bijgestaan door een advocaat, dan wel dat hij de gelegenheid heeft gehad om voorafgaand aan het verhoor een, dan wel zijn, advocaat te raadplegen.
Bij tussenbeslissing van 20 juli 2023 heeft de rechtbank aan de Griekse autoriteiten verzocht de opgeëiste persoon alsnog met volledige eerbiediging van het verdedigingsrecht te laten horen over het verzoek tot aanvullende toestemming.
Bij e-mail van 20 februari 2024 hebben de Griekse autoriteiten laten weten dat de opgeëiste persoon al eerder is gehoord over het verzoek tot aanvullende toestemming.
De rechtbank kan niet uitsluiten dat de Griekse autoriteiten niet beschikten over de (overwegingen in de) tussenbeslissing van de rechtbank, waaruit volgt dat het verzoek om de opgeëiste persoon nogmaals te horen, (onder meer) inhoudt dat de opgeëiste persoon door een rechter over het verzoek tot aanvullende toestemming dient te worden gehoord en niet door een gevangenisdirecteur.
De rechtbank zal de uitvaardigende justitiële autoriteit nogmaals verzoeken om de overgeleverde persoon alsnog in de gelegenheid te stellen om zijn opmerkingen en bezwaren met betrekking tot de aanvullende toestemming naar voren te brengen bij een
rechter, met volledige eerbiediging van het verdedigingsrecht.

2.Beslissing

De rechtbank:
verzoekt de uitvaardigende justitiële autoriteit om
[de overgeleverde persoon]alsnog in de gelegenheid te stellen om te worden gehoord door een
rechtermet de volledige eerbiediging van het verdedigingsrecht, op het verzoek om toestemming te verlenen voor de tenuitvoerlegging van een straf die is opgelegd voor feiten die vóór het tijdstip van de overlevering zijn begaan en waarvoor de betrokkene niet is overgeleverd en het verslag daarvan aan de rechtbank te doen toekomen.
Deze beslissing is genomen op 2 april 2025 door
mr. A.J.R.M. Vermolen, voorzitter,
mrs. E. de Rooij en M.W. Speksnijder, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier.

Voetnoten

1.Vgl. HvJ EU 26 oktober 2021, ECLI:EU:C:2021:876, punt 63.