Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Wrakingskamer
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De reactie van de rechter
5.De beoordeling
wijst het verzoek af.
Rechtbank Amsterdam
In deze civiele procedure heeft verzoekster een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. M.L.S. Kalff, rechter te rechtbank Amsterdam, vanwege vermeende vooringenomenheid en partijdigheid. Het verzoek betrof onder meer de wijze waarop een verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling werd opgemaakt en de inhoud daarvan, waarbij verzoekster stelde dat relevante verklaringen onvolledig en onjuist waren weergegeven ten voordele van de wederpartij.
De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld op de terechtzitting van 2 mei 2025, waarbij partijen en hun advocaten aanwezig waren. De rechter heeft in zijn schriftelijke reactie toegelicht dat het proces-verbaal op gebruikelijke wijze werd opgesteld en dat de inhoud een zakelijke weergave betrof, mede omdat partijen uitgebreide spreekaantekeningen hadden ingediend.
Verzoekster voerde ook aan dat de rechter tijdens de mondelinge behandeling een voorlopig oordeel gaf en fiscale risico’s besprak die niet tot de rechtsstrijd behoorden, wat de schijn van vooringenomenheid zou wekken. De rechter stelde dat deze opmerkingen dienden ter onderlinge geschiloplossing en dat hij zich niet vooringenomen achtte.
De wrakingskamer oordeelde dat de aangevoerde gronden onvoldoende objectief waren onderbouwd en dat geen sprake was van bijzondere omstandigheden die een vermoeden van partijdigheid rechtvaardigen. De wrakingskamer wees het verzoek daarom af. Tegen deze beslissing is geen voorziening mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs voor vooringenomenheid.