Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
Op 4 december 2018 kopen 2 Roemeense dames een pand van € 815.000 in [plaats 1] . Beide dames zijn dan net ín Nederland komen wonen. 1 van de dames, mevrouw [medeverdachte 3] , was eerder woonachtig in NL. Zij woonde tot maart 2011 in NL.
Zo, mijn moeder wil het verkopen voor € l55.000. WOZ is € 134.500. Mijn broer heeft een paar (kleine) bedragen aan leningen uitstaan bij het BKR voor totaal € 5.689,-. Maar we kunnen hem helpen met de kleine leningen als dat nodig is voor de overeenkomst van de hypotheek. Hij heeft ook leningen bij ons, zo in totaal heeft hij € 16.000 tot 20.000 extra nodig boven zijn hypotheek. (..) € 175.000 totaal voor de hypotheek. Laat me weten wat je kan doen, alvast bedankt”. Vervolgens stuurt [verdachte] op diezelfde dag het volgende bericht naar [getuige 1] ( [mailadres 13] ): “
(..) Kan jij mij laten weten of deze persoon een hypotheek kan krijgen met zijn BKR. Ik zend de BKR uitdraai als bijlage mee. Ik hoor het graag zo spoedig mogelijk van je”. Kort daarop stuurt [getuige 1] het volgende bericht, in het Engels, aan [verdachte] : “(..)
Ja het kan. In dit soort zaken geef ik de persoon een privé lening van mijzelf zodat hij de leningen van het BKR kan afbetalen. Hij kan een hogere hypotheek krijgen. Na de hypotheek geef ik hem een lening van een bedrijf. Met deze lening kan hij mijn privé lening afbetalen inclusief 10%”.
GOED NIEUWS, alles is in orde en hij kan een hypotheek krijgen als zijn leningen zijn afbetaald(..)”. Op 4 oktober 2017 stuurt [persoon 11] een bericht aan [verdachte] met daarin documenten van [medeverdachte 4] en schrijft : “(..)
Mijn financiële persoon heeft 1 "loonstrookje" nodig. Is het mogelijk om deze op 8 november te laten starten?” en in een later bericht geeft zij aan dat ‘ [medeverdachte 4] ’ zijn CV zal versturen. Op 5 oktober 2017 stuurt [medeverdachte 4] ( [mailadres 14] ) zijn CV in een bijlage naar [verdachte] . Op 31 januari 2018 stuurt [medeverdachte 4] een bericht aan [verdachte] dat hij wegens privéredenen onbetaald verlof neemt tot nader order. Op 7 februari 2018 stuurt [verdachte] dit bericht van [medeverdachte 4] door aan [persoon 6] . [40]
4.Bewezenverklaring
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf
8.Beslag
9.Ten aanzien van de benadeelde partij
deze bevoegdheden dient uit te oefenen gezamenlijk met een andere houder van een volmacht”. Dat is hier niet gedaan. Hoewel [persoon 7] destijds aangifte namens [naam bank 1] N.V. heeft gedaan, is die aangifte van meer dan vijf jaar geleden. De benadeelde partij is ook niet ter zitting verschenen. Kortom, de rechtbank is van oordeel dat er te veel onduidelijkheid over de volmacht bestaat. Het toelaten van nadere bewijslevering zou betekenen dat de behandeling van de strafzaak moet worden aangehouden, wat een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Daarbij weegt ook mee dat [naam bank 1] N.V. een grote professionele partij is van wie enige mate van deskundigheid en zorgvuldigheid mag worden verwacht. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering. De benadeelde partij kan zijn vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvan
6 (zes) maanden.
- Voorwerp 2, zijnde briefpost, vallende onder goednummer PL1300-2019150570-G5831995;
- Voorwerp 3, zijnde briefpost, vallende onder goednummer PL1300-2019150570-G5831998;
- Voorwerp 4, zijnde briefpost, vallende onder goednummer PL1300-2019150570-G5831999.
[naam bank 1] N.V.niet-ontvankelijk in zijn vordering.