ECLI:NL:RBAMS:2025:3489
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek afgewezen wegens gebrek aan gegronde feiten voor rechterlijke vooringenomenheid
Verzoeker, woonachtig in Ierland en gedaagde in een civiele procedure, diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter wegens vermeende vooringenomenheid. Verzoeker stelde dat zijn internationale achtergrond en dubbele nationaliteit mogelijk leidden tot ongelijke behandeling en dat de rechtbank de procedure onredelijk voortzette ondanks zijn bereidheid tot oplossing.
De wrakingskamer onderzocht het verzoek op grond van artikel 36 Rv Pro en concludeerde dat geen feiten of omstandigheden waren aangevoerd die de onpartijdigheid van de rechter in gevaar brachten of de schijn daarvan wekten. De argumenten van verzoeker behoren behandeld te worden in de hoofdzaak, waar de procedure een mondelinge behandeling kent.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk was en dat een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek achterwege kon blijven. De beslissing werd uitgesproken op 23 mei 2025 en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van feiten die rechterlijke onpartijdigheid aantonen of de schijn daarvan wekken.