De rechtbank Amsterdam behandelde een geschil tussen ouders over de schoolkeuze van hun kinderen en de zorgregeling tijdens de zomervakantie. De ouders zijn in scheiding en oefenen gezamenlijk het gezag uit over twee minderjarige kinderen met dubbele nationaliteit. De moeder wilde de kinderen inschrijven op een internationale school, terwijl de vader koos voor een Nederlandse basisschool.
De rechtbank oordeelde dat het belang van integratie en het leren van de Nederlandse taal zwaarwegend is, vooral omdat de kinderen in Nederland blijven wonen en de Nederlandse school de hoofdtaal Nederlands hanteert. De moeder sprak geen Nederlands, maar de kinderen beheersen Frans en Engels, waardoor communicatie over school mogelijk blijft. De rechtbank wees het verzoek van de moeder af en verleende de vader vervangende toestemming om de kinderen in te schrijven op de Nederlandse school waar de jongste al onderwijs volgt.
Daarnaast werd een zorgregeling vastgesteld voor de komende zomervakantie, waarbij de vakantieperiode gelijk verdeeld wordt tussen de ouders met duidelijke wisselmomenten in de woonplaats. De rechtbank verplichtte beide ouders ook tot het gezamenlijk betalen van 50% van de inschrijfkosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten bij het gerechtshof.