Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2025:3347

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
22 mei 2025
Publicatiedatum
22 mei 2025
Zaaknummer
C/13/769547 / KG ZA 25-378
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BWArt. 29a lid 3 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering vervangende toestemming vakantie Dubai en voorlopige zorgregeling afgewezen

Partijen zijn getrouwd en hebben twee jonge kinderen met gezamenlijk gezag. De vrouw verzoekt vervangende toestemming voor een vakantie naar Dubai met de kinderen van 2 en 4 jaar, nadat de man zijn toestemming heeft geweigerd. De man voert aan dat de kinderen recent al vaak en ver weg op vakantie zijn geweest, dat er zorgen zijn over de nieuwe vriend van de vrouw en dat er binnenkort een belangrijke zitting is over verhuizing en zorgregeling.

De voorzieningenrechter overweegt dat het belang van de kinderen voorop staat en dat rust en regelmaat voor jonge kinderen essentieel zijn. De recente vele verre reizen door de vrouw en de korte termijn van het verzoek wegen mee in het besluit. De zorgen van de man over de nieuwe vriend en de aanstaande zitting zijn niet direct relevant voor het belang van de kinderen, maar versterken zijn standpunt.

De gevraagde vervangende toestemming wordt geweigerd. In reconventie vordert de man een voorlopige zorgregeling, maar deze wordt afgewezen omdat er al een informele regeling bestaat die redelijk functioneert en er geen reden is om vooruit te lopen op de zitting van 17 juni 2025. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.

Uitkomst: De voorzieningenrechter weigert vervangende toestemming voor de vakantie naar Dubai en wijst de voorlopige zorgregeling af.

Uitspraak

proces-verbaal

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
zaaknummer / rolnummer: C/13/769547 / KG ZA 25-378 EAM/MAH
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding van 22 mei 2025
in de zaak van
[de vrouw],
wonende te [woonplaats 1] ,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat mr. K. Beumer te Middelharnis,
tegen
[de man],
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde in conventie,
eiser in reconventie,
advocaat mr. W.A. van der Stroom-Willemsen te Rotterdam.
Partijen zullen hierna de vrouw en de man worden genoemd.
De zitting wordt gehouden in het gebouw van deze rechtbank ter behandeling van een vordering in kort geding.
Tegenwoordig zijn mr. E.A. Messer, voorzieningenrechter, en mr. M.A.H. Verburgh, griffier.
Na uitroeping van de zaak verschijnen partijen met hun advocaten.

1.De procedure

Tijdens de mondelinge behandeling op 22 mei 2025 heeft de vrouw de dagvaarding toegelicht en de man zijn tegenvordering (eis in reconventie). Partijen hebben over en weer verweer gevoerd. Beide partijen hebben producties in het geding gebracht en de vrouw ook een pleitnota. De behandeling van de zaak is gesloten en de voorzieningenrechter heeft op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan. Daarvan is ingevolge artikel 29a lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dit proces-verbaal opgemaakt, dat op 22 mei 2025 aan partijen wordt afgegeven.

2.2. De feiten

2.1.
Partijen zijn in 2019 getrouwd. De vrouw heeft op 9 april 2025 bij deze rechtbank een verzoek tot echtscheiding ingediend. Ook lopen er tussen partijen procedures bij deze rechtbank over onder meer de door de vrouw voorgenomen verhuizing van [woonplaats 1] naar [plaats] en over de schoolkeuze voor hun oudste kind. De zaken worden gezamenlijk mondeling behandeld op 17 juni 2025.
2.2.
Partijen zijn de ouders van en hebben gezamenlijk gezag over:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats] ,
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2023, te [geboorteplaats] .
Partijen hebben een (ongeveer) 50/50 zorgregeling afgesproken zonder vaste omgangsdagen; sinds april 2024 zijn de kinderen gemiddeld drie dagen per week bij de man.
2.3.
De vrouw heeft de man toestemming gevraagd voor een vakantie met de kinderen naar Dubai van [datum 1] tot en met [datum 2] 2025. De man heeft toestemming geweigerd. De vrouw vordert nu dat de voorzieningenrechter vervangende toestemming geeft.
2.4.
In reconventie (tegenvordering) heeft de man gevorderd een voorlopige zorgregeling te bepalen, waarbij de kinderen wekelijks van maandag tot en met woensdag 12 uur bij de vrouw verblijven en van woensdag 12 uur tot en met vrijdag 18 uur bij de man en de weekends om en om met wissel op de zondag om 18 uur, tot de rechtbank in definitieve zin over de zorgregeling heeft beslist, met de mogelijkheid voor beide ouders om een aaneengesloten week vakantie met de kinderen door te brengen, binnen Europa voorafgaand aan de schoolgang van [minderjarige 1] .

3.De mondelinge uitspraak

3.1.
Het gaat hier om een geschil omtrent de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag over minderjarige kinderen. Op grond van artikel 1:253a Burgerlijk Wetboek neemt de rechter in dergelijke gevallen een beslissing die in het belang van de kinderen wenselijk voorkomt. Dat is het kader.
Conventie
3.2.
De vrouw wil graag met de kinderen op vakantie naar Dubai van [datum 1] tot en met [datum 2] 2025. De man maakt hier bezwaar tegen. Het is niet zozeer dat hij de moeder en de kinderen de vakantie niet gunt, maar hij ziet de volgende problemen. De moeder is de laatste tijd al heel veel met de kinderen op vakantie geweest, waaronder begin dit jaar ongeveer twee weken naar Dubai. Hij wijst op een lijstje waaruit alle recente vakantiebewegingen van de vrouw blijken. Bestemmingen waren, naast meerdere keren Dubai: New York, Marbella en twee keer wintersport. Daar komt bij dat de man zich zorgen maakt over de nieuwe vriend van de vrouw, die in grote strafrechtelijke en fiscale procedures is verwikkeld en mogelijk om die reden in Dubai verblijft. Ook komt er een voor partijen spannende zitting aan op 17 juni 2025, waarbij de inzet zal zijn een mogelijke verhuizing van de kinderen, de locatie van de toekomstige school en de zorgregeling. Het is volgens de man van belang dat er in aanloop naar de schoolgang van [minderjarige 1] nu al meer structuur en rust komt voor de kinderen. Tot slot is de toestemming voor de vakantie op een hele korte termijn gevraagd. Vader wil graag dat het oudste kind ( [minderjarige 1] ) een al voordien gepland verjaardagsfeest van zijn vriendje kan bijwonen en dat de kinderen bij de verjaardag van oma (vaderszijde) kunnen zijn. De vrouw ziet dit alles anders en wil graag van de gelegenheid gebruik maken om op vakantie te gaan nu het nog kan, want de kinderen gaan nog niet naar school. Dubai was als bestemming nooit een probleem en dat gold ook voor de persoon van haar nieuwe partner, die overigens niet onherroepelijk is veroordeeld.
3.3.
Overwogen wordt als volgt. Het beeld dat in deze procedure naar voren komt is dat er de laatste maanden in ruime mate met de kinderen op vakantie is gegaan door de vrouw. Het is invoelbaar dat de man zegt dat er sprake is van heel veel heen en weer gesleep. In dat licht is het niet onbegrijpelijk dat de man deze keer niet zijn toestemming wil geven. Daar komt bij dat hij in de geplande periode al andere plannen had met de kinderen. Zijn andere argumenten - de spanning bij de man voor de komende zitting en de zorgen die hij heeft over de persoon van de nieuwe vriend van de vrouw - hebben niet direct te maken met de belangen van de kinderen. Ze tellen echter wel op bij de terechte zorgen over het zo vaak, relatief lang en ver weg, op vakantie gaan met de kinderen door de vrouw. Zeker voor hele jonge kinderen is rust en regelmaat van groot belang. De voorzieningenrechter ziet daarnaast dat de man tot nu toe veel flexibiliteit heeft betracht.
3.4.
De slotsom is dat de gevorderde toestemming zal worden geweigerd.
Reconventie (tegenvordering)
3.5.
De gevorderde voorlopige zorgregeling zal worden afgewezen. Er bestaat tussen partijen al een informele zorgregeling die redelijk loopt. Er is geen reden om nu vooruit te lopen op de zitting van 17 juni 2025 en de in aansluiting daarop door de rechter te nemen beslissingen.
Proceskosten in conventie en reconventie
3.6.
Iedere partij draagt de eigen proceskosten zoals gebruikelijk in familiezaken.

4.De beslissing

De voorzieningenrechter
in conventie
4.1.
weigert de gevraagde voorziening,
4.2.
compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
in reconventie
4.3.
weigert de gevraagde voorziening,
4.4.
compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzieningenrechter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.
Type: MAH
Coll: EvK