ECLI:NL:RBAMS:2025:3343
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter-commissaris wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter-commissaris die betrokken was bij twee strafzaken met verschillende parketnummers. Het verzoek betrof vermeende vooringenomenheid vanwege het niet uitvoeren van een onderzoekshandeling, namelijk het horen van een getuige die zich in het buitenland bevindt en moeilijk bereikbaar is.
De rechter-commissaris had meerdere pogingen gedaan om de getuige te horen, maar deze was wegens verblijf in het buitenland, ziekenhuisopname en slechte internetverbinding niet beschikbaar. De rechter-commissaris stelde voor dat de verdachte schriftelijk vragen aan de getuige kon stellen. Verzoeker stelde dat de getuige pas in juli 2025 weer beschikbaar zou zijn en dat schriftelijke vragen niet beantwoord zouden worden.
De wrakingskamer oordeelde dat een rechterlijke beslissing niet als grond voor wraking kan dienen, tenzij sprake is van objectief aantoonbare vooringenomenheid. De motivering van de rechter-commissaris gaf geen blijk van vooringenomenheid. Het wrakingsverzoek werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.