Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Waardering van het bewijs
4.Bewezenverklaring
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf
8.Beslag
9.Ten aanzien van de benadeelde partij
deze bevoegdheden dient uit te oefenen gezamenlijk met een andere houder van een volmacht”. Dat is hier niet gedaan. Hoewel [medewerker bank] destijds aangifte namens [naam bank] heeft gedaan, is die aangifte van meer dan vijf jaar geleden. De benadeelde partij is ook niet ter zitting verschenen. Kortom, de rechtbank is van oordeel dat er te veel onduidelijkheid over de volmacht bestaat. Het toelaten van nadere bewijslevering zou betekenen dat de behandeling van de strafzaak moet worden aangehouden, wat een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Daarbij weegt ook mee dat [naam bank] een grote professionele partij is van wie enige mate van deskundigheid en zorgvuldigheid mag worden verwacht. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering. De benadeelde partij kan zijn vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
geen strafwordt opgelegd.
- Voorwerp 1, zijnde 1 visitekaartje (visitekaart [bedrijf 1] t.n.v. [naam 7] ), vallende onder goednummer PL1300-2019150570-G5832029;
- Voorwerp 2, zijnde 1 papier), vallende onder goednummer PL1300-2019150570-G5832043;
- Voorwerp 3, zijnde 1 papier (huisreglementen en huurcontracten), vallende onder goednummer PL1300-2019150570-G5832045.
[naam bank]niet-ontvankelijk in zijn vordering.