Uitspraak
1.[eiser 1] ,
2.
[eiser 2],
3.
[eiser 3],
4.
[eiser 4],
Rechtbank Amsterdam
Partijen sloten een tussenhuurovereenkomst voor drie jaar met een ontruimingsclausule, waarbij verhuurder de woning na afloop zelf wilde betrekken. Opzegging vond plaats op grond van de diplomatenclausule (art. 7:274 lid 1 sub b jo Pro lid 2 BW).
De huurder weigerde te vertrekken en voerde dat er andere afspraken waren over een langere huurperiode of koopoptie. De rechtbank oordeelde dat de schriftelijke overeenkomst leidend is en dat geen afdwingbare aanvullende afspraken zijn gemaakt.
De verhuurder heeft voldoende belang bij ontruiming, omdat hij de woning zelf wil betrekken. De rechtbank verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad vanwege misbruik van recht door de huurder die de huurperiode wil rekken.
De ontruiming wordt vastgesteld op 1 augustus 2025, rekening houdend met het belang van de huurder en zijn gezin. Boetes en dwangsommen worden afgewezen omdat de huurder recht heeft in de woning te blijven tot onherroepelijke beslissing. Proceskosten worden toegewezen aan verhuurder.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de tussenhuurovereenkomst en veroordeelt de huurder tot ontruiming per 1 augustus 2025, met afwijzing van boetes en dwangsommen.